Theosofische verkenningen
Home
E-mail
Zoeken
Theosofisch woordenboek

 

De ontwikkeling van bollen en ronden

Als trekvogels trekt al het leven – van mineralen tot goden – van wereld naar wereld, van bol tot bol. De aarde (en alle andere planeten) bestaat uit zeven bollen, waarvan er zes voor ons op onzichtbare niveaus verblijven. Eigenlijk bestaan er boven die in totaal zeven bollen nog vijf bollen, maar die liggen op een te hoog vormloos gebied om ze te kunnen bespreken.

O
p elke bol volgen de natuurrijken elkaar op, waarbij de meest primitieve vorm van leven het voortouw neemt, maar wel onder regie van de hoogste hiërarch van deze keten. Elk natuurrijk is zeven keer het meest actief of nadrukkelijk aanwezig ten opzichte van de andere natuurrijken, terwijl de passieve natuurrijken dan in sluimerende toestand aanwezig zijn. Elk ‘verblijf’ beslaat honderden miljoenen jaren. Voordat een nieuwe ronde op een bol begint, volgen de levensgolven een snelle rondgang langs de andere bollen, dus langs de hele keten.

Zoals gezegd neemt het (elementalen- en) mineralenrijk het voortouw. Dat bouwt de bollen. Vervolgens is de plantenwereld aan de beurt, waarbij de mineralen ‘verhuizen’ naar de volgende bol. Daarna komen achtereenvolgens de planten, dieren, mensen en goden. De plantenwereld is nu dus vooral actief op bol F; de dierenwereld is nu het meest actief op bol E. Wat wij nu zien van de planten- en dierenwereld worden achterblijvers genoemd. Zij dienen als ‘kwartiermakers’ voor de terug­kerende natuurrijken. Als alle natuurrijken zeven ronden hebben doorlopen is de aarde net als de maan, dood.
     Elke fase van ontwikkeling op een bol kunnen we terugvinden in het leven van de mens.

N.B.: H.P. Blavatsky en andere vooraanstaande theosofen hebben er vaak met nadruk op gewezen, dat diagrammen als deze slechts grafische hulpjes mogen zijn. De werkelijke positie en aard van bollen en ronden zijn niet weer te geven. Sommige werelden lopen dwars door ons heen, andere kunnen een ontzaglijke afstand van de aarde verwijderd zijn.

Door Fred A. Pruyn, oktober 2005