Theosofische verkenningen
Home
E-mail
Zoeken
Theosofisch woordenboek

 

Het inspirerende leven van
Thomas Alva Edison

Dit verhaal1 gaat over een moderne ‘Prometheus’, de brenger van het licht uit de Griekse mythologie. En dan hebben we het niet alleen over het zichtbare licht. De man die inmiddels meer dan 70 jaar uit ons midden is, schonk ons meer dan de gloeilamp. Hij schonk ons muziek in elke kamer, één film.

W
e hebben het over Thomas Alva Edison (1847-1931), de alleskunner, de homo universalis en lid van The Theosophical Society. In ons land is hij vooral bekend als de vader van de platenspeler, maar hij perfectioneert ook de amper te gebruiken telefoon van Bell, verbetert het rntgenapparaat en laat nog vele honderden andere nuttige zaken, groot en klein, het levenslicht zien. Zoals bijvoorbeeld de moderne huizenbouw die door het gebruik van gietvormen en beton toch voor iedereen betaalbaar werd. Het was zijn vondst. Maar hij was niet alleen een technologische wervelwind, hij koesterde ook gedachten over onzichtbare werelden en filosofeerde in alle vrijheid over de goddelijke intelligentie in de natuur.

De ‘roots’ van deze uitzonderlijke man, die meer dan duizend patenten op zijn naam2 had staan, liggen verrassend dicht bij huis. In 1730 zet de weduwe van een molenaar aan de Zuiderzee, het huidige IJsselmeer, met haar zoon John voet op Amerikaanse bodem. Om precies te zijn in Newark, vlakbij New York. Onder barre omstandigheden en grote beproevingen, vluchtend tussen vele militaire en politieke conflicten door, naar Canada en weer terug naar Amerika, weten de eerste generaties Edison zich te handhaven.
      In de bitterkoude nacht van 11 februari 1847 wordt Thomas geboren, de zevende en laatste telg van Nancy en Samuel Edison, in het kleine gehucht Milan, niet ver van het Eriemeer. Op dat moment zijn al drie van de zeven Edison-kinderen overleden. De winters aan de grens met Canada zijn streng en alleen de sterke kinderen kunnen overleven.
     Vader heeft een houtzagerij aan de Huron en handelt in veevoer. De schepen en het opkomende treinverkeer in samenhang met de groeiende graan- en houthandel vormen belangrijke elementen in de jonge jaren van Edison.
      De kleine Thomas is een lastige jongen. Op een kleine particuliere school is hij niet te handhaven. De lessen vindt hij saai en hij zit vooral te dagdromen. Zijn moeder besluit de jonge Tom thuis te houden en hem zelf te onderwijzen, dat heeft succes. De vele proefjes die hij doet en het tot gek wordens toe ondervragen van scheepstimmerlieden en andere arbeiders maken hem vervolgens berucht. Bij een bezoek aan familie in een nabijgelegen dorp wordt op een gegeven moment gemist bij het avondeten. Een zoekactie wordt gestart. Zijn oom vindt hem uiteindelijk in de hoek van een schuur, zittend in een doos met stro, op ganzeneieren. ‘Als een gans ze uit kan broeden, moet ik dat toch ook kunnen?’ luidt zijn laconieke antwoord. Het is zijn eerste onderzoek van de natuur.
      Zoals we later zullen zien wordt chemie zijn favoriete onderzoeksterrein, naast elektriciteit. Zijn liefde voor scheikunde kan ook de familie niet zijn ontgaan. Hij is thuis volop aan het experimenteren wat al snel leidt tot explosies in de kelder één in het hoofd van zijn vader, die een grotere genegenheid voelt voor de karwats. Zijn beddegoed raakt op een gegeven moment zwaar beschadigd door zwavelzuur wat hem later nogal losjes doet opmerken dat zijn moeder en hij nogal eens van mening verschilden. Zijn kennis van de scheikunde is beslist marginaal te noemen. Mogelijk kende hij niet eens de benaming noch hoe de stoffen geschreven moest worden. Alle chemicalin dragen dan ook maar één standaard opschrift, giftig of niet-giftig. Als volwassene vindt hij het toch wel verstandig privé scheikundeles te nemen.
     Zijn moeder is zoals we kunnen verwachten zijn grote en liefhebbende leermeester. Zijn vader houdt meer van de karwats en geselt hem dan ook geregeld, binnenshuis of midden op het dorpsplein in het openbaar. Hij kondigt zijn afstraffingen zelfs aan. Zestig jaar later kijkt Edison daar met gemengde gevoelens op terug. Hij kan niet ontkennen dat alle slagen hem ongevoelig hebben gemaakt voor pijn en ontberingen. Hij staat volkomen onverschillig tegenover pijn, maar ook van die van anderen. Zijn moeder is dus fijnzinniger en liefhebbender. Zij leert hem van literatuur te houden. Favoriet zijn de Opkomst en ondergang van het Romeinse rijk van Gibbons, de Geschiedenis van Engeland en de Geschiedenis van de Wereld van andere grote schrijvers. Shakespeare en Dickens vinden we ook terug in het rijtje. Later zal hij zeggen dat de filosofie van Thomas Paine, voor Amerikanen de grootste vrijdenker uit de 18e eeuw, de meeste indruk op hem heeft gemaakt. Vooral zijn Age of Reason (Tijdperk van de Rede) waarin Paine zijn pijlen richt op de Rooms-Katholieke kerk met haar valse leer dat een priester de zonden van een ieder kan wegnemen maakt indruk. Paine constateerde scherpzinnig dat dit sluwe machtsmiddel leidde tot een grote toename van de criminaliteit.3
      Maar snel terug naar Edison. Over onderwijs laat onze beroemde uitvinder zich zijn leven lang negatief uit. Een verspilling van tijd, zo meent hij. ‘Ga niet studerenl — don’t go to college — maar zorg dat je een betrekking vindt en werk dan aan je eigen verlossing.’4 Maar de mens moet wel een basis hebben. Leer lezen, schrijven en rekenen en ga op eigen kracht verder, was zijn motto. Hij had een grote minachting voor academici die ‘vol zitten met de gedachten van anderen’. Als we zijn arbeidzame jeugd overzien moeten we zeker bedenken dat kinderarbeid toen heel gebruikelijk was. Onderwijs was nu eenmaal een onbetaalbare luxe. Meisjes kon men in de straten zien vegen en kleine jongens boodschappen zien bezorgen, spelen kon men hooguit tot het zevende jaar.
      Edison krijgt het met twaalf jaar voor elkaar dat hij kranten en tijdschriften mag venten op de trein tussen het stationnetje van Port Huron, vlakbij zijn ouderlijk huis, en Detroit, wat heen en terug toch wel een dag reizen betekent. Omdat de winstmarge heel laag is grijpt hij met beide handen de kans aan om meer te verdienen door zelf een krant te maken. Hij krijgt toestemming om in de bagageruimte vlak achter de locomotief een eenvoudige afgedankte krantenpers en letterbak te installeren. En zo maakt hij nog tijdens de rit en aan de hand van het nieuws dat hij op tussenliggende stations verneemt een krant en verkoopt die onder de passagiers.
      Aan deze korte journalistieke loopbaan komt abrupt een einde als op een keer een fles zoutzuur uit een wandrek valt en een groot gat in de vloer brandt. Hij en al zijn spullen worden op een tussenliggend station uit de trein gegooid.

Over zijn eerste liefde en huwelijk valt helaas niet veel te melden (zijn tweede huwelijk vormt daarop geen uitzondering). Hij is 24 en eigenlijk meer verliefd op de wetenschap dan op het andere geslacht en heeft al aardig wat wapenfeiten op zijn naam staan. Maar tenslotte werken de hormonen ook in hem en dus kan hij de spirituele-elektro­magne­tische kracht van een 16-jarige medewerkster niet weerstaan. Haar naam is Mary Stilwell. Zij is van eenvoudige komaf, zoals hij. Hij moet veel van haar hebben gehouden want hij schrijft heel liefdevol en zomaar plompverloren in een notitieboekje tussen alle technische aantekeningen ‘Mijn kleine Popsy Wopsy kan lekker niet uitvinden.’ Maar hoe vertederend dit ook mag klinken haar aantrekkingskracht neemt verbazingwekkend snel af. Edison lijkt op een raket die al na twee vluchtige rondjes om de aarde (in dit geval zijn vrouw) regelrecht afstevent op de grenzen van ons zonnestelsel en al snel buiten de aantrekkingskracht van onze planeet raakt: de onderzoekende geest is niet thuis te houden. Het is zijn gewoonte om hele dagen in zijn laboratorium door te brengen en zo nu en dan een dutje op een houten stelling te doen. Heel gelukkig kan dit huwelijk dus nooit zijn geweest.
      In zijn dagboek schrijft hij dat zijn twaalfjarige dochter Marion de geest van een volwassene heeft en al bezig is een roman te schrijven dat is gebaseerd op spanningen in een huwelijk. Hij geeft haar het advies er maar meteen emmersvol ellende over uit te gieten ‘want dat maakt het veel realistischer’.
      Zijn eerste vrouw overlijdt na 13 jaar huwelijk aan de tyfus. Hij is dan 37 jaar oud en heeft drie kinderen om voor te zorgen. De toekomst van Marion, Tom jr. en William-Leslie zal niet gemakkelijk zijn. Komt het door de eerdergenoemde kortzichtige maar intuïtieve houding van Edison ten aanzien van het onderwijs of is het zijn gebrek aan aandacht en liefde voor zijn drie kinderen dat die aan lager wal raken? We kunnen er slechts naar raden. Maar feit is wel dat Edison’s liefde voor onderzoek weinig ruimte laat voor liefde voor de kinderen.
      Op het moment dat Edison weduwnaar wordt en met drie kinderen blijft zitten heeft hij dus wel een probleem. Marion is dertien, haar gezelschap kan hij ter compensatie van het verlies van zijn eerste vrouw Mary nog wel waarderen, maar zijn twee zoons Tom jr. en William-Leslie die elk technisch inzicht ontberen en liever spelen dan onderzoeken, laat hij simpelweg vallen. We zien hier de droevige invloed van onevenwichtige genialiteit.
      Maar hoe dramatisch die situatie ook zal worden, in de spirituele wereld één die van Edison blijft karma de spil waar alles om draait. Hij heeft een rotsvast vertrouwen in de wet van karma. Schreef hij niet ‘werk aan je eigen verlossing’? Ook de kinderen krijgen wat ze karmisch gezien toekomt. Denk aan die uitspraak van meester K.H. in zijn brief aan de Engelse redacteur A.P. Sinnett. Meester Koothoomi bespreekt daarin de geweldige capaciteiten van ene Lord van Crawford and Balcarres, beter bekend als James Ludovic Lindsay5 die maar op één gebied bepaald teleurstellend zijn:

Zie, zelfs na zich te hebben bekwaamd in de wetenschap van het magnetisme en zijn machtig intellect te hebben ingezet voor de studie van de edelste onder de exacte wetenschappen, is ook hij niet in staat gebleken meer dan een tipje van de sluier van het mysterie op te lichten. O! die wervelende, praalzieke, flonkerende wereld, vol onverzadigbare eerzucht, waar gezin en Staat de edeler natuur van de mens onder elkaar verdelen als twee tijgers een karkas, en hem zonder hoop of licht achterlaten! Hoeveel recruten zouden wij er niet uit kunnen krijgen als er geen offer werd geist!
De Mahatma Brieven, blz. 31

Het is duidelijk, het mystieke pad is niet weggelegd voor de gebonden mens. Maar de geestesvader van de platenspeler blijft toch fascineren, al is het maar vanwege zijn enorme wilskracht en doorzettingsvermogen en zijn sprankelende ideeën ten aanzien van de elektriciteit. Maar hoewel hij al heel vroeg heel veel weet van deze vorm van fohat, deze kosmische kracht, zet hij zichzelf ook nog wel eens voor aap. Zo begerig als Edison is om een nieuwtje naar de pers te brengen, zo gemakkelijk maakt hij belangrijke vergissingen. Zo ook die ene keer wanneer hij denkt een nieuwe vorm van elektriciteit te hebben gevonden. Het vermoeden bestaat dat hij op de etherische kracht van de Duitser Karl Reichenbach was gestuit en die door laatstgenoemde het metafysische Od werd genoemd, van odylisch, omgeven door een mist of uitwaseming. Het tasten in de ether neemt dan praktischer vormen aan.
      Edison heeft een groot gevoel voor abstractie en meent, nadat hij kennis heeft genomen van de eerste Theoso­fische boeken als Isis Ontsluierd, dat ook de onzichtbare werelden op de een of andere manier zichtbaar moeten kunnen worden gemaakt. Hij ontwikkelt in 1878 een apparaat dat hij de tasimeter noemt. Eigenlijk is het apparaat vooral bedoeld om uiterst kleine verschillen in lichaamstemperatuur waar te nemen om daarmee mogelijke ziekten vroegtijdig op te sporen — één voor schepen om op tijd ijsbergen waar te nemen. De tasimeter neemt temperatuurverschillen tot op een miljoenste graad waar. Hij zou er tijdens de zonsverduistering van 1878 de warmte van de zonnecorona mee willen meten, maar het apparaat slaat zo heftig uit dat de waarneming als mislukt moest worden beschouwd. Vier jaar later zal Meester K.H. Sinnett toch het advies geven zo’n apparaat te bemachtigen, want als
     de ontdekker denkt dat als de tasimeter in een willekeurig punt van een lege ruimte aan de hemel — een ruimte die zelfs door een telescoop van de grootste sterkte leeg schijnt — een temperatuursverhoging aanwijst, en dit steeds weer doet, dit een zeker bewijs is dat het instrument is gericht op het stellaire lichaam, dat of niet lichtgevend, of zo ver verwijderd is, dat het buiten het bereik van de telescoop valt. Zijn tasimeter, zegt hij, ‘is gevoelig voor een breder gebied van ethergolven dan het oog kan waarnemen.’ De wetenschap zal van zekere planeten geluiden horen voor zij ze ziet. Dit is een profetie. Helaas ben ik geen Planeet, — zelfs geen ‘planetarir’. Anders zou ik u aanraden te proberen van hem een tasimeter te krijgen en mij zo de moeite besparen u te schrijven. Ik zou er dan wel voor zorgen dat ik op u ben ‘gericht’.6
     

Onze uitvinder is vanaf zijn twaalfde jaar doof. Kunt u zich voorstellen wat een handicap dat moet zijn geweest! Vooral in zijn onderzoek naar de grammofoonspeler en in zijn werkzaamheden aan de telefoon. Hij moet veel leunen op het oordeel van zijn medewerkers en soms gebruikt hij een metalen plaatje dat hij tussen zijn tanden klemt en dat dan dient als een soort stemvork. Op de een of andere manier kan hij dan beter horen, of misschien eerder voelen? Een van de verhalen die de ronde doen is dat hij doof wordt als de conducteur hem, na het eerdergenoemde akkefietje in zijn jeugd met de omgevallen fles zuur in de wagon, aan beide oren uit de trein gooit zodat er dan iets in zijn hoofd knapt. Andere biografen melden dat de doofheid eerder een gevolg moet zijn geweest van roodvonk waar hij op zijn twaalfde aan heeft geleden. Het ontstoken middenoor zou nooit goed behandeld zijn geweest.
      Hoe het ook zij, vreemd genoeg leed Edison niet onder zijn doofheid. Later zal hij zeggen dat het hem veel gebabbel van de mensen heeft bespaard. Door zijn doofheid kan hij ongestoord nadenken. Hij ziet zijn doofheid bovendien als een zegen om puur tactische redenen. ‘Zelfs in tijden van hofmakerij vond ik mijn doofheid een grote hulp. Het gaf me vooral een excuus om aanzienlijk dichterbij te komen dan ik anders had gedurfd . om te horen wat ze zou zeggen. Als iets anders niet mijn natuurlijke verlegenheid had overwonnen zou ik waarschijnlijk te zwak van geest zijn geweest om (haar) te winnen. En toen de dingen eenmaal goed liepen vond ik het luisteren niet meer nodig’.7
      Later zal een niet zo snuggere interviewer hem vragen wat hij vindt van de nieuwste film met geluid, ‘Ik weet het niet, ik heb hem nooit gehoord.’
      Als hij op latere leeftijd wordt bedolven onder verzoeken en smeekbedes om een gehoorapparaat uit te vinden laat hij die brieven meteen in de prullenbak verdwijnen. Moesten deze wanhopige mensen hun handicap maar zien te waarderen zoals hij dat deed? Of is het dat hij ervan overtuigd is dat de wet van karma achter alles zit? Moet doofheid als een lichamelijk gebrek worden gezien dat geaccepteerd dient te worden totdat het karma dat er verband mee houdt uitgewerkt is? We zullen het nooit weten. Overigens zit er tussen de vele duizenden documenten op internet8 een opmerkelijk lijstje in het handschrift van zijn secretaris uit 1875 met tweentwintig dingen die nog gedaan moeten worden. Als tweede punt staat genoteerd: ‘een apparaat voor dove mensen om hun gehoor toe te laten nemen. Enorme vraag.’ (Het cursieve gedeelte staat er tussen haakjes onder.)
      Hoe tegenstrijdig deze zaken ook mogen zijn, van de realiteit van karma en reïncarnatie was hij overtuigd. Tegenover zijn scheikundige Rosanoff verklaart hij dat hij niet in geluk gelooft. ‘Als er zoiets zou zijn als geluk,’ zo oreert hij, ‘dan moet ik wel de ongelukkigste kerel van de hele wereld zijn. Ik heb nog nooit in mijn hele leven één enkele gelukstreffer gehad. Als ik een ding achterna zit dat ik graag wil hebben, begin ik altijd negenennegentig dingen in de wereld te vinden die allerminst nodig heb, het ene rotding na het andere. Ik vind dus negenennegentig dingen die ik niet nodig heb en dan komt nummer honderd, en dat, eindelijk, blijkt dan juist het ding te zijn waarnaar ik op zoek ben. Het zit ongeveer zo dat als ik iets in grote haast vind, ik ga twijfelen of het wel het echte ding is dat ik wil hebben. En dus bekijk ik het nog eens met grote zorg en in de regel blijk ik het dan mis te hebben. Noem je dat geluk? Ik vertel je, ik geloof niet in geluk — goed of slecht. De meeste mensen proberen een paar dingen en houden er dan mee op. Ik geef nooit op tot ik heb waarnaar ik op zoek ben.’ 9
     Hij heeft zijn leven lang geprobeerd anderen bij te brengen dat ze anders moesten denken. Op een gegeven moment wil hij met zijn scheikundige Rosanoff een oplossing zien te vinden voor de coating van een of ander ding en stelt voor daar dag en nacht aan te gaan werken tot ze het hebben gevonden. ‘Maar mijnheer Edison,’ smeekt Rosanoff, ‘ik ben er al vier maanden mee bezig en heb elke redelijke oplossing geprobeerd, maar zonder resultaat, nog niet het geringste.’
      ‘Dat is nu juist waar het probleem zit,’ antwoordt de Oude Man, ‘Je hebt alle redelijke dingen geprobeerd. Maar de rede werkt niet in dit soort gevallen.’ 10

Edison was geen boodschapper, geen profeet die een filosofie verkondigde. Maar merkwaardig genoeg kunnen we wel vaststellen dat hij van jongs af aan in de communicatie zijn belangstelling vindt en daarin zijn brood verdient. Het begint met het maken en verkopen van kranten. Rond zijn zestiende redt hij het leven van het zoontje van een telegrafist door het kind voor een aanstormende trein weg te halen. De man beloont hem met een cursus telegrafie. Hij ontwikkelt zich rap tot een eersteklas telegrafist, een vooraanstaande functie in die tijd. Hij zwerft veel rond en vindt overal losse baantjes als telegrafist. Bij voorkeur werkt hij ’s nachts omdat hij dan al het nieuws van de dag kan lezen. Ook duikt hij in weten­schap­pelijke tijdschriften. In zijn vrije tijd besteedt hij de meeste tijd aan het verbeteren van de telegraaf. Later vindt hij de automatische telegraaf uit, de automatische pen, waarmee al in zijn tijd in plaats van met carbon, meerdere kopin van één brief gemaakt kunnen worden. Hij brengt belangrijke verbeteringen aan aan de eerste telefoon en ontwikkelt vervolgens de grammofoon. Nog later ontwikkelt hij de speelfilm, komt met de eerste Hollywoodachtige studio en laat allerlei zangers en zangeressen opdraven om in zijn films op te treden. Typisch Edison, hij schrikt er niet voor terug zich volop met de inhoud van tal van opnamen te bemoeien. De belichting is niet goed of er deugt iets niet aan de setting. Er valt altijd wel iets verbeteren.
      Wat ik hier eigenlijk mee wil zeggen is dat zijn werkterrein, de communicatie, een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van de wereld én de bevrijding van de mensheid van onderdrukkende regimes en nog belangrijker, van religies. Na zoveel eeuwen kunnen we nu via internet uitzoeken hoe het nou gekomen is dat het gewelddadige christendom het resultaat is van een volslagen mislukte poging van de Broederschap om licht in de wereld te brengen! Alle onderdrukkende religies konden groeien door een gebrekkige communicatie. Communicatie, de uitwisseling van ervaringen en visies, is dus van essentieel belang voor onze innerlijke groei en het zoeken naar Waarheid. Zie hoe iemand opgroeit die altijd in een kast heeft gezeten! Ja, door de constant verbeterde communicatietechnieken tot aan ons huidige 1-1-2 aan toe worden telkens weer mensenlevens gered. Communicatie behoort dan ook niet voor niets tot de dienstverlenende sector. Goede muziek en communicatie herstellen de harmonie. Muziek in iedere huiskamer was het ideaal van Katherine Tingley, leider van Het Theosofisch Genootschap van voor de Eerste Wereldoorlog. Zij werd op haar wenken bediend.
      Deze waarnemingen zijn van groot belang als we willen inzien waarom nu juist deze uitvinder het verdiende te worden beschermd door de leraar van mevrouw Blavatsky, een van de grote adepten achter de schermen van The Theosophical Society. Wat maakt een mens zo bijzonder dat hij ‘in belangrijke mate onder de hoede van M.,’ meester Morya, viel?11 Dezelfde Meester die HPB heeft gered bij haar val van een paard en na een val van een hoge stapel stoelen in haar kindertijd. Misschien werden andere uitvinders ook wel beschermd, dat weten we niet, daar is mij niets van bekend, maar van Edison is het in elk geval wel bekend. Het is duidelijk dat de Broederschap die over het welzijn en de geestelijke ontwikkeling van deze aarde waakt, in hem een belangrijke werker zag.

In 1878 wordt Edison lid van de Theosophical Society, hij is dan 31 jaar oud. Kolonel Olcott die in dat jaar met mevrouw Blavatsky in New York verblijft herinnert zich dat Edison op 5 april hem zijn getekende aanmelding heeft gezonden voor het lidmaatschap.
      Olcott schrijft:
      ‘Ik moest hem spreken over het tentoonstellen van zijn elektrische uitvindingen op de tentoonstelling in Parijs dat jaar; omdat ik eresecretaris van een nationaal comit van staatsburgers was, dat was gevormd op verzoek van de Franse regering (...) . Edison en ik raakten aan de praat over occulte krachten en hij wekte bij mij grote belangstelling door de opmerking dat hij in die richting enkele experimenten had gedaan. Zijn doel was vast te stellen of men een slinger die was opgehangen aan de muur van zijn laboratorium, door wilskracht kan laten bewegen.
      Op de vraag van Olcott hoe Edison nu eigenlijk op al zijn creatieve ideeën kwam vertelde hij dat hij vaak, als hij met bekenden door bijvoorbeeld Broadway liep en over tal van zaken in gesprek was, hij plotseling een ingeving kreeg dat een probleem op een dusdanige manier kon worden opgelost. Dan spoedde hij zich naar huis om het uit te proberen en ging ermee door tot het praktisch resultaat opleverde of niet. 12

Een ding begint duidelijk te worden. Edison moet theosoof zijn geworden omdat hij het derde beginsel uit de officile doelstellingen van het Theosofisch Genootschap herkende: Het onderzoeken van de onverklaarde natuurwetten en de sluimerende vermogens in de mens. Maar in zijn onstuitbare drang om de natuurwetten te doorgronden heeft hij weinig oog gehad voor de andere twee belangrijke doelstellingen: Het vormen van een kern van universele broederschap van de mensheid zonder onderscheid van ras, geloof, geslacht, kaste of kleur één het aanmoedigen van de vergelijkende studie van religie, filosofie en wetenschap. Wat hem uiteindelijk toch maar tot eenderde theosoof maakte.
      Vóór al zijn uitvindingen als idee werden geboren gaf hij zich over aan universele gedachten. Hij dacht dan niet aan dingen die hij, zijn gezin of zijn land nodig zouden hebben. Nee, hij probeerde zich voor te stellen wat de hele wereld nodig zou hebben. Hij zegt dat alle delen van een systeem moeten worden gemaakt in relatie tot alle andere delen, omdat alle delen samen uiteindelijk één machine vormen. Theosofen zouden zeggen, een organisme.
      De directe voorloper van de gloeilamp was de onpraktische en gevaarlijke booglamp, uitgevonden door Sir Humphry Davy in 1807. Die booglamp geeft zeer fel licht door een brandende boog van wel 10 centimeter lang. De Rus Paul Jablochkoff verfijnt die en verlicht er in 1878 enkele straten van Parijs mee. De booglamp bestaat uit twee op potloden lijkende staafjes koolstof die een paar millimeter uit elkaar staan, gesoleerd met gips. Zij worden onder enorme elektrische spanning gezet die wordt geleverd door enorme accu’s. Als je een vuurtje tussen de twee punten houdt zullen ze heel fel gaan branden en houden dat dan zo’n twee uur vol. De lamp kan alleen buitenshuis kon worden gebruikt omdat ze enorm sist en een vonkenregen geeft, bovendien is het licht te fel om gemakkelijk bij te kunnen lezen. De gewone gaslampen die in die tijd algemeen in gebruik zijn geven kwalijke dampen af en nog veel meer ongerief.
      In zijn zoektocht naar het ideale materiaal dat de gloeilamp duurzaam licht kan opleveren zendt Edison zijn medewerkers naar alle uithoeken van de wereld. Van overal en nergens worden duizenden gebruiksvoorwerpen en materialen aangedragen, ja, hij zendt zijn mensen zelfs naar Japan en China, naar het Amazonegebied om er alle soorten riet en bamboe te verzamelen. Uiteindelijk groeit er een enorme berg materiaal in zijn laboratorium. Stuk voor stuk worden die verkoold en gebruikt in een door zijn glasblazer telkens opnieuw gemaakte en vacuüm gezogen lamp. Vaak gebeurt het dat iets is verkoold en in een hoefijzervorm klaar is om voorzichtig in de lamp geplaatst te worden en dat dan de stukken kool uiteen vallen. Dan gaat het van voren af aan. Het is werkelijk monnikenwerk. Hij zoekt en zoekt, dagen en jaren achtereen, en uiteindelijk vind hij dan het juiste materiaal, verkoold katoen. De lamp met een redelijke brandduur heeft hij ontdekt. Maar daarmee is de kous nog niet af. Om de lamp ook werkelijk door de samenleving te kunnen laten gebruiken moet hij ook de moderne krachtcentrale uitwerken. De huishoudens moeten stroom hebben. Enorme dynamo’s worden gebouwd die worden aangedreven door stoommachines. Schakelaars moeten worden bedacht, isolatiemateriaal voor draden en fittingen, instrumenten die het gebruik van de stroom meten en registreren. Duizendeneen dingen die met de verlichting samenhangen moeten worden uitgewerkt. Dit soort gigantische klussen zijn Edison toevertrouwd.
      Hij was een man die gemakkelijk dagen aaneen kon werken zonder te slapen met alleen een broodje en koffie als voeding. Hij was niet gemakkelijk voor zijn omgeving, maar stelt zich toch ook niet boven zijn eenvoudigste werknemer. Hij bezat een grote innerlijke kracht omdat hij ervan overtuigd was dat de wereld op zijn uitvindingen zat te wachten. Andere uitvinders placht hij mee te geven dat ze niet zomaar de natuur overhoop moesten halen op zoek naar het onbekende, maar dat ze moesten aanvoelen wat de mensheid nodig had. Dat bracht hij in de praktijk in zijn zoektocht naar de gloeilamp.
     Hetzelfde doorzettingsvermogen maar met minder geslaagd eindresultaat laat hij zien bij zijn zoektocht naar een plant die de grootste hoeveelheid rubber zal leveren. Rubber blijkt vooral na de Eerste Wereldoorlog met het toenemende verkeer en vanuit defensief oogpunt belangrijk materiaal. Als een bezetene verzamelt Edison — hij is dan al in de zeventig — planten uit alle windrichtingen. Hij markeert eerst met een potlood in een vierduizend bladzijden tellende plantenencyclopedie welke planten melk bevatten of gewoon sap. Hij laat een nieuw laboratorium in Florida bouwen en concentreert zich op de Ficus en Euphorbia. Hij schetst duizenden planten, droogt ze, maalt ze fijn met een koffiemolen, mengt het maalsel met diverse chemicalin en filtert de vloeistof. De resultaten worden vastgelegd in meer dan 530 notitieboeken. Meer dan 13.000 monsters worden genomen en gecatalogiseerd, wat resulteert in 2.222 plantensoorten, onderverdeeld in 977 geslachten en 186 plantenfamilies. Kortom hij heeft zomaar een omvangrijke hortus botanicus in West Orange, vlakbij New York, tot stand gebracht. Maar alle energie blijkt vruchteloos, synthetische rubber heeft de toekomst.
      We kunnen hieruit leren dat de oude Edison nog dezelfde karaktereigenschappen heeft als de jonge Edison, maar er is een belangrijk verschil zichtbaar. De jonge Edison weet intuïtief, of voelt aan, wat nodig is en dat er een goede oplossing kan worden gevonden. Zijn zoektocht naar rubber komt voort uit vaderlandsliefde, en niet meer uit liefde voor de hele mensheid. Die motivatie, die beperkende condities, vormen een essentieel verschil. Vaderlandsliefde blijkt te beperkt voor de echte intuïtieve geest. De echte Edison is er voor mijn gevoel dan al niet meer.

Onze uitvinder was een uitzonderlijke werkgever, zeker voor zijn tijd. Het kon hem niet schelen als hij als een zwerver gekleed ging. Hij deed zonder er een probleem van te maken het laagste en smerigste werk als goten graven in New York op het moment dat daar de elektrische verlichting onder zijn leiding wordt aangelegd. Hij was duidelijk het hardst voor zichzelf, maar scheen er niet onder te lijden. Slapen deed hij ter plekke op een grote bos kabels in een loods.
     Hij wilde ook nog wel eens een practical joke met iemand uithalen. In zijn jonge jaren zette hij eens de waterkranen in de wc’s onder een lage elektrische spanning via de waterleiding. Hij ligt dan met een vriend op het dak te genieten van alle consternatie als telegrafisten hun handen niet kunnen wassen zonder een schok te krijgen.
     Later als hij in Menlo Park een groot laboratorium heeft opgezet is het ’s avonds vaak bal, er is veel vrolijkheid. Mensen werken graag voor hem. Er wordt wel muziek gemaakt en enkele van de echtgenotes brengen eten. Edison blijkt dan ook goed in de kameraadschap en over veel humor te beschikken. Hij heeft een onderhoudende geest waarmee hij zijn werknemers heel goed weet te vermaken. Zij zijn eerder dikke vrienden en discipelen dan gewoon personeel.
      Maar hij kan ook veeleisend zijn. Op een gegeven moment, ergens in 1870 — hij is dan pas 24 jaar oud en heeft al heel wat personeel op de loonlijst staan — krijgt hij een spoedopdracht voor zijn aandelenprinters. Dat waren speciale telegraaftoestellen waarmee de koersen van aandelen konden worden doorgeseind en met een naaldje op papier worden afgedrukt. Er is grote vraag naar bij kranten, banken en wisselkantoren. De apparaten zijn dan nog maar net op de markt en voldoen nog niet helemaal. Het tobt met wat kinderziekten. Hij neemt zes van zijn trouwste en loyaalste mannen apart en zegt tegen hen dat hij van plan is zichzelf met hen in te sluiten, de deur op slot te doen en pas weer naar buiten te gaan als het probleem is verholpen. En dus doet hij de deur op slot en gaat het hele gezelschap naar de eerste verdieping om pas zestig uur later, twee en een halve dag dus, weer naar buiten te komen. Al die tijd moeten de mannen het zonder eten en slaap doen. Klagende en jammerende vrouwen bieden bij de buitendeur eten en drinken aan. Zij proberen Edison over te halen hun mannen naar huis te laten gaan, maar zonder resultaat.13 Zo is Edison, ten voeten uit, en zo zijn ook enkele van zijn loyaalste medewerkers als de Engelsman Batchelor en de Zwitser Kruesi.
      Edison is in zijn hart een simpele man. Hij is de man die de natuur wil onderzoeken en die zelf wil ervaren. Zijn grote voorbeeld is Faraday wiens Experimentele Onderzoek naar Elektriciteit hij in alle vrije uren die hij maar heeft, bestudeert14.

Religie is een ander interessant aspect in het leven van deze ‘adept’, of eigenlijk ook niet. Want religies bestaan voor hem niet, wat we al kunnen vermoeden uit zijn bewondering voor de Amerikaanse filosoof Paine. Dit leidde tot opmerkelijke ontboezemingen. De schoonvader van zijn tweede vrouw, Lewis Miller, was iemand die zeer actief was in het christelijke vormingswerk, jawel. Miller maakte zijn fortuin met de ontwikkeling van landbouwapparaten en was samen met een destijds bekende dominee oprichter van het Chautauqua-instituut in New York. De Chautauqua-beweging was een van oorsprong puur evangelische beweging en stimuleerde de zondagsschool en avondstudie. Later wordt de organisatie wereldser en bood ze over heel Amerika cursussen en zelfstudies aan op velerlei gebied.
      Op een gegeven moment besluit Edison naar Chautauqua bij het Eriemeer te gaan om de vrouw, die hij bij een eerdere gelegenheid herkende als zijn toekomstige bruid, nog eens te ontmoeten. Hij vindt zijn aanstaande vrouw Mina, hoewel zij van een huwelijk dan nog niets weet, temidden van een groot gezelschap van evangelisten en dominees. Daar zou hij hebben laten vallen ‘dat hij niet bepaald dezelfde overtuiging deelt’. Voor hem, zo zegt hij, is kerkgang zinloos. Hij hoort er toch niets van. Daarnaast maakt hij ook nog eens de slechte grap dat als hij toch mocht kiezen voor een geloof, hij het Rooms-Katholieke zou kiezen, ‘omdat als je daar je geld betaalde, de priester, wiens zaak het was, wel voor de rest zou zorgen.’15
      Nee, Edison was niet religieus en al helemaal niet diplomatiek, maar wel vrij en vrijgevig. Hij was een vrijdenker, een individualist. Zijn filosofische bespiegelingen waren gestoeld op de theosofie en Swedenborg. Hij geloofde net als Sir Isaac Newton dat elk atoom bezield was, dat in elke onderverdeling van de natuur een zekere hoeveelheid primitieve intelligentie kon worden gevonden.
      ‘Kijk naar de duizenden manieren waarop waterstofatomen verbindingen aangaan met andere elementen, waaruit de meest diverse stoffen voort­komen.’ zei hij ooit eens tegen een verslaggever, ‘Wilt u zeggen dat dit gebeurt zonder intelligentie? Als ze samenkomen in zekere vormen worden zij dieren in de lagere rijken van het dierenrijk. Uiteindelijk komen zij samen in de mens die de totale intelligentie van alle atomen vormt.’
      ‘Maar waar komt die intelligentie oorspronkelijk vandaan?’ wordt vervolgens gevraagd.
      ‘Uit een grotere macht dan wijzelf (...) die bijna scheikundig kan worden aangetoond.’

Ja, Edison ziet in de zon één grote dynamo en is ervan overtuigd dat zwaartekracht geen zwaartekracht is16, één van de vier grote krachten in de natuur, maar gewone elektrische aantrekking. Daarom, zegt Edison, wordt het gewicht van een ding minder als het verder van de aarde is verwijderd.

In het oude Edison laboratorium zijn na zijn dood miljoenen documenten achtergebleven. Hijzelf heeft 3.400 volgeschreven notitieboekjes achtergelaten en ongeveer 250.000 stuks correspondentie die nu door het Edison Laboratory National Monument worden beheerd en op microfiche worden gezet. Dit vormt het overtuigende bewijs dat hij de oplossingen niet eenvoudigweg in de schoot kreeg geworpen, als een medium, zoals velen in die tijd wel dachten, maar dat hij een hardwerkende onderzoeker was, die gestuurd door zijn intuïtie en drang tot weten, duizenden proeven deed en de resultaten daarvan nauwgezet bijhield. Dat de wetenschap toch vaak grote moeite heeft hem vooral in het begin serieus te nemen komt het mooiste tot uiting op het moment dat hij zijn eerste fonograaf — de voorloper van de platenspeler die geluiden kon opnemen en direct weer afspelen — toont aan een grote bijeenkomst van leden van de Amerikaanse Academie voor de Wetenschappen. Een professor greep hem woedend bij zijn kraag en riep, ‘oplichter, hoe durf je ons te bedriegen met dit apparaat, smerige buikspreker!’ Ja, het vastleggen van de menselijke stem werd in het begin met ongeloof ontvangen en gezien als iets magisch. Zelfs mevrouw Blavatsky was er van onder de indruk.
      We weten nu wel dat hij niet als een soort Willy Wortel maar wat aanknoeide, verre van dat, hij was een echte systematicus. Tussen die eerdergenoemde miljoenen documenten die na zijn dood in 1947 zijn achtergebleven vinden we bijvoorbeeld een oude tabel uit zijn jonge jaren met gewichten, trekkrachten en elektrische weerstanden van ijzer- en koperdraad met verschillende diameters. Helemaal aan het begin van zijn carrière knobbelde hij al uit wat de beste verhouding ijzer en koper kon zijn voor de samenstelling van telegraafdraad. De reden is simpel. Telegraafdraad moest licht zijn, maar ook sterk en moest een lage elektrische weerstand hebben. Hij moest licht en sterk zijn omdat de palen dan ver uit elkaar konden staan en er dus weinig palen nodig zouden zijn. De elektrische weerstand moest laag zijn zodat er weinig telegraafstations nodig waren. Bedenk dat in de tijd van de eerste telegraafkantoren een bericht soms vele keren opnieuw ontvangen en doorgeseind moest worden, vanwege de beperkte afstand waarover het signaal kon reizen.
      Nee, hij was geen tovenaar. Maar niet iedereen was daarvan overtuigd. Het bijgeloof groeit snel en hij wordt ook al snel de tovenaar van Menlo Park genoemd. Maar telkens weer verklaart hij tegenover verslaggevers dat er alleen sprake is van hard werken. Hij is gewend te spreken van 99% transpiratie en 1% inspiratie.
      Deze verklaring staat tegenover die van ene dominee Hatch in de New York World17 maar hoeveel hiervan waar is, moet in het midden blijven:
     Weet u dat hij [Dhr. Edison] een medium is, zijn grote uitvinding van de quadruplex telegraaf werd aan hem onthuld toen hij in een toestand van trance verkeerde. Op een dag zat hij en ging over in die toestand, nam een stuk papier dat voor hem lag en schreef totdat hij diverse vellen met dichtbeschreven aantekeningen had. Toen hij wakker werd, wreef hij zijn ogen uit en zei dat hij dacht dat hij had geslapen, totdat zijn ogen vielen op het stuk papier dat hij niet eerder had gelezen en zijn gebruikelijke vloeken de vrije loop liet. Hij zei dat hij nu eindelijk de oplossing had waar hij zolang voor geworsteld had.

‘Mensen zeggen dat ik dingen heb gecreerd,’ schrijft de mystieke Edison in een essay voor een Amerikaanse krant in 1911. ‘Maar ik heb nooit ook maar iets gecreerd. Ik krijg indrukken uit het universum als geheel en werk die uit. Ik ben alleen de onbewerkte grammofoonplaat of een ander ontvangend apparaat, zo u wilt. Gedachten zijn indrukken die we van buiten ontvangen.’
      Hoewel dit de verklaring van dominee Hatch lijkt te bevestigen kunnen we hier niet spreken over mediumschap in Theoso­fische zin. Een echt medium is passief, geeft zich over aan krachten buiten zichzelf ongeacht wat die zijn. Een medium heeft nauwelijks of geen eigen wil meer en wordt in negen van de tien gevallen gebruikt door een lege schil, de kakelende echo’s uit het vorige bestaan van wie dan ook. Een ‘schil’ is het vliegwiel van de psyche dat na de dood alleen nog maar uit kan draaien totdat alle energie eruit is verdwenen. Schillen kunnen dan ook geen hulp voor uitvinders zijn, zij die behoefte hebben aan werkelijk originele visies.
      Een paar dagen later gaat Edison verder met het uitwerken van zijn godsdienstige visie in een ander blad. Hij schrijft dan dat hij niet gelooft in een ‘Almachtig Wezen’, wat hij het gruwelijke resultaat van lichtgelovigheid en misleiding noemt. Hij doet grote moeite om duidelijk te maken dat hij wel gelooft in een Almachtige Intelligentie zonder het te personifiren, zonder er een persoon of wezen in te zien. Die Almachtige Intelligentie kunnen we ons voorstellen als een soort superbrein dat alle afzonderlijke lagere intelligenties op de planeet van informatie voorziet. Waar individualiteit volgens Edison op neerkomt is te vinden op het meest simpele cellulaire niveau van ieder mens, als een biologische constructie, een machine met delen; ‘werkelijk elke cel in die menselijke machine wordt bestuurd door onveranderlijke wetten’ die in de essentie van de persoonlijkheid van een mens [hier moet hij eigenlijk individualiteit bedoelen] zijn terug te vinden.
      ‘Zelfs als we zouden zeggen dat er niet zoiets als een ziel zou bestaan,’ zo gaat hij verder ‘in zuiver theologische zin, dan nog zouden we kunnen zien dat er alleen een constante en onveranderlijke hoeveelheid leven in het universum kan zijn.’ Deze gedachte van hem vindt zijn parallel in die van Faraday wanneer die zegt dat energie onveranderlijk is.

Achteraf kunnen we vaststellen dat de jonge Edison eigenlijk veel interessanter is dan de oudere. Tot ongeveer zijn veertigste jaar zien we een genie aan het werk die de natuur wil onderzoeken, begrijpen en haar geheimen wil ontfutselen ten behoeve van de hele mensheid. Hij wordt dan overduidelijk gedreven door zijn hogere intuïties én door zijn grote voorbeeld Faraday die geen acht sloeg op werelds aanzien en rijkdom. Al het geld dat hij in het begin uit zijn patenten ontvangt investeert hij weer volledig in andere nieuwe projecten. Hij schaft de duurste en nieuwste instrumenten aan. Maar met het verstrijken der jaren krijgt de zakelijke Edison de overhand, komt hij meer onder de invloed van de robber barons, de gewiekste zakenlieden en bankiers, hij lijkt gevoeliger voor egocentrische instincten met alle kwalijke invloeden daarvan. Er gaat een sluier over de oorspronkelijke spontane uitvinder en hij verandert in een uitvinder met wedijver als grootste drijfveer. De mislukkingen stapelen zich dan ook op. Hij koopt onrendabele mijnen op omdat hij hoopt met een nieuwe magnetische methode meer ijzer uit het arme ijzererts te kunnen halen dan anderen. Als de prijs van ijzererts vervolgens keldert eindigt deze gigantische onderneming in een groot fiasco.
      Ook de latere affaires met de arme Nikola Tesla, een belangrijke onderzoeker van Servische afkomst en eigenlijk de meerdere van Edison op elektrisch gebied, maken de kwalijke invloed waaronder Edison komt te staan duidelijk. Shockerend is ook de invoering van de elektrische stoel op voorspraak van Edison en de daaraan voorafgegane afschuwelijke experimenten met dieren en de publiekelijke elektrocutie van circusolifant Topsy die onhandelbaar was geworden en twee oppassers had gedood.
      Edison wordt een voorstander van de executie van zware criminelen door middel van elektriciteit, in weerwil van zijn eerdere oppositie tegen de doodstraf. Dit heeft alles te maken met de bedenkelijke strijd die hij voert tegen concurrent General Electric die de wisselstroom als standaard in wil voeren. Edison gelooft niet in wisselstroom en wil zijn invloed op de stroomvoorziening in de grote steden niet verliezen, zijn bedrijf bezit immers alle krachtstations. Hij probeert het publiek ervan te overtuigen dat gelijkstroom veiliger is in vergelijking met wisselstroom. Dus probeert hij wisselstroom in diskrediet te brengen door het elektrocuteren van honden, kalveren en paarden. Dit moet bewijzen hoe dodelijk wisselstroom wel niet is. Het mag hem niet baten, wisselstroom blijkt uiteindelijk praktischer en in het voordeel.
      Vóór de invoering van de elektrische stoel zegt hij nog dat ‘er wonderlijke mogelijkheden schuilen in iedere menselijke ziel’. Hij kan niet accepteren dat welke vorm van straf dan ook een laatste kans op de verdienstelijkheid daarvan vernietigt.’18 Hieraan herinnerd zou hij later zeggen dat het doden met elektriciteit simpelweg ‘een goed idee was. Het zal bliksemsnel gaan, zo snel dat de misdadiger nooit veel hoeft te lijden.’ Hij meende dat een executie door ophanging een veel onmenselijker dood zal zijn.

Vele jaren eerder ontving hij van H.P. Blavatsky haar Sleutel tot de Theosofie en bedankte haar hartelijk daarvoor. Eerder al had hij haar Isis Ontsluierd en haar Geheime Leer gelezen. Op de tweede verdieping van zijn twaalfduizend boeken tellende bibliotheek trof men na zijn dood diverse planken gevuld met boeken over theosofie, psychische vermogens, reïncarnatie en Swedenborg’s Hemel en Hel aan. Hoewel Edison nooit actief is geweest als theosoof, doet hij met zijn intuïtieve, openhartige publicaties over een onpersoonlijke goddelijke intelligentie die ieder mens kan bereiken en beroeren, wel enig theosofisch veldwerk, zij het onbewust en negeert hij zoals velen na hem, zijn bron.
      Edison is geen adept, geen magir, maar een worstelend genie die het Pad probeert te gaan en ook wel eens een harde val maakt. Edison maakt in korte tijd af waar anderen lang aan hebben gewerkt of over hebben nagedacht, zoals enkele verbeteringen aan het rntgenapparaat, waarvoor hij overigens nooit patenten heeft aangevraagd.19 Als Edison ergens voor als voorbeeld kan dienen is dat niet om zijn uitvinderstalent, of om zijn praktische kennis van elektriciteit, nee, als hij ergens om geerd en nagevolgd moet worden is dat om zijn doorzettingsvermogen en zijn onbuigzame wil. Wilskracht is het ene element dat ieder mens nodig heeft om volledige controle over zichzelf te krijgen, om zich Zelf te kunnen worden.

We hebben gezien hoe fel het geestelijke vuur van Edison heeft gebrand. Welke tegenslag dan ook, geen enkele ervan kan hem uit het veld slaan. Hij is dan ook altijd een oprechte vrijdenker geweest. Geen enkele uitvinder, niet één groot man die in zekere zin zijn hogere intuïtieve vermogens probeert te gebruiken, kan dat als hij niet buiten de beklemmende grenzen van de kleine waarheid durft te gaan. Grote mensen gaan voorbij religie. Religie spoort ons aan binnen de door mensen gevormde paden van recht en orde te blijven. Die mensen zijn bang voor de toorn Gods, maar mensen die bang zijn voor God, zijn bang een zonde te begaan, zij houden niet van God. Waar je bang voor bent haat je.
      In de wereld van de ziel bestaan goed en slecht niet, maar alleen dat waar onze ziel ons naartoe trekt. In dromen, en na de dood, in die werkelijke wereld, de wereld van de geest, zal onze ziel paden bewandelen die buiten het juridische systeem van deze wereld vallen, waarover niemand van hier iets kan zeggen, laat staan oordelen, nog niet de machtigste man of vrouw. Het is karma alleen dat ons wat te zeggen heeft, de niet tegen te houden echo van dit leven.
      Edison laat zich vaak en vooral in zijn jonge jaren leiden door zijn hogere ziel, door het geestelijke vuur dat fel in hem brandt. Het is dan ook onjuist als wij hem op zijn onvolkomenheden af willen rekenen. Hij heeft gedaan wat velen van ons alleen kunnen dromen.
      Op 21 oktober 1931, om tien uur ’s avonds, gaan in heel New York de lichten enkele minuten uit. President Herbert Hoover heeft de Amerikaanse bevolking gevraagd alle lichten een paar minuten te doven in huizen, kantoren en op straat20 uit eerbetoon aan Thomas Alva Edison, die op 84-jarige leeftijd is overleden. Hij wordt de Prometheus van Amerika genoemd, de lichtbrenger. Hij kwam precies op het juiste moment. Zo vlak voor het einde21 van de grote cyclus die met de Tweede Wereldoorlog definitief wordt gesloten. Hij geeft het startsein voor het denken op een hoger gebied en zet de toon voor de volgende grote cyclus.
     Kort voordat Edison overlijdt, vragen verslaggevers of hij gelooft in een voortbestaan na de dood. ‘Het enige voortbestaan dat ik me kan indenken is weer een nieuwe levenscyclus te beginnen.’22
      

Noten:
1 Bewerkte versie van lezing te Gouda, 8 november 2003.
2 De gemiddelde succesvolle uitvinder schijnt in zijn leven onder de honderd patenten te blijven.
3 Zie Thomas Paine, Collected Writings, blz. 731. Uitgave van The Library of America, isbn 1-883011-03-5.
4 Neil Baldwin, Edison Inventing the Century, blz. 75, isbn 0-226-03571-9.
5 Zie Sven Eek, Damodar, blz. 635-638 en A. Trevor Barker, De Mahatma Brieven, blz. 30-1.
6 A. Trevor Barker, De Mahatma Brieven, blz. 184.
7 Matthew Josephson, Edison a Biography, blz. 98, isbn 0-471-54806-5.
8 http://edison.rutgers.edu/docsamp.html
9 Baldwin, blz. 296.
10 Baldwin, blz. 323.
11 A. Trevor Barker,De Mahatma Brieven, blz. 184.
12 Baldwin, blz. 94.
13 Josephson, blz. 90.
14 id. 61.
15 Josephson, blz. 307.
16 Dr. Pari Spolter, toont aan dat de zwaartekracht van Newton niets anders is dan een variatie van de elektro­magne­tische krachten, in het uitstekende boek Gravitational Force of the Sun, Orb Publishing Company, isbn 0-9638107-5-8.
17 Theosophist van juni 1880.
18 http://www.edisonandtheelectricchair.com/trivia.php
19 Baldwin, blz. 253-4.
20 James Newton, Uncommon Friends, blz. 1, isbn 0-15-692620-2.
21 Voor degenen die geïnteresseerd zijn in occulte mechanismen is het misschien aardig te weten dat bij een verbrandingsmotor de vonk van de bougie het explosieve mengsel in de cilinder tot ontploffing brengt vlak vrdat de zuiger op zijn hoogste punt is. Dit is vooral interessant omdat de natuur dezelfde werkwijze laat zien als zij net voor het einde van een cyclus en vlak voor het begin van een nieuwe cyclus een impuls geeft. De technici onder ons zullen beamen dat het geen zin heeft een bougie te laten vonken als een zuiger in de cilinder al halverwege zijn reis naar beneden is en zich klaarmaakt om de verbrande gassen uit te stoten. Analogien tonen hier hun waarde.
22 Zie Sylvia Cranston, Het Bijzondere Leven & De Invloed van Helena Blavatsky, blz. 181, isbn 90-70328-42-9.


Door Fred A. Pruyn, oktober 2005