Ideeën regeren de wereld
‘Ik denk, dus ik besta,’ was voor René Descartes, de beroemde Franse filosoof uit de 16e en 17e eeuw, voldoende. Ongeveer zoiets zoals op school een zesje halen, als een hoger cijfer niet nodig is. Hij verklaart dat hij een ingeboren beeld heeft van God als een perfect wezen en leidt daaruit af dat God noodzakelijkerwijs moet bestaan, want als hij niet bestond zou hij niet volmaakt zijn. Dat Descartes over zichzelf kon nadenken was voor hem het bewijs van het bestaan van een zelf. Iets wat wij theosofen beamen, al voegen wij er snel aan toe dat wij meerdere zelven kennen, hogere en lagere.
| H |
Is er iets dat niet leeft?
Voor degenen die nieuw zijn in de wereld die theosofie heet is
het misschien goed te weten dat ook gedachten als levende wezens worden gezien.
En om het beeld maar meteen compleet te maken, wij zeggen dat alles levend is
en dat er geen dood bestaat. Wat wij dood noemen is een transformatie waarbij
de ziel deze wereld verlaat en op een ander onzichtbaar gebied verdergaat om
te zijner tijd weer op dit vertrouwde toneel terug te keren.
ALLES is bezield. Zelfs de grofste materie wordt nog als een straal
licht afkomstig uit de puur geestelijke werelden gezien. Dit klinkt toch heel
anders hè dan de mening van een paar katholieke geestelijken die een
eeuw of zo terug er zelfs nog aan twijfelden of vrouwen eigenlijk wel een ziel
hebben! Ja, alles dat ons omringt leeft, we worden gedragen, voortdurend gekoesterd
door één kluwen van leven, in de zichtbare en de onzichtbare wereld. Zelfs zand
en mineralen leven, al hebben ze geen armpjes en beentjes. Alleen in evolutionair
opzicht ligt zand op de mens achter. Maar we zullen zien dat de tijd net zo
liefdevol omgaat met zand als met de mens, het komt heus wel verder dan het
lopen in een zandloper ...
De theosofie onderschrijft wat Paracelsus beweerde over de natuur
toen hij zei dat: ‘Alles is voortgebracht door één universele scheppende
krachtsinspanning ... Niets in de natuur is dood. Alles is organisch en leeft,
en daarom blijkt de hele wereld een levend organisme te zijn.’ Paracelsus
in Philosophia ad Athenienses, vertaling van F. Hartmann.
Menselijk ingrijpen
We gaan een paar jaar terug in de tijd. In West-Europa
hebben we verschillende keren te maken met grote wateroverlast. Grote delen
staan blank. Deskundigen verklaren in de media dat deze ramp onder meer het
gevolg was van het onbeperkt kanaliseren en stroomlijnen van de grote rivieren
als de Rijn, Donau en andere grote rivieren. Ook de cultivatie van berghellingen
zou hebben meegewerkt aan de versnelde afvoer van regenwater, waardoor aan de
benedenloop van de grote rivieren het water het land veroverde. En uitgerekend
dit jaar slaat ons dan de schrik om het hart als het maar niet wil regenen.
Dit bewijst hoe het door de commercie gestimuleerde gedachteleven
van de moderne burger heeft bijgedragen aan het feit dat we meer en meer met
wateroverlast te maken kunnen krijgen. Als we tevreden waren gebleven met een
langere vaarroute of met een beboste berghelling hadden we niet de overlast
gehad die we nu periodiek ervaren.
Nog een ander werelds voorbeeld van een onbegrepen ingrijpen in
de natuur. De enorme hoeveelheden asfalt en bebouwing moeten haast wel een effect
hebben op het klimaat. Het zwarte asfalt waarboven op zomerse dagen de lucht
danst als iemand die over hete kolen loopt, moet wel een zekere meteorologische
invloed hebben. De snelwegen, waar we wereldwijd inmiddels meer dan vele duizenden
vierkante kilometers van hebben, slaan op zonnige dagen veel zonne-energie op
terwijl dat oorspronkelijk veel minder moet zijn geweest. Eigenlijk kan dit
beeld versimpeld worden door te denken aan een kookplaat. Het asfalt, de bebouwing
en de zandgrond vormen op zonnige dagen een grote warme kookplaat. (Op 11 december
2003, weken nadat deze voordracht werd gegeven, maakt Nasa
bekend dat deskundigen op basis van satellietwaarnemingen, modellen en
observaties op de grond, zien dat steden invloed schijnen te hebben op veranderingen
in het klimaat.)
Dit is maar een simpel voorbeeld dat aantoont hoe onze ideeën
rond het inrichten van onze aarde, die voor negenennegentig procent voortvloeien
uit een hang naar groter comfort, onverwachte bijwerkingen opleveren. En dan
hebben we het nog niet over het kappen van de regenwouden van Zuid-Amerika en
de ontbossing op andere plaatsen. Hieruit trekken we een eerste dure les: de
uitwerking van op zelfbelang gerichte ideeën is zelden heilzaam en handelingen
die uit respect voor de natuur of voor het welzijn van anderen worden gedaan,
vertonen juist een heilzaam effect, dat wil zeggen, geven groter geluk. Hier
zien we ook het verschil tussen het denken met het brein en het denken met het
hart. Een actief brein op zichzelf gelaten, kan alleen berekenend werken, kent
sluwheid. Het hart behoort dat denken aan te vullen en te sturen. We zouden
geen Betuwelijn of HSL aanleggen als we met ons hart zouden denken. Denk aan
dat Zen-verhaaltje waarin een leraar elke ochtend een paar kilometer moest lopen
naar de dichtstbijzijnde brug om de andere kant van de rivier te bereiken en
toch het aanbod van een discipel om een brug te bouwen afslaat. ‘Waarom
zou je een brug bouwen als ik morgen dood kan zijn,’ was zijn antwoord.
Het is de essentie van dit verhaal. Dit toont in één kernachtige zin aan waarom
het zogenaamd superieure westen verder is in techniek en commercie dan Aziatische
landen. Wij leven met de illusie dat we maar één keer leven en daar willen we
dan ook al ons geluk uit halen, zoals Descartes die het als zijn belangrijkste
streven zag zo oud mogelijk te worden, terwijl oosterse volkeren worden grootgebracht
met het idee dat we tijdelijke gasten in deze wereld van ellende zijn, gevangenen
van ons eigen handelen en zelfmisleiding. De dood is dan onze grote bevrijder.
Eenheid staat boven alles
Een ander belangrijk theosofisch gegeven in dit verhaal
over de invloed van ideeën is de eenheid van al wat is. De theosofie leert niet
alleen dat alle dingen met elkaar zijn verbonden door onzichtbare banden en
energieën, maar dat alles werkelijk één IS. Als één wezen lijdt, lijden we allemaal.
Als iemand van een ander steelt, of het leven van een ander neemt, ontneemt
hij niet alleen het geluk van die ene persoon maar het geluk van iedereen. Op
dit fundamentele beginsel zijn de tien geboden van Mozes gebaseerd en is de
bergrede van Jezus terug te voeren. Het is een morele code die aan ieder persoon
die is begiftigd met een gezond verstand van nature bekend moet zijn.
Onze beschaving, die vooral op een christelijke leest is geschoeid,
heeft onder invloed van het denken van Aristoteles een scheiding aangebracht
tussen het ik en de ander, tussen ik en de natuur, tussen ik en God. Maar zoals
een druppel water in essentie niet verschilt van de oceaan waar hij deel van
uitmaakt zegt de zuivere geestelijke leer dat er geen verschil bestaat tussen
ik en God. Ieder van ons IS God. Zoals we in Johannes 10:34 kunnen lezen: ‘Weet
gij niet dat gij goden zijt?’ Deze gedachte staat dus op gespannen voet
met het idee van Descartes dat God perfect is, maar los van ons staat.
Een echte Obelix?
We gaan verder met de levende ideeën en de invloed van
onze gedachten op de wereld. We maken een sprong naar het begin van de vorige
eeuw. Rond 1912 kwam een kleine 26-jarige man uit Letland in de Verenigde Staten
aan. Zijn naam was Edward Leedskalnin. Hij had in een depressieve bui zijn moederland
verlaten omdat zijn tien jaar jongere verloofde hem op het laatste moment de
bons gaf. Ze vond hem uiteindelijk te oud en te armoedig. Hij streek neer in
Florida en bleek een bijzondere kennis te hebben van magnetisme, de aard van
elektriciteit en gesteente.
Wat hem nu zo bijzonder maakt en waarom ik hem in dit verhaal te berde breng is, dat hij op bijna magische wijze tussen 1920 en 1940 en geheel eigenhandig
een kasteel van koraalrots in Florida heeft gebouwd. Blokken van duizenden tonnen
keihard koraalkalksteen, waar menige diamantzaag op stukloopt, haalde hij in
het diepste geheim ’s nachts uit een groeve een paar kilometer verderop,
vervoerde dat op zijn open vrachtauto en bouwde daarmee zijn paleisje met een
2,5 meter hoge muur, bestaande uit blokken van zo’n 30 ton per stuk, rond
het halve hectare grote terrein. Zijn Coral Castle is bezaaid met kunstvoorwerpen
waaronder een bijzondere zonnewijzer en obelisk met een halve maan er bovenop.
Het terrein doet denken aan de wereld van de Flintstones maar
dan stukken minder gezellig. Wat heet, de leefomgeving is eigenlijk gewoon spartaans
en maakt eigenlijk ook wel duidelijk dat de verbreking van de verloving op goede
gronden is gebaseerd. Dit is toch geen huis voor een dame.
De bezoeker kan via een enkele koraalstenen draaideur van negen
ton, het gewicht van een kleine vrachtauto, het terrein oplopen. De poort is
zo gemakkelijk in beweging te brengen dat een klein kind hem open kan doen.
In het kasteel staan drie tronen. De comfortabelste was uiteraard voor hem,
daarnaast een fraai afgewerkt exemplaar voor de bruid die nooit kwam opdagen
en achter hem een akelig ruwe zetel met scherpe randen voor de schoonmoeder,
die naar hij hoopte dan niet te lang zou blijven. Alles is nog steeds te bezichtigen,
wat jaarlijks door zo’n 60.000 toeristen wordt gedaan.
De magische kant van dit verhaal is dat niemand weet hoe hij het
werkelijk gedaan heeft. Hij had amper wat gereedschap. Na zijn plotselinge dood
in een ziekenhuis in 1951 is er slechts wat klein gereedschap gevonden en veel
papieren. Wel bestaan er nog twee foto’s waarop hij aan het werk is met
een takel op een driepoot met katrollen, maar hiermee zou hij nooit zijn enorme
blokken hebben kunnen verplaatsen. Daarvoor zouden enorme verrijdbare kranen
nodig zijn, maar die zijn nooit aangetroffen. Nee, er is nog heel veel onbeantwoord.
Hij verdiende zijn brood met het geven van rondleidingen in zijn
kasteel en met de verkoop van pamfletten waarin hij zijn visie op elektriciteit,
magnetisme en trillingen uiteenzette. Hoewel zijn leringen laten zien dat hij
nooit meer dan een paar klassen van een middelbare school van binnen heeft gezien,
is hij zeker wel de vriend van theosofen als hij zegt dat alles dat bestaat
leeft, bezield en polair van aard is. Dat wil zeggen dat alles een noord- en
zuidpool heeft en alszodanig gevoelig is voor passerende energieën of krachtvelden.
Door die magnetismen te beïnvloeden kan zelfs de zogenaamde zwaartekracht, die
uiteindelijk niets anders zal blijken te zijn dan een gewone elektromagnetische
kracht, geneutraliseerd kan worden. Verder beweerde hij de kunst te beheersen
waarmee de Egyptenaren de piramides hadden gebouwd, wat zeker niet onmogelijk
is. Een paar scholieren die hem ooit eens hebben kunnen betrappen bij het verplaatsen
van de rotsblokken verklaarden dat hij de stenen scheen vast te houden en er
zachtjes tegen zong!
Dit schijnt onwerkelijk en riekt naar bedrog maar de zaak is terdege
onderzocht en tot op de dag van vandaag is het wonder niet verklaard. Het landgoed
maakt thans deel uit van de Amerikaanse National Heritage, een tegenhanger van
onze Monumentenzorg, en is dus beschermd cultuurgoed. Hoewel, veel bescherming
zal het kasteel niet nodig hebben want de loeizware stenen zitten zo ongelofelijk
vast in elkaar dat ze ondanks het ontbreken van cement misschien net zo lang
als de piramiden zullen blijven bestaan. Op www.coralcastle.com
is meer informatie te vinden.
De bijzondere kennis die Leedskalnin meenam in zijn
graf vindt zijn evenknie in de net zo bijzondere Keeley, ook al een Amerikaan,
die in de tijd van Blavatsky leefde. Hij werd tamelijk beroemd doordat hij een
motor had ontwikkeld die zonder brandstof draaide, maar het kostte hem vele
jaren om te ontdekken dat de motor die door geen ander bediend kon worden dan
hemzelf alleen werkte door het elektrische vermogen dat hij zelf voortbracht.
Over hem en in dit verband eigenlijk ook over Leedskalnin schrijft
Blavatsky verder: ‘Er kan geluid worden voortgebracht van een zodanige
aard, dat de piramide van Cheops erdoor zou worden opgetild. (...) En ‘dat
geluid een enorme occulte macht is; dat het kolossale kracht is; de elektriciteit
die wordt opgewekt door een miljoen Niagara’s zou nooit het kleinste vermogen
van die kracht kunnen opheffen, als deze door occulte kennis wordt geleid.’
We weten ook dat kristal door een hoge aanhoudende hoge toon uit elkaar kan
springen.
En op een hele andere plaats in haar meesterwerk De Geheime
Leer weet ze te vertellen dat de menhirs van Stonehenge en Carnac ooit door
adepten op hun plaats zijn gezongen.
Geluid ligt aan de basis van al het bestaan. Zoals Dr. de Purucker
verklaart:
In Job (xxxviii, 4-7) wordt duidelijk verwezen naar een zeer oude gedachte dat de wereld in al haar kosmische gebieden tot aanzijn werd gebracht door geluid, door gezang, een gedachte die we ook aantreffen bij de oude Druïden en Germaanse volkeren. Hier, in Job, zien we dat de sterren, bij het begin van de manvantara, de morgen genoemd, samen zongen en dat toen de zonen van God, die de godheden waren van het hoogste kosmische gebied, de werelden tot aanzijn riepen of zongen.
— De Bron van het Occultisme, blz. 206
Levitatie, gewichtloosheid door ompoling van objecten
of mensen, is een idee waar menige nuchtere westerling zijn wenkbrauwen bij
op zal lichten. Maar het mysterieuze zingen van Leedskalnin dat zo’n grote
invloed op de rotsblokken kan hebben gehad, zou inderdaad wonderen hebben kunnen
verrichtten. Er zijn meer van dit soort merkwaardige verhalen. Volgens Griekse
geschiedschrijvers zouden de muren van de oude stad van Thebe zijn gebouwd door
Amphion, een zoon van Jupiter, die de grote stenen verplaatste met de muziek
van zijn harp. ‘Door zijn gezangen werd hij zelfs gevolgd door stenen en
dieren.’
De Arabische historicus Mas’udi*, die wel de Herodotus van
de Arabieren wordt genoemd, schreef in de 10de eeuw dat de oude Egyptenaren
bij het bouwen van hun piramides papyri gebruikten waarop bepaalde tekens stonden.
Die werden onder de blokken steen gelegd, dan werd daarop met een instrument
geslagen wat een bepaald geluid voortbracht dat ze in de lucht liet stijgen
en waardoor ze over een afstand van zo’n 90 meter konden worden bewogen.
Denk in dit verband ook aan de muren van Jericho die door hoorngeschal instortten.
[*Andrew Collins, Gods of Eden, blz. 35-6. Mas’udi schijnt veel
te hebben geschreven maar slechts één verhandeling is nog bewaard
gebleven: Weiden van goud en mijnen vol edelstenen (uit het Engelse
vertaald, de oorspronkelijke titel is Arabisch).]
Geluid als gereedschap
Onze verre, verre voorouders van miljoenen jaren terug
konden, voordat de spraak was ontwikkeld, ook niet anders dan zingen en klanken
uitstoten. De dieren herinneren ons daar nog aan. De Purucker schrijft dat zieken
in prehistorische tijden werden genezen door zang. Door zingen werd de harmonie
hersteld en kon de gezondheid terugkeren.
Zeker, geluid is het belangrijkste occulte vermogen dat
er bestaat. Het is de trilling die voortkomt uit de bron van alles wat bestaat
en is het krachtigste middel om de ideeënwereld te mobiliseren. In dit verband
is het misschien aardig op te merken dat Nasa twee weken geleden bekend maakte
de eerste geluiden uit de ruimte te hebben opgevangen van een zogenaamd zwart
gat uit het sterrenbeeld Perseus. Een zwart gat wordt zo genoemd omdat de zwaartekracht
daar zo sterk zou zijn dat zelfs licht er niet uit kan ontsnappen. Maar wonder
boven wonder, geluid blijkbaar wel. Het geluid zou gelijkstaan aan een C maar
dan 57 octaven lager dan onze middelste C van de piano. Horen doen we die toon
dus niet.
Als we veronderstellen dat lage tonen de oudere vorm van hoge tonen
zijn, net zoals lange golven de bejaarde vorm van hoge korte golven zijn, zien
we hoe hier de materie veel van zijn energie heeft verloren en bijna is overgaan
in inactiviteit, de werkelijke betekenis van een zwart gat. Theosofen noemen
zo’n gebied of toestand een pralaya, een toestand waarin een wereld of
heelal eindelijk zijn oude evenwicht hervindt en overgaat in een gelukzalig
niet-zijn, een toestand waarin de materie tot rust komt, zoals mistbanken die
zich oplossen en de hemel weer helder maken. De spirituele betekenis van een
zwart gat heeft dus niets met de zwartgallige en geweldadige nachtmerrie van
de wetenschap te maken.
En dit brengt ons weer naar de wereld van de ideeën.
Ja, ideeën zijn net zo levend als al het andere om ons heen en onze altijd actieve
associaties makende breinen zorgen daarvoor. U zegt bijvoorbeeld dat u een idee
aantrekkelijk vindt als u uitroept ,,Dat is een aantrekkelijk idee!’’
Door dat te zeggen geeft u toe dat een idee, of een mentaal beeld, een eigen
leven leidt dat AANGETROKKEN kan worden. Ideeën worden door affiniteit en sympathie
aangetrokken. Een idee, zeggen wij, is een zelfstandig levend elementaal, een
onzichtbaar wezen dat wij kunnen aantrekken en afstoten. Indianen zagen ideeën
ook wel als geld, dat van hand tot hand kon gaan en naarmate het in vele portemonnees
heeft gezeten, verfomfaaid en bezoedeld raakt. Of het nu om geld gaat of niet,
ideeën regeren de wereld, waarmee Plato gelijk krijgt.
Iedereen heeft een bepaalde hoeveelheid ideeën of elementalen van
een bepaalde kwaliteit om zich heen hangen, als trossen algen aan de huid van
een schip. We spreken dan over het aura van de mens. Het is die onzichtbare
sfeer waar onze volledige geschiedenis en toekomst in is af te lezen, waarin
ons leven zich afspeelt. Het magnetisme waardoor gedachten en indrukken blijven
kleven wordt door ons innerlijk opgewekt en zal leiden tot het volgen van bepaalde
gewoontes. Vandaar dat de wijzen elke verandering vreesden, want elke verandering
zal tot nieuwe gewoontes leiden en nieuwe gewoontes leiden tot een ander karakter.
Gedachten volgen het magnetische veldlijnenpatroon zoals ijzervijlsel
een magneet. Het is de kracht van dat magnetische veld en die kluwen gedachten
die de ontwenning van bepaalde gewoonten zo zwaar maken. Het afleren van een
gewoonte betekent het afstoten van elementalen of ideeën door ons magnetisme
te veranderen. Door het ompolen van ons bewustzijn zijn wonderlijke zaken mogelijk.
Een bijna magische mogelijkheid om ons leven een andere wending te geven is
bijvoorbeeld het idee om van naam te veranderen. In De Geheime Leer lezen we
dat de macht van namen groot is en bekend was sinds de eerste mensen door de
goddelijke meesters werden onderwezen. Door een ingrijpende verandering als
de verandering van naam kan iemand zijn magnetisme dus gunstig of ongunstig
beïnvloeden.
De aarde als dynamo
En dan ja, waarom zouden we niet mogen denken dat ook
ons gezamenlijke magnetisme, het totale geluid dat wij allen maken op aarde
van invloed is op ons klimaat? En wordt dat niet mede bepaald door ons collectieve
denken? Alles werkt op alles in en dus zullen spanningen tussen mensen en volkeren
een negatieve invloed uit kunnen oefenen op andere mensen en volkeren, op het
klimaat en de bodem. Ja, we mogen zelfs niet uitsluiten dat aardbevingen mede
worden veroorzaakt door de spanningen die boven de grond worden opgewekt. Dat
de wetenschap hier hartelijk om zal moeten lachen geeft niet, wij kunnen net
zo hartelijk lachen om het zogenaamde wetenschappelijke idee dat onder onze
voeten zogenaamde aardschollen heen en weer drijven, waar totaal geen bewijs
voor is en zelfs wordt tegengesproken door een groeiende groep vooraanstaande
geologen.
Het voert te ver om hier diepgaand op in te gaan, maar misschien
is het wel het overdenken waard dat de aarde kan worden beschouwd als een super-dynamo.
De aarde draait onder invloed van haar eigen levenskracht die zij voor een belangrijk
deel ontvangt van onze zon. Ampère had ooit eens een proef gedaan met een magneetje
dat aan een helft bestond uit platina en dat dreef in een bad met kwik. In het
midden van het bad dipte hij één pool van een batterij in het kwik en liet de
andere pool contact maken met de metalen buitenrand. Op het moment dat hij contact
maakte begon het magneetje te draaien, waarmee aanschouwelijk is gemaakt hoe
onze aarde onder invloed van de energie van de zon rond haar as draait.
De krachtige elektrische stroom die de aarde van onze zon ontvangt
gaat ondermeer door het inwendige van onze aarde dat bestaat uit een heterogene
samenstelling van gesteenten en vele holten. Sommige gesteenten bevatten meer
ijzer en geleidende metalen dan andere. We kunnen ons voorstellen dan dat het
ene gesteente een elektrische stroom beter geleidt danwel tegenhoudt dan het
andere. En als er grote vermogens door de gesteenten gaan kunnen we ons ook
wel voorstellen dat zij onder invloed van die zonne-energie ladingen kunnen
opbouwen, als een soort condensators, waardoor enorm grote spanningen ontstaan
ten gevolge waarvan gesteenten kunnen smelten. Vinden we daar de oorsprong van
het magma en de lava die uit het inwendige van onze aarde komt? Gesmolten steen
onder invloed van de energie van de zon? Maar om nu te zeggen dat de hele mantel
onder de aardkorst één zee van magma is gaat misschien wat ver en is nog steeds
een onbewezen hypothese.
Wat betreft de spanningen onder de mensheid in relatie tot aardbevingen:
Spanningen in de aarde, voorafgaande aan een aardbeving, kunnen hun uitwerking
hebben op de belevingswereld van grote groepen mensen. Omdat een dynamo zowel
stroom kan leveren als zelf kan draaien als er stroom in wordt gevoerd, zo kunnen
we ons ook voorstellen dat spanningen onder de mensheid kunnen leiden tot verstoringen
van de altijd doorgaande stromen van elektrische energie in gesteenten. De aarde
zal zijn eigen ‘kundalini’ hebben, de slang- of cirkelvormige kracht
die zich in de mens onder bepaalde voorwaarden kan openbaren. Op sommige plaatsen
kan de spanning oplopen waardoor sommige gesteenten smelten en onderaardse holten
in elkaar klappen en andere dan juist weer exploderen. Kortom, diep in de aarde
speelt zich een wereld af die wij niet kennen, maar die moet reageren op onze
wereld, en viceversa, omdat we met elkaar zijn verbonden.
Continenten verrijzen en continenten verzinken, zoveel is duidelijk,
maar het mechanisme erachter is nog lang niet begrepen. Om de paar miljoen jaar
gaat de aarde naar de schoonheidsspecialist en komt daar in een andere gedaante
van te voorschijn. West-Europa en Noord-Amerika zinken nu langzaam weg, terwijl
Azië en Zuid-Amerika omhoog komen. Onze aarde is een levend organisme met een
eigen dynamiek en de heeft al vele diverse verschillende continenten en klimaten
gekend. Een warmer of kouder, droger of natter klimaat onder invloed van het
zogenaamde broeikaseffect zal ons niets nieuws brengen en hoeft ons ook niet
nodeloos ongerust te maken. De natuur werkt langzaam en geeft voldoende waarschuwingen,
zodat aanpassingen mogelijk zijn.
Waar het allemaal om draait
Wat voor theosofen echter duidelijk is, is dat de aarde
uiteindelijk pas in evenwicht zal zijn en volledig in harmonie, als het tijdperk
is afgesloten waarin weldoorvoede mensen naast uitgehongerde zielen leven, waarin
mensen op vuilnisbelten hun kostje bij elkaar moeten rapen terwijl een paar
kilometer verderop de rijken hun ondeugden achterna jagen. Als we weer één familie
zijn geworden, als we ook de minderheden, ja, ieder mens de liefde en zorg kunnen
geven alsof het ons eigen kind was, dan zal de harmonie weer hersteld kunnen
worden en zal de aarde ons niet meer verrassen met wilde atmosferische sprongen
en al te uitbundige waterpartijen.
We hebben nu tal van aardse veranderingen gezien die voornamelijk
geweten kunnen worden aan menselijk denken en handelen, maar er zijn ook veranderingen
die op een subjectief gebied plaatsvinden, laten we dat niet vergeten. Zoals
een drugsgebruiker het ene moment zich in een heerlijke roes bevindt maar zich
een moment later in de hel waant, zo ervaart ieder van ons de wereld op een
andere wijze en ziet een de wereld sneller veranderen dan de ander. Ook die
mentale veranderingen te kunnen beheersen en ook dat lijden uit de wereld te
helpen is één van doestellingen van de theosofie. Hoe kunnen we dat doen?
Wel, lijden is een gebrek aan harmonie, welzijn wordt dan dus bereikt
door het herstellen van harmonie, op welk gebied we dat ook willen zien. Hoe
kunnen we de harmonie herstellen op het gebied van het denken? Wel, als de wereld
wat goddelijker zou leven dan ze nu doet, zetten we al een stap in die richting.
Maar hoe doen we dat? De theosofie leert dat de mens zijn inspiratie krijgt
uit een goddelijke wereld. Ieder mens is een straal licht die komt uit de hogere
werelden. Niet echt hoog alsof het boven ons is, maar meer als volmaakter, krachtiger,
wijzer. De goddelijke wereld, is een wereld waar een grotere spanning een grotere
energie, een volmaaktere energie heerst dan hier. In een behoefte aan verlaging
van die spanning of energie, zeg maar ontspanning, daalt die energie af naar
de materiële wereld. Hierin vinden we de analogie dat wanneer wij ontspanning
zoeken, we onszelf een verwijdering gunnen van de geestelijke invloedssfeer,
we hebben dan behoefte aan vermaak.
Wat wij aan inzichten en inspiratie ontvangen van onze geestelijke
bron is voor de doorsnee mens gewoonlijk minimaal. Kijken we naar onweer en
een knallende bliksem dan kunnen we daar in dit geval veel van leren. Een knallend
onweer is zoals velen van ons wel weten niet anders dan het in evenwicht brengen
van extreme elektrische ladingen tussen atmosfeer, de bezielde levensvormen
op het aardoppervlak of zelfs met het zogenaamde meteorische continent dat hoog
boven de atmosfeer de aarde omgeeft. Alleen tijdens onweer wordt de uitwisseling
van energie zichtbaar die anders altijd onzichtbaar en voortdurend maar zeer
regelmatig plaatsvindt. Deze voortdurende uitwisseling van energie tussen het
vele kilometers hoog gelegen meteorische continent en het aardoppervlak is weer
te vergelijken met wat op onzichtbaar gebied wordt uitgewisseld tussen ons hoofd
en de geestelijke werelden. Het hoofd dat een voortdurende opwekker is van gedachten
is een kleine energiecentrale in zichzelf, vergelijkbaar met de zon, maar dan
een zeer flauwe versie daarvan. De uitstraling van ons denkorgaan beïnvloedt
de wereld waarmee de magnetische gesteldheid van ieder persoon, zoals eerder
genoemd, weer actueel is.
Vroege afbeeldingen en ikonen van heiligen laten zien hoe extatische
ervaringen konden leiden tot aura’s als die van de corona van de zon. In
zo’n toestand van extase kon volmaakt contact worden bereikt met het hogere
zelf. Maar wat bevordert nu de harmonie, wat voorkomt het bliksemen rond ons
hoofd? Uit Theosofische literatuur valt op te maken dat de bliksem rond ons
hoofd wordt opgewekt door opwinding, door sensatie en hartstochten. Grote wisselingen
van gemoedstoestanden kunnen eenvoudig worden genivelleerd door het streven
naar volmaakte kalmte, het vinden van sereniteit, hartstochtloosheid en volkomen
onverschilligheid voor ons lot. Met andere woorden, als we al die tegenovergestelde
innerlijke toestanden kunnen bereiken die wij beschouwen als aards.
Alle wetenschappelijke onderzoeken ten spijt kunnen we
niet anders concluderen dan dat alles om ons heen dodelijk is, een sigaret meer
of minder doet er niet toe. Er is geen vitamine die ons van het graf of de oven
kan redden. Met elke nieuwe dag die aanbreekt blazen wij een beetje leven uit.
Tenzij we de kracht uit de goddelijke wereld omlaag kunnen roepen door een bezield
leven te leiden. Als we leven zoals we werkelijk behoren te leven, als goden,
kunnen we het eeuwige leven bereiken. Hoe waar zijn de woorden van een leraar
van mevrouw Blavatsky die ooit de volgende wijsheid uit zijn hart liet stromen.
Het is het goddelijke touw uit de hemel waarmee we uit het verse graf kunnen
klimmen:
De atomen van het menselijk lichaam worden in de regel omlaaggehaald
door de last van het denken — nutteloze gedachten, vooroordelen en angsten.
Ze ondergaan ieder ogenblik reeksen veranderingen, onder invloed van de gedachten
van het brein. Gebrek aan vertrouwen, gebrek aan inspiratie waar mensen aan
lijden — wanhoop — brengen deze atomen halverwege de dood. Maar ze
kunnen worden bezield tot een soort onsterfelijkheid door het vuur van het goddelijke
leven en afgestemd op de universele harmonie. Overal zouden mensen verlost kunnen
worden van die grote last van onnodige zaken (...) als ze mentaal in evenwicht
waren.
(...)
Het probleem van sommige Theosofische aspiranten is dat ze hun
levenskracht verspillen door naar het doel in de toekomst te zien, in plaats
van naar de nu aanbrekende momenten en seconden waaruit het pad bestaat, waardoor
hun betere zelf uitgeput raakt. Ze zouden in ieder komend moment een stralende
gedachte moeten toelaten en onverschillig staan tegenover de dag van morgen.
Ieder ogenblik kan men, als men dat wil, de deur vinden naar werelden vol gouden
kansen, de poort tot een glorieus pad dat zich uitstrekt tot in het onbeperkte
eeuwige. . . .
Waartoe de ziel ons aanspoort is om ons af te wenden van het materiële
gebied van handelen en denken en de persoonlijkheid, en ons te begeven in de
verborgen grootse werkelijkheden van het leven en te begrijpen dat in ons en
boven ons en om ons heen, en in de atmosfeer waarin onze gedachten en gevoelens
zich bevinden, het universele leven onophoudelijk klopt in antwoord op onze
verlangens en vragen. Wanneer mensen zeggen dat ze het geluk zoeken, bedoelen
ze dat ze streven naar dat stadium in hun evolutie waarin hun huidige problemen
zijn opgelost. Om dat te bereiken, moet men zich terugtrekken uit de verlokkingen
van het leven en al zijn uiterlijke en ontmoedigende aspecten en zichzelf vinden
in de eenzaamheid van zijn eigen wezen, in de onverbreekbare stilte in zijn
eigen hart en denken.
— Katherine Tingley, De Goden Wachten op Ons
Door Fred A. Pruyn, oktober 2005