Theosofische verkenningen
Home
E-mail
Zoeken
Theosofisch woordenboek

 

Ideeën regeren de wereld

‘Ik denk, dus ik besta,’ was voor René Descartes, de beroemde Franse filosoof uit de 16e en 17e eeuw, voldoende. Ongeveer zoiets zoals op school een zesje halen, als een hoger cijfer niet nodig is. Hij verklaart dat hij een ingeboren beeld heeft van God als een perfect wezen en leidt daaruit af dat God nood­zake­lijker­wijs moet bestaan, want als hij niet bestond zou hij niet volmaakt zijn. Dat Descartes over zichzelf kon nadenken was voor hem het bewijs van het bestaan van een zelf. Iets wat wij theosofen beamen, al voegen wij er snel aan toe dat wij meerdere zelven kennen, hogere en lagere.

H
oewel groot in naam is Descartes bij theosofen toch niet zo populair. Dat is eigenlijk vooral te wijten aan de scheiding die hij aanbrengt tussen de mens en de geestelijke wereld die erachter ligt en niet te vergeten zijn pionierswerk op het gebied van vivisectie, wat een grove misdaad is tegen de natuur. Hoewel hij toch ook veel goede ideeën had en overtuigd vegetariër was, verspeelde hij met zijn overtuiging dat dieren geen ziel hebben, veel van zijn krediet. Hij zag alleen de stof en de uitgebreidheid ervan. De goddelijke wereld die erachter ligt of de invloed daarvan op ons dagelijks leven speelde nauwelijks een rol. Hij is het typische voorbeeld van de moderne wetenschapper voor wie alleen de ratio van belang is. Maar gelukkig is er ook nog een ander denken, het denken met het hart. Over die twee vormen van denken gaat dit verhaal. Over dat andere denken waar we zo weinig van afweten en dat toch zo’n grote invloed op de wereld om ons heen heeft. Exit Descartes.

Is er iets dat niet leeft?

Voor degenen die nieuw zijn in de wereld die theosofie heet is het misschien goed te weten dat ook gedachten als levende wezens worden gezien. En om het beeld maar meteen compleet te maken, wij zeggen dat alles levend is en dat er geen dood bestaat. Wat wij dood noemen is een transformatie waarbij de ziel deze wereld verlaat en op een ander onzichtbaar gebied verdergaat om te zijner tijd weer op dit vertrouwde toneel terug te keren.
      ALLES is bezield. Zelfs de grofste materie wordt nog als een straal licht afkomstig uit de puur geestelijke werelden gezien. Dit klinkt toch heel anders hè dan de mening van een paar katholieke geestelijken die een eeuw of zo terug er zelfs nog aan twijfelden of vrouwen eigenlijk wel een ziel hebben! Ja, alles dat ons omringt leeft, we worden gedragen, voortdurend gekoesterd door één kluwen van leven, in de zichtbare en de onzichtbare wereld. Zelfs zand en mineralen leven, al hebben ze geen armpjes en beentjes. Alleen in evolutionair opzicht ligt zand op de mens achter. Maar we zullen zien dat de tijd net zo liefdevol omgaat met zand als met de mens, het komt heus wel verder dan het lopen in een zandloper ...
      De theosofie onderschrijft wat Paracelsus beweerde over de natuur toen hij zei dat: ‘Alles is voortgebracht door één universele scheppende krachtsinspanning ... Niets in de natuur is dood. Alles is organisch en leeft, en daarom blijkt de hele wereld een levend organisme te zijn.’ Paracelsus in Philosophia ad Athenienses, vertaling van F. Hartmann.

Menselijk ingrijpen

We gaan een paar jaar terug in de tijd. In West-Europa hebben we verschillende keren te maken met grote wateroverlast. Grote delen staan blank. Deskundigen verklaren in de media dat deze ramp onder meer het gevolg was van het onbeperkt kanaliseren en stroomlijnen van de grote rivieren als de Rijn, Donau en andere grote rivieren. Ook de cultivatie van berghellingen zou hebben meegewerkt aan de versnelde afvoer van regenwater, waardoor aan de benedenloop van de grote rivieren het water het land veroverde. En uitgerekend dit jaar slaat ons dan de schrik om het hart als het maar niet wil regenen.
      Dit bewijst hoe het door de commercie gestimuleerde ge­dachte­leven van de moderne burger heeft bijgedragen aan het feit dat we meer en meer met wateroverlast te maken kunnen krijgen. Als we tevreden waren gebleven met een langere vaarroute of met een beboste berghelling hadden we niet de overlast gehad die we nu periodiek ervaren.
      Nog een ander werelds voorbeeld van een onbegrepen ingrijpen in de natuur. De enorme hoe­veel­heden asfalt en bebouwing moeten haast wel een effect hebben op het klimaat. Het zwarte asfalt waarboven op zomerse dagen de lucht danst als iemand die over hete kolen loopt, moet wel een zekere meteorologische invloed hebben. De snelwegen, waar we wereldwijd inmiddels meer dan vele duizenden vierkante kilometers van hebben, slaan op zonnige dagen veel zonne-energie op terwijl dat oorspronkelijk veel minder moet zijn geweest. Eigenlijk kan dit beeld versimpeld worden door te denken aan een kookplaat. Het asfalt, de bebouwing en de zandgrond vormen op zonnige dagen een grote warme kookplaat. (Op 11 december 2003, weken nadat deze voordracht werd gegeven, maakt Nasa bekend dat deskundigen op basis van satellietwaarnemingen, modellen en observaties op de grond, zien dat steden invloed schijnen te hebben op veranderingen in het klimaat.)
      Dit is maar een simpel voorbeeld dat aantoont hoe onze ideeën rond het inrichten van onze aarde, die voor negenennegentig procent voortvloeien uit een hang naar groter comfort, onverwachte bijwerkingen opleveren. En dan hebben we het nog niet over het kappen van de regenwouden van Zuid-Amerika en de ontbossing op andere plaatsen. Hieruit trekken we een eerste dure les: de uitwerking van op zelfbelang gerichte ideeën is zelden heilzaam en handelingen die uit respect voor de natuur of voor het welzijn van anderen worden gedaan, vertonen juist een heilzaam effect, dat wil zeggen, geven groter geluk. Hier zien we ook het verschil tussen het denken met het brein en het denken met het hart. Een actief brein op zichzelf gelaten, kan alleen berekenend werken, kent sluwheid. Het hart behoort dat denken aan te vullen en te sturen. We zouden geen Betuwelijn of HSL aanleggen als we met ons hart zouden denken. Denk aan dat Zen-verhaaltje waarin een leraar elke ochtend een paar kilometer moest lopen naar de dichtstbijzijnde brug om de andere kant van de rivier te bereiken en toch het aanbod van een discipel om een brug te bouwen afslaat. ‘Waarom zou je een brug bouwen als ik morgen dood kan zijn,’ was zijn antwoord. Het is de essentie van dit verhaal. Dit toont in één kernachtige zin aan waarom het zogenaamd superieure westen verder is in techniek en commercie dan Aziatische landen. Wij leven met de illusie dat we maar één keer leven en daar willen we dan ook al ons geluk uit halen, zoals Descartes die het als zijn belangrijkste streven zag zo oud mogelijk te worden, terwijl oosterse volkeren worden grootgebracht met het idee dat we tijdelijke gasten in deze wereld van ellende zijn, gevangenen van ons eigen handelen en zelfmisleiding. De dood is dan onze grote bevrijder.

Eenheid staat boven alles

Een ander belangrijk theosofisch gegeven in dit verhaal over de invloed van ideeën is de eenheid van al wat is. De theosofie leert niet alleen dat alle dingen met elkaar zijn verbonden door onzichtbare banden en energieën, maar dat alles werkelijk één IS. Als één wezen lijdt, lijden we allemaal. Als iemand van een ander steelt, of het leven van een ander neemt, ontneemt hij niet alleen het geluk van die ene persoon maar het geluk van iedereen. Op dit fundamentele beginsel zijn de tien geboden van Mozes gebaseerd en is de bergrede van Jezus terug te voeren. Het is een morele code die aan ieder persoon die is begiftigd met een gezond verstand van nature bekend moet zijn.
      Onze beschaving, die vooral op een christelijke leest is geschoeid, heeft onder invloed van het denken van Aristoteles een scheiding aangebracht tussen het ik en de ander, tussen ik en de natuur, tussen ik en God. Maar zoals een druppel water in essentie niet verschilt van de oceaan waar hij deel van uitmaakt zegt de zuivere geestelijke leer dat er geen verschil bestaat tussen ik en God. Ieder van ons IS God. Zoals we in Johannes 10:34 kunnen lezen: ‘Weet gij niet dat gij goden zijt?’ Deze gedachte staat dus op gespannen voet met het idee van Descartes dat God perfect is, maar los van ons staat.

Een echte Obelix?

We gaan verder met de levende ideeën en de invloed van onze gedachten op de wereld. We maken een sprong naar het begin van de vorige eeuw. Rond 1912 kwam een kleine 26-jarige man uit Letland in de Verenigde Staten aan. Zijn naam was Edward Leedskalnin. Hij had in een depressieve bui zijn moederland verlaten omdat zijn tien jaar jongere verloofde hem op het laatste moment de bons gaf. Ze vond hem uiteindelijk te oud en te armoedig. Hij streek neer in Florida en bleek een bijzondere kennis te hebben van magnetisme, de aard van elektriciteit en gesteente.
      Wat hem nu zo bijzonder maakt en waarom ik hem in dit verhaal te berde breng is, dat hij op bijna magische wijze tussen 1920 en 1940 en geheel eigenhandig een kasteel van koraalrots in Florida heeft gebouwd. Blok­ken van duizenden tonnen keihard koraal­kalk­steen, waar menige diamantzaag op stuk­loopt, haalde hij in het diepste geheim ’s nachts uit een groeve een paar kilometer verderop, vervoerde dat op zijn open vrachtauto en bouwde daarmee zijn paleisje met een 2,5 meter hoge muur, bestaande uit blokken van zo’n 30 ton per stuk, rond het halve hectare grote terrein. Zijn Coral Castle is bezaaid met kunst­voor­werpen waaronder een bijzondere zonnewijzer en obelisk met een halve maan er bovenop.
      Het terrein doet denken aan de wereld van de Flintstones maar dan stukken minder gezellig. Wat heet, de leefomgeving is eigenlijk gewoon spartaans en maakt eigenlijk ook wel duidelijk dat de verbreking van de verloving op goede gronden is gebaseerd. Dit is toch geen huis voor een dame.
      De bezoeker kan via een enkele koraalstenen draaideur van negen ton, het gewicht van een kleine vrachtauto, het terrein oplopen. De poort is zo gemakkelijk in beweging te brengen dat een klein kind hem open kan doen. In het kasteel staan drie tronen. De comfortabelste was uiteraard voor hem, daarnaast een fraai afgewerkt exemplaar voor de bruid die nooit kwam opdagen en achter hem een akelig ruwe zetel met scherpe randen voor de schoonmoeder, die naar hij hoopte dan niet te lang zou blijven. Alles is nog steeds te bezichtigen, wat jaarlijks door zo’n 60.000 toeristen wordt gedaan.
      De magische kant van dit verhaal is dat niemand weet hoe hij het werkelijk gedaan heeft. Hij had amper wat gereedschap. Na zijn plotselinge dood in een ziekenhuis in 1951 is er slechts wat klein gereedschap gevonden en veel papieren. Wel bestaan er nog twee foto’s waarop hij aan het werk is met een takel op een driepoot met katrollen, maar hiermee zou hij nooit zijn enorme blokken hebben kunnen verplaatsen. Daarvoor zouden enorme verrijdbare kranen nodig zijn, maar die zijn nooit aangetroffen. Nee, er is nog heel veel onbeantwoord.
      Hij verdiende zijn brood met het geven van rondleidingen in zijn kasteel en met de verkoop van pamfletten waarin hij zijn visie op elektriciteit, magnetisme en trillingen uiteenzette. Hoewel zijn leringen laten zien dat hij nooit meer dan een paar klassen van een middelbare school van binnen heeft gezien, is hij zeker wel de vriend van theosofen als hij zegt dat alles dat bestaat leeft, bezield en polair van aard is. Dat wil zeggen dat alles een noord- en zuidpool heeft en alszodanig gevoelig is voor passerende energieën of kracht­velden. Door die magnetismen te beïnvloeden kan zelfs de zogenaamde zwaarte­kracht, die uiteindelijk niets anders zal blijken te zijn dan een gewone elektro­magnetische kracht, geneutraliseerd kan worden. Verder beweerde hij de kunst te beheersen waarmee de Egyptenaren de piramides hadden gebouwd, wat zeker niet onmogelijk is. Een paar scholieren die hem ooit eens hebben kunnen betrappen bij het verplaatsen van de rotsblokken verklaarden dat hij de stenen scheen vast te houden en er zachtjes tegen zong!
      Dit schijnt onwerkelijk en riekt naar bedrog maar de zaak is terdege onderzocht en tot op de dag van vandaag is het wonder niet verklaard. Het landgoed maakt thans deel uit van de Amerikaanse National Heritage, een tegenhanger van onze Monumentenzorg, en is dus beschermd cultuurgoed. Hoewel, veel bescherming zal het kasteel niet nodig hebben want de loeizware stenen zitten zo ongelofelijk vast in elkaar dat ze ondanks het ontbreken van cement misschien net zo lang als de piramiden zullen blijven bestaan. Op www.coralcastle.com is meer informatie te vinden.
     De bijzondere kennis die Leedskalnin meenam in zijn graf vindt zijn evenknie in de net zo bijzondere Keeley, ook al een Amerikaan, die in de tijd van Blavatsky leefde. Hij werd tamelijk beroemd doordat hij een motor had ontwikkeld die zonder brandstof draaide, maar het kostte hem vele jaren om te ontdekken dat de motor die door geen ander bediend kon worden dan hemzelf alleen werkte door het elektrische vermogen dat hij zelf voortbracht.
      Over hem en in dit verband eigenlijk ook over Leedskalnin schrijft Blavatsky verder: ‘Er kan geluid worden voortgebracht van een zodanige aard, dat de piramide van Cheops erdoor zou worden opgetild. (...) En ‘dat geluid een enorme occulte macht is; dat het kolossale kracht is; de elektriciteit die wordt opgewekt door een miljoen Niagara’s zou nooit het kleinste vermogen van die kracht kunnen opheffen, als deze door occulte kennis wordt geleid.’ We weten ook dat kristal door een hoge aanhoudende hoge toon uit elkaar kan springen.
      En op een hele andere plaats in haar meesterwerk De Geheime Leer weet ze te vertellen dat de menhirs van Stonehenge en Carnac ooit door adepten op hun plaats zijn gezongen.
      Geluid ligt aan de basis van al het bestaan. Zoals Dr. de Purucker verklaart:

In Job (xxxviii, 4-7) wordt duidelijk verwezen naar een zeer oude gedachte dat de wereld in al haar kosmische gebieden tot aanzijn werd gebracht door geluid, door gezang, een gedachte die we ook aantreffen bij de oude Druïden en Germaanse volkeren. Hier, in Job, zien we dat de sterren, bij het begin van de manvantara, de morgen genoemd, samen zongen en dat toen de zonen van God, die de godheden waren van het hoogste kosmische gebied, de werelden tot aanzijn riepen of zongen.

De Bron van het Occultisme, blz. 206

Levitatie, gewichtloosheid door ompoling van objecten of mensen, is een idee waar menige nuchtere westerling zijn wenkbrauwen bij op zal lichten. Maar het mysterieuze zingen van Leedskalnin dat zo’n grote invloed op de rotsblokken kan hebben gehad, zou inderdaad wonderen hebben kunnen verrichtten. Er zijn meer van dit soort merkwaardige verhalen. Volgens Griekse geschiedschrijvers zouden de muren van de oude stad van Thebe zijn gebouwd door Amphion, een zoon van Jupiter, die de grote stenen verplaatste met de muziek van zijn harp. ‘Door zijn gezangen werd hij zelfs gevolgd door stenen en dieren.’
     De Arabische historicus Mas’udi*, die wel de Herodotus van de Arabieren wordt genoemd, schreef in de 10de eeuw dat de oude Egyptenaren bij het bouwen van hun piramides papyri gebruikten waarop bepaalde tekens stonden. Die werden onder de blokken steen gelegd, dan werd daarop met een instrument geslagen wat een bepaald geluid voortbracht dat ze in de lucht liet stijgen en waardoor ze over een afstand van zo’n 90 meter konden worden bewogen. Denk in dit verband ook aan de muren van Jericho die door hoorngeschal instortten. [*Andrew Collins, Gods of Eden, blz. 35-6. Mas’udi schijnt veel te hebben geschreven maar slechts één verhandeling is nog bewaard gebleven: Weiden van goud en mijnen vol edelstenen (uit het Engelse vertaald, de oorspronkelijke titel is Arabisch).]

Geluid als gereedschap

Onze verre, verre voorouders van miljoenen jaren terug konden, voordat de spraak was ontwikkeld, ook niet anders dan zingen en klanken uitstoten. De dieren herinneren ons daar nog aan. De Purucker schrijft dat zieken in prehistorische tijden werden genezen door zang. Door zingen werd de harmonie hersteld en kon de gezondheid terugkeren.
     Zeker, geluid is het belangrijkste occulte vermogen dat er bestaat. Het is de trilling die voortkomt uit de bron van alles wat bestaat en is het krachtigste middel om de ideeënwereld te mobiliseren. In dit verband is het misschien aardig op te merken dat Nasa twee weken geleden bekend maakte de eerste geluiden uit de ruimte te hebben opgevangen van een zogenaamd zwart gat uit het sterrenbeeld Perseus. Een zwart gat wordt zo genoemd omdat de zwaartekracht daar zo sterk zou zijn dat zelfs licht er niet uit kan ontsnappen. Maar wonder boven wonder, geluid blijkbaar wel. Het geluid zou gelijkstaan aan een C maar dan 57 octaven lager dan onze middelste C van de piano. Horen doen we die toon dus niet.
     Als we veronderstellen dat lage tonen de oudere vorm van hoge tonen zijn, net zoals lange golven de bejaarde vorm van hoge korte golven zijn, zien we hoe hier de materie veel van zijn energie heeft verloren en bijna is overgaan in inactiviteit, de werkelijke betekenis van een zwart gat. Theosofen noemen zo’n gebied of toestand een pralaya, een toestand waarin een wereld of heelal eindelijk zijn oude evenwicht hervindt en overgaat in een gelukzalig niet-zijn, een toestand waarin de materie tot rust komt, zoals mistbanken die zich oplossen en de hemel weer helder maken. De spirituele betekenis van een zwart gat heeft dus niets met de zwartgallige en geweldadige nachtmerrie van de wetenschap te maken.
     En dit brengt ons weer naar de wereld van de ideeën. Ja, ideeën zijn net zo levend als al het andere om ons heen en onze altijd actieve associaties makende breinen zorgen daarvoor. U zegt bijvoorbeeld dat u een idee aantrekkelijk vindt als u uitroept ,,Dat is een aantrekkelijk idee!’’ Door dat te zeggen geeft u toe dat een idee, of een mentaal beeld, een eigen leven leidt dat AANGETROKKEN kan worden. Ideeën worden door affiniteit en sympathie aangetrokken. Een idee, zeggen wij, is een zelfstandig levend elementaal, een onzichtbaar wezen dat wij kunnen aantrekken en afstoten. Indianen zagen ideeën ook wel als geld, dat van hand tot hand kon gaan en naarmate het in vele portemonnees heeft gezeten, verfomfaaid en bezoedeld raakt. Of het nu om geld gaat of niet, ideeën regeren de wereld, waarmee Plato gelijk krijgt.
     Iedereen heeft een bepaalde hoeveelheid ideeën of elementalen van een bepaalde kwaliteit om zich heen hangen, als trossen algen aan de huid van een schip. We spreken dan over het aura van de mens. Het is die onzichtbare sfeer waar onze volledige geschiedenis en toekomst in is af te lezen, waarin ons leven zich afspeelt. Het magnetisme waardoor gedachten en indrukken blijven kleven wordt door ons innerlijk opgewekt en zal leiden tot het volgen van bepaalde gewoontes. Vandaar dat de wijzen elke verandering vreesden, want elke verandering zal tot nieuwe gewoontes leiden en nieuwe gewoontes leiden tot een ander karakter.
     Gedachten volgen het magnetische veldlijnenpatroon zoals ijzervijlsel een magneet. Het is de kracht van dat magnetische veld en die kluwen gedachten die de ontwenning van bepaalde gewoonten zo zwaar maken. Het afleren van een gewoonte betekent het afstoten van elementalen of ideeën door ons magnetisme te veranderen. Door het ompolen van ons bewustzijn zijn wonderlijke zaken mogelijk. Een bijna magische mogelijkheid om ons leven een andere wending te geven is bijvoorbeeld het idee om van naam te veranderen. In De Geheime Leer lezen we dat de macht van namen groot is en bekend was sinds de eerste mensen door de goddelijke meesters werden onderwezen. Door een ingrijpende verandering als de verandering van naam kan iemand zijn magnetisme dus gunstig of ongunstig beïnvloeden.

De aarde als dynamo

En dan ja, waarom zouden we niet mogen denken dat ook ons gezamenlijke magnetisme, het totale geluid dat wij allen maken op aarde van invloed is op ons klimaat? En wordt dat niet mede bepaald door ons collectieve denken? Alles werkt op alles in en dus zullen spanningen tussen mensen en volkeren een negatieve invloed uit kunnen oefenen op andere mensen en volkeren, op het klimaat en de bodem. Ja, we mogen zelfs niet uitsluiten dat aardbevingen mede worden veroorzaakt door de spanningen die boven de grond worden opgewekt. Dat de wetenschap hier hartelijk om zal moeten lachen geeft niet, wij kunnen net zo hartelijk lachen om het zogenaamde weten­schap­pelijke idee dat onder onze voeten zogenaamde aard­schol­len heen en weer drijven, waar totaal geen bewijs voor is en zelfs wordt tegengesproken door een groeiende groep vooraanstaande geologen.
     Het voert te ver om hier diepgaand op in te gaan, maar misschien is het wel het overdenken waard dat de aarde kan worden beschouwd als een super-dynamo. De aarde draait onder invloed van haar eigen levenskracht die zij voor een belangrijk deel ontvangt van onze zon. Ampère had ooit eens een proef gedaan met een magneetje dat aan een helft bestond uit platina en dat dreef in een bad met kwik. In het midden van het bad dipte hij één pool van een batterij in het kwik en liet de andere pool contact maken met de metalen buitenrand. Op het moment dat hij contact maakte begon het magneetje te draaien, waarmee aanschouwelijk is gemaakt hoe onze aarde onder invloed van de energie van de zon rond haar as draait.
     De krachtige elektrische stroom die de aarde van onze zon ontvangt gaat ondermeer door het inwendige van onze aarde dat bestaat uit een heterogene samenstelling van gesteenten en vele holten. Sommige gesteenten bevatten meer ijzer en geleidende metalen dan andere. We kunnen ons voorstellen dan dat het ene gesteente een elektrische stroom beter geleidt danwel tegenhoudt dan het andere. En als er grote vermogens door de gesteenten gaan kunnen we ons ook wel voorstellen dat zij onder invloed van die zonne-energie ladingen kunnen opbouwen, als een soort condensators, waardoor enorm grote spanningen ontstaan ten gevolge waarvan gesteenten kunnen smelten. Vinden we daar de oorsprong van het magma en de lava die uit het inwendige van onze aarde komt? Gesmolten steen onder invloed van de energie van de zon? Maar om nu te zeggen dat de hele mantel onder de aardkorst één zee van magma is gaat misschien wat ver en is nog steeds een onbewezen hypothese.
     Wat betreft de spanningen onder de mensheid in relatie tot aardbevingen: Spanningen in de aarde, voorafgaande aan een aardbeving, kunnen hun uitwerking hebben op de belevingswereld van grote groepen mensen. Omdat een dynamo zowel stroom kan leveren als zelf kan draaien als er stroom in wordt gevoerd, zo kunnen we ons ook voorstellen dat spanningen onder de mensheid kunnen leiden tot verstoringen van de altijd doorgaande stromen van elektrische energie in gesteenten. De aarde zal zijn eigen ‘kundalini’ hebben, de slang- of cirkelvormige kracht die zich in de mens onder bepaalde voorwaarden kan openbaren. Op sommige plaatsen kan de spanning oplopen waardoor sommige gesteenten smelten en onderaardse holten in elkaar klappen en andere dan juist weer exploderen. Kortom, diep in de aarde speelt zich een wereld af die wij niet kennen, maar die moet reageren op onze wereld, en viceversa, omdat we met elkaar zijn verbonden.
     Continenten verrijzen en continenten verzinken, zoveel is duidelijk, maar het mechanisme erachter is nog lang niet begrepen. Om de paar miljoen jaar gaat de aarde naar de schoonheidsspecialist en komt daar in een andere gedaante van te voorschijn. West-Europa en Noord-Amerika zinken nu langzaam weg, terwijl Azië en Zuid-Amerika omhoog komen. Onze aarde is een levend organisme met een eigen dynamiek en de heeft al vele diverse verschillende continenten en klimaten gekend. Een warmer of kouder, droger of natter klimaat onder invloed van het zogenaamde broeikaseffect zal ons niets nieuws brengen en hoeft ons ook niet nodeloos ongerust te maken. De natuur werkt langzaam en geeft voldoende waarschuwingen, zodat aanpassingen mogelijk zijn.

Waar het allemaal om draait

Wat voor theosofen echter duidelijk is, is dat de aarde uiteindelijk pas in evenwicht zal zijn en volledig in harmonie, als het tijdperk is afgesloten waarin weldoorvoede mensen naast uitgehongerde zielen leven, waarin mensen op vuilnisbelten hun kostje bij elkaar moeten rapen terwijl een paar kilometer verderop de rijken hun ondeugden achterna jagen. Als we weer één familie zijn geworden, als we ook de minderheden, ja, ieder mens de liefde en zorg kunnen geven alsof het ons eigen kind was, dan zal de harmonie weer hersteld kunnen worden en zal de aarde ons niet meer verrassen met wilde atmosferische sprongen en al te uitbundige waterpartijen.
     We hebben nu tal van aardse veranderingen gezien die voornamelijk geweten kunnen worden aan menselijk denken en handelen, maar er zijn ook veranderingen die op een subjectief gebied plaatsvinden, laten we dat niet vergeten. Zoals een drugsgebruiker het ene moment zich in een heerlijke roes bevindt maar zich een moment later in de hel waant, zo ervaart ieder van ons de wereld op een andere wijze en ziet een de wereld sneller veranderen dan de ander. Ook die mentale veranderingen te kunnen beheersen en ook dat lijden uit de wereld te helpen is één van doestellingen van de theosofie. Hoe kunnen we dat doen?
     Wel, lijden is een gebrek aan harmonie, welzijn wordt dan dus bereikt door het herstellen van harmonie, op welk gebied we dat ook willen zien. Hoe kunnen we de harmonie herstellen op het gebied van het denken? Wel, als de wereld wat goddelijker zou leven dan ze nu doet, zetten we al een stap in die richting. Maar hoe doen we dat? De theosofie leert dat de mens zijn inspiratie krijgt uit een goddelijke wereld. Ieder mens is een straal licht die komt uit de hogere werelden. Niet echt hoog alsof het boven ons is, maar meer als volmaakter, krachtiger, wijzer. De goddelijke wereld, is een wereld waar een grotere spanning een grotere energie, een volmaaktere energie heerst dan hier. In een behoefte aan verlaging van die spanning of energie, zeg maar ontspanning, daalt die energie af naar de materiële wereld. Hierin vinden we de analogie dat wanneer wij ontspanning zoeken, we onszelf een verwijdering gunnen van de geestelijke invloedssfeer, we hebben dan behoefte aan vermaak.
     Wat wij aan inzichten en inspiratie ontvangen van onze geestelijke bron is voor de doorsnee mens gewoonlijk minimaal. Kijken we naar onweer en een knallende bliksem dan kunnen we daar in dit geval veel van leren. Een knallend onweer is zoals velen van ons wel weten niet anders dan het in evenwicht brengen van extreme elektrische ladingen tussen atmosfeer, de bezielde levensvormen op het aardoppervlak of zelfs met het zogenaamde meteorische continent dat hoog boven de atmosfeer de aarde omgeeft. Alleen tijdens onweer wordt de uitwisseling van energie zichtbaar die anders altijd onzichtbaar en voortdurend maar zeer regelmatig plaatsvindt. Deze voortdurende uitwisseling van energie tussen het vele kilometers hoog gelegen meteorische continent en het aardoppervlak is weer te vergelijken met wat op onzichtbaar gebied wordt uitgewisseld tussen ons hoofd en de geestelijke werelden. Het hoofd dat een voortdurende opwekker is van gedachten is een kleine energiecentrale in zichzelf, vergelijkbaar met de zon, maar dan een zeer flauwe versie daarvan. De uitstraling van ons denkorgaan beïnvloedt de wereld waarmee de magnetische gesteldheid van ieder persoon, zoals eerder genoemd, weer actueel is.
     Vroege afbeeldingen en ikonen van heiligen laten zien hoe extatische ervaringen konden leiden tot aura’s als die van de corona van de zon. In zo’n toestand van extase kon volmaakt contact worden bereikt met het hogere zelf. Maar wat bevordert nu de harmonie, wat voorkomt het bliksemen rond ons hoofd? Uit Theoso­fische literatuur valt op te maken dat de bliksem rond ons hoofd wordt opgewekt door opwinding, door sensatie en hartstochten. Grote wisselingen van gemoeds­toe­standen kunnen eenvoudig worden genivelleerd door het streven naar volmaakte kalmte, het vinden van sereniteit, hartstochtloosheid en volkomen onverschilligheid voor ons lot. Met andere woorden, als we al die tegenovergestelde innerlijke toestanden kunnen bereiken die wij beschouwen als aards.
     Alle weten­schap­pelijke onderzoeken ten spijt kunnen we niet anders concluderen dan dat alles om ons heen dodelijk is, een sigaret meer of minder doet er niet toe. Er is geen vitamine die ons van het graf of de oven kan redden. Met elke nieuwe dag die aanbreekt blazen wij een beetje leven uit. Tenzij we de kracht uit de goddelijke wereld omlaag kunnen roepen door een bezield leven te leiden. Als we leven zoals we werkelijk behoren te leven, als goden, kunnen we het eeuwige leven bereiken. Hoe waar zijn de woorden van een leraar van mevrouw Blavatsky die ooit de volgende wijsheid uit zijn hart liet stromen. Het is het goddelijke touw uit de hemel waarmee we uit het verse graf kunnen klimmen:

De atomen van het menselijk lichaam worden in de regel om­laag­gehaald door de last van het denken — nutteloze gedachten, voor­oor­delen en angsten. Ze ondergaan ieder ogenblik reeksen veranderingen, onder invloed van de gedachten van het brein. Gebrek aan vertrouwen, gebrek aan inspiratie waar mensen aan lijden — wanhoop — brengen deze atomen halverwege de dood. Maar ze kunnen worden bezield tot een soort onsterfelijkheid door het vuur van het goddelijke leven en afgestemd op de universele harmonie. Overal zouden mensen verlost kunnen worden van die grote last van onnodige zaken (...) als ze mentaal in evenwicht waren.
      (...)
     Het probleem van sommige Theoso­fische aspiranten is dat ze hun levenskracht verspillen door naar het doel in de toekomst te zien, in plaats van naar de nu aanbrekende momenten en seconden waaruit het pad bestaat, waardoor hun betere zelf uitgeput raakt. Ze zouden in ieder komend moment een stralende gedachte moeten toelaten en onverschillig staan tegenover de dag van morgen. Ieder ogenblik kan men, als men dat wil, de deur vinden naar werelden vol gouden kansen, de poort tot een glorieus pad dat zich uitstrekt tot in het onbeperkte eeuwige. . . .
     Waartoe de ziel ons aanspoort is om ons af te wenden van het materiële gebied van handelen en denken en de persoonlijkheid, en ons te begeven in de verborgen grootse werkelijkheden van het leven en te begrijpen dat in ons en boven ons en om ons heen, en in de atmosfeer waarin onze gedachten en gevoelens zich bevinden, het universele leven onophoudelijk klopt in antwoord op onze verlangens en vragen. Wanneer mensen zeggen dat ze het geluk zoeken, bedoelen ze dat ze streven naar dat stadium in hun evolutie waarin hun huidige problemen zijn opgelost. Om dat te bereiken, moet men zich terugtrekken uit de verlokkingen van het leven en al zijn uiterlijke en ontmoedigende aspecten en zichzelf vinden in de eenzaamheid van zijn eigen wezen, in de onverbreekbare stilte in zijn eigen hart en denken.

— Katherine Tingley, De Goden Wachten op Ons

Door Fred A. Pruyn, oktober 2005