Theosofische verkenningen
Home
E-mail
Zoeken
Theosofisch woordenboek

 

Reuzenplaneet Jupiter blijft verrassen

Als we willen proberen de andere oever te bereiken, zoals Heer Boeddha ons heeft opgedragen, dienen we de vele wegen te bestuderen die deze grootse onderneming tot een klinkend succes kunnen maken. Ik denk dat dát de oorspronkelijke bestaansreden van de wetenschap was: Proberen te weten te komen hoe de natuur werkt, en haar gewoonten nauwlettend gade te slaan, om onszelf in harmonie met haar te brengen, en op die manier uiteindelijk de goddelijke werelden opnieuw te bereiken. Als we de natuur bestuderen, bestuderen we de gewoonten van duizenden onderling afhankelijke bezielde wezens op evenzoveel verschillende geestelijke niveaus — een standpunt dat door het weten­schap­pelijke establishment, en daartoe behoren de astronomen, wordt afgewezen.

E
n toch, deze astronomen beseffen wel dat ze nog veel moeten leren. Onder het kopje ‘een opvallend actieve plek (a hot spot) op Jupiter brengt een theorie in gevaar’ verkondigde NASA onlangs de ontdekking met behulp van de Chandra röntgentelescoop van een pulserende röntgenbron in de hogere atmosfeer van Jupiter, waardoor eerdere theorieën over hoe de röntgenstralen van Jupiter worden teweeggebracht, moeten worden verworpen.
      ‘Deze röntgenbron verschijnt op een vaste locatie in de buurt van de magnetische noordpool van Jupiter. In het verleden zijn er in dit gebied ook heldere uitstralingen in het infrarood en ultraviolet waargenomen. De röntgenstralen pulseren met een regelmaat van 45 minuten . . .
    . . . Voor een bron van ionen die op zo’n enorme afstand moet liggen — op zijn minst 30 keer de straal van Jupiter — hebben metingen van ruimtevaartuigen uitgewezen dat er lang niet genoeg energierijke zuurstofen zwavelionen zijn om de waargenomen röntgenemissie te kunnen verklaren.’ Onderzoekers veronderstellen dat één mogelijke bron kan bestaan uit de zware ionen die worden gevangen uit de zonnewind. Zulke gissingen kunnen zich in de loop van de tijd ontwikkelen tot een vaste weten­schap­pelijke theorie, die echter voorbijgaat aan een ruimere spirituele achtergrond. Per slot van rekening kunnen geestelijke werelden nooit met fysieke instrumenten worden waargenomen.

Jupiters hartslag

Kan de theosofie er misschien aan bijdragen om deze kloof te overbruggen? Ik denk van wel. In De Mahatma Brieven vinden we fascinerende informatie over Jupiter. Over een verplaatsing van het hele zonnestelsel schrijft de mahātma dat

geen astronoom [die verplaatsing] met een telescoop zal waarnemen voor Jupiter en nog enkele andere planeten — waarvan de kleine lichtpunten nu miljoenen en miljoenen sterren (op 5.000 of 6.ooo na) voor ons gezicht verbergen — ons plotseling een kijkje geven op enkele Rājāzonnen, die zij nu verbergen. Er staat zo’n koningsster precies achter Jupiter, die geen sterfelijk oog in deze, onze ronde, ooit heeft gezien. Zou ze wel kunnen worden waargenomen, dan zou ze door de beste telescoop, met een sterkte die haar middellijn tienduizend keer vergroot, toch een klein puntje zonder afmeting lijken, dat door de helderheid van elke planeet in de schaduw wordt gesteld; niettemin is deze wereld duizenden keren zo groot als Jupiter. De heftige beroering van haar atmosfeer en zelfs haar rode vlek die de laatste tijd de wetenschap zo nieuwsgierig maakt, zijn het gevolg — (1) van die verplaatsing en (a) van de invloed van die Rājā-ster. Op haar huidige plaats in de ruimte, hoe onwaarneembaar klein ze ook is, zetten de metaalachtige substanties waaruit zij in hoofdzaak is samengesteld, uit en gaan langzamerhand over in een ijl fluïdum — de toestand van onze eigen aarde en haar zes zusterbollen voor de eerste Ronde — en gaan deel uitmaken van haar atmosfeer.

— Brief 23b (blz. 181)

Deze rājā-ster ‘achter’ Jupiter is volgens mij een omgevend, voedend wezen op een hoger bestaansniveau. Zouden de pulserende röntgenstralen een vorm kunnen zijn van een hogere energetische stroming of vloed die we ons kunnen voorstellen als de psychische en spirituele energieën, rondgepompt door de hartslag van Jupiters metgezel? Misschien fungeert de grote rode vlek als een kanaal van instromende en uitgaande krachten vanuit deze ster? Misschien bestaan er wel overeenkomsten met de kruin op ons hoofd, of met de navelstreng waardoor het ongeboren kind wordt gevoed?
      Als we Jupiter zouden beschouwen als een enorm groot en krachtig kind, dan zien we dat ze een groot aantal asteroïden en kometen verorbert. Door de komeet Shoemaker-Levy 9, die in 1994 in de dampkring van Jupiter uiteenspatte, is de wetenschap ongetwijfeld voor veel vragen komen te staan. Op de plaats van de inslag verscheen een raadselachtige zwarte plek, die heel snel uitgroeide tot tweemaal de omvang van de aarde. Dagenlang bleef het het meest opvallende deel van Jupiter, om pas na maanden te verdwijnen. Als de ‘inslag-verwonding’ nog maanden later te zien is, ondanks het feit dat zware stormen Jupiter geselen, dan zou de huidige theorie over de atmosfeer van Jupiter moeten worden herzien. Volgens meester KH:

heeft uw wetenschap een theorie, dat als de aarde plotseling naar bijzonder koude gebieden zou worden verplaatst — bijvoorbeeld door van plaats te verwisselen met Jupiter — al onze zeeën en rivieren Plotseling in vaste bergen zouden veranderen; de lucht — of beter gezegd, een deel van de ijle substanties die haar samenstellen — zou door de afwezigheid van warmte uit haar onzichtbare fluïdische toestand worden omgezet in vloeistoffen (die nu op Jupiter bestaan, maar waarvan men op aarde geen idee heeft). Stel u de omgekeerde toestand voor, of probeer u die in te denken en u heeft de toestand zoals die op het ogenblik op Jupiter bestaat.

— Brief 23b

Wetenschappers kunnen deze verschijnselen nog niet verklaren omdat ze niet zijn toegerust om de natuur te bestuderen op bestaansgebieden die door onze fysieke zintuigen niet kunnen worden waargenomen. Maar het occultisme geeft wel een verklaring. Van hoge ingewijden wordt gezegd dat ze in staat zijn het leven op andere planeten direct te ervaren, hoe ongelooflijk dit ook schijnt. Tijd en ruimte zijn tenslotte illusies. Als we naar een ster kijken wordt deze door ons beroerd, maar ons aardse bewustzijn kan niet verder gaan dan deze waar te nemen.
      En dus, in dezelfde geest waarin de grote Paracelsus de medische wetenschap benaderde, zou ik willen stellen dat er in de astronomie geen strenge regels moeten worden vastgesteld door een paar geleerde mannen met een brein dat vol is met het mechanistische empirisme en de meningen van anderen. De gekwelde mensheid heeft meer nodig dan het periodieke systeem van Mendelejev en de wetten van Newton. We zien dat we onze verheven bestemming niet kunnen bereiken als we alleen op onze zintuigen vertrouwen, noch brengt een vloed aan technologische snufjes ons dichter bij ‘die andere oever’. Ik vraag me af of we bij het afwerken van ons zware menselijke karma veel zijn geholpen met een steeds groeiende berg computergegevens over de sterren en planeten die worden geïnterpreteerd alsof ze overeenstemmen met de onwrikbare natuurwetten en theorieën die hier op aarde gelden.
      Nee, de lijdende mensheid verlangt bijna wanhopig naar een ruimere geestelijke visie die haar het gevoel teruggeeft dat zij niet wordt omgeven door saaie en passieve hemellichamen die rond de zon draaien, maar door bezielde wezens die altijd aan het werk zijn voor het welzijn van het leven op alle planeten, niet alleen van dat op aarde.

Door Fred A. Pruyn, oktober 2005