Het einde der tijden
Met enige regelmaat horen we geluiden dat het einde der tijden nabij is. De kalender van de Maya’s zegt het, de Egyptenaren verklaarden het al en nog een handvol andere schouwers in kristallen bollen houden bij hoog en laag vol, ‘nog even en het is afgelopen’. Nog een paar jaar en we vallen aan het einde van de horizon van de aarde! Helaas zijn er velen die erin geloven, zoals de ongelukkige aanhangers van diverse sektes die van de nabijheid van het einde der tijden overtuigd waren en al hun bezittingen hadden verkocht en vervolgens wachtten, wachtten ... en nog eens wachtten.
| M |
De heer Stolp, auteur van diverse boeken op new-age gebied, houdt in ons land lezingen onder de titel — DE BIJZONDERE TIJD WAARIN WIJ LEVEN die als volgt werd aangekondigd:
“De Maya-kalender — de Tzolkin — vertelt, dat wij in 2012 een grote sprong gaan maken in onze ontwikkeling en de vierde dimensie zullen binnentreden. De Egyptische traditie vertelt, dat vanaf 17 september 2001 (!) nieuwe energien vanuit de kosmos naar de aarde en de mensheid zullen gaan toestromen om de mensheid te verheffen naar een hogere dimensie. De Oosterse traditie vertelt, dat wij aan het einde van het donkere tijdperk — het Kali Yuga genoemd — leven en dat wij vanuit dit diepste donker de overgang zullen maken naar een nieuw Gouden Tijdperk, dat alleen maar vrede, liefde en wijsheid kent. — Als je op deze en vele andere eeuwenoude voorspellingen let, dan leven wij kennelijk in een heel bijzondere tijd. Een tijd waarin de energie-trilling verhoogd wordt, waarin mensen weer leren zullen geestelijk te denken en waarin een nieuwe eerbied ontwaakt voor de aarde, de dieren en de natuur. Maar wel is voor die grote overgang die voorspeld wordt, ons aller inzet nodig!”Inderdaad, al het leven ontwikkelt zich volgens cyclische patronen. Er bestaan kleine cyclussen binnen grote cyclussen. Pijn en lijden zullen plaats maken voor geluk, geluk gaat weer over in pijn en lijden, het is een eeuwige wisselwerking. Op dit moment zitten we inderdaad in een geestelijk donkere periode. Maar ondanks de gunstige profetin lijkt het niet juist valse hoop te koesteren op een snel einde van dit grote tijdperk. Laten we eens zien hoe dit geheel van tijdperken er volgens de wijzen van het oosten eruit ziet. Volgens de zeer oude oosterse geschriften als de vishnu purana en het Mahābhārata, zal het kali-yuga, het ijzeren of zwarte (=kali) tijdperk (=yuga) van de brahmanen van India, dat aanving met de dood van Krishna — dat is zo’n 3.000 voor Chr. — toch maar liefst zo’n 432.000 jaar duren. Een eenvoudige berekening maakt duidelijk dat we dus nog 432.000 — 5.000 = 427.000 jaar hebben te gaan... Het een en ander vraagt dus om een ingehouden vorm van euforie.
Dit kali yuga-tijdperk van 432.000 jaar is de vierde, laatste en kleinste cyclus binnen een grotere cyclus, een maha-yuga. In het staatje hieronder de berekeningen van Rao Bahadur P. Sreenivas Row uit The
Theosophist van november 1885 (overgenomen uit: De Geheime
Leer II, 75).
| OMSCHRIJVING CYCLUSSEN | JAREN |
| 360 dagen van stervelingen vormen een jaar* | 1 |
| krita-yuga (gouden eeuw of eeuw van waarheid) bevat | +
1.728.000 |
| tretā-yuga (zilveren tijdperk) bevat | +
1.296.000 |
| dwāpara-yuga (letterlijk: dubbele yuga, het bronzen tijdperk) bevat | +
864.000 |
| kali-yuga (ijzeren tijdperk) bevat | +
432.000 |
| Het totaal van de genoemde vier yuga’s vormt een mahāyuga | =
4.320.000 |
* Binnen dit stelsel bestaat een jaar uit 360 dagen. Misschien had de aarde, vele grote tijdperken terug, minder dagen nodig om rond de zon te gaan? Een andere reden zou kunnen zijn dat het getal is vereenvoudigd omdat het als vuistregel geldt en er altijd kleine afwijkingen zijn. Nog een andere verklaring kan zijn dat 360 jaar overeenkomt met de gradenboog van een cirkel. En zoals het getal pi een belangrijke esoterische betekenis heeft (zie hier een bespreking van pi), zo zal ook een volledige omwenteling van 360 graden zijn betekenis hebben, net zoals de wijzerplaat van een klok met twaalf stappen terug te vinden is in de opbouw van de onzichtbare werelden.
De vergissing die veel geleerden maken is de jaartelling van de brahmanen zo te nemen zoals die in de oorspronkelijke teksten als formule gebruikt wordt, zonder rekening te houden met het feit dat het hier om ‘goddelijke jaren’ gaat en niet om de jaren van een mens. De juiste berekening
van een kali-yuga binnen een mahayuga ziet er dan ook als volgt uit:
Een maha-yuga, een grote cyclus van ruim 4 miljoen jaar, is opgedeeld in vier sectoren waarin de vier tijdperken (kali, dwāpara, tretā en krita-yuga) volgens de verhouding 1 : 2 : 3 : 4 worden doorlopen. Het kali-yuga beslaat volgens de officile geschriften 1.000 goddelijke jaren, daar wordt 10% bij opgeteld voor de overgangsfase aan het begin en aan het einde ervan, de zogeheten ochtend- en avondschemering: d.w.z. 2x 100 jaar. In totaal omvat het kali-yuga dan 1000 + 100 + 100 = 1200 jaar. Maar dit zijn GODDELIJKE JAREN en hier gaat het dus vaak* mis. De 1200 goddelijke jaren moeten dus met 360 vermenigvuldigd worden om die in menselijke verhoudingen te zien. Dezelfde vertaalslag moet worden toegepast op de dwāpara-, tretā- en krita-yuga’s.
Het totale leven van een mens (als incarnatie plus de tijd tussen twee incarnaties in) duurt door de bank genomen dus 100x zo lang
als het aardse menselijke leven, ergo we leven dus zeg maar 1% van onze totale tijd in ons stoffelijk lichaam. Hierop bestaan vele uitzonderingen, waaronder kortere perioden tussen twee incarnaties tengevolge van een niet-natuurlijke dood. Verder bepaalt vooral de levenswijze mede hoelang men in devachan** zal blijven. Iemand met sterke aardse banden zal eerder opnieuw incarneren dan een spiritueel ingesteld persoon.
Met het einde van het kali-yuga wordt een maha-yuga — of grote yuga — afgesloten, maar dat betekent dan dus niet dat de aarde dan ontploft, noch zullen haar bewoners in rook opgaan, verdrinken of over de rand van de horizon vallen. Na het aflopen van kali-yuga zal het mensenras opnieuw beginnen aan een nieuwe mahayuga en beginnen met een nieuwe sub-cyclus het krita-yuga, de gouden eeuw, ook wel genoemd satya-yuga, de eeuw van waarheid. Het zal een tijdperk zijn die is te vergelijken met de Hof van Eden. Een periode van gelukzaligheid, van harmonie en vrede. Dus ... laten we niet te snel juichen, we zullen nog door de donkere tunnel van het kali-yuga moeten, eerlijk is eerlijk.
In dit kali-yuga dat nog maar net begonnen is ...
’zullen dan vorsten zijn, die regeren over de aarde — koningen, ruw van geest, heftig van aard, en altijd geneigd tot leugens en slechtheid. Zij zullen de dood van vrouwen, kinderen en koeien veroorzaken; zij zullen zich meester maken van de eigendommen van hun onderdanen, en de vrouwen van anderen begeren; zij zullen een onbeperkte macht hebben, hun levens zullen kort zijn, hun begeerten onverzadelijk. ... Mensen uit verschillende landen, die zich met hen vermengen, zullen hun voorbeeld volgen; en omdat de barbaren (in India) machtig zullen zijn onder de bescherming van de vorsten, terwijl zuiverder stammen worden verwaarloosd, zal het volk omkomen (of, zoals de commentator zegt: ‘De Mlechcha’s zullen in het midden staan en de Arya’s aan het eind’. Rijkdom en vroomheid zullen afnemen, tot de wereld geheel verdorven zal zijn. Alleen bezit zal stand verlenen; rijkdom zal het enige motief voor toewijding zijn; hartstocht zal de enige band zijn die de seksen verenigt; leugens zullen het enige middel tot succes zijn bij de procesvoering; en vrouwen zullen slechts lustobjecten zijn — Uiterlijke kentekenen zullen het enige onderscheid vormen tussen de verschillende rangen in het leven; ... een man die rijk is, zal een zuivere reputatie genieten; oneerlijkheid (anyaya) zal het algemene middel van bestaan zijn, zwakheid de oorzaak van afhankelijkheid; bedreiging en arrogantie zullen in de plaats komen van geleerdheid; vrijgevigheid zal vroomheid worden genoemd; wederzijdse toestemming, huwelijk; en mooie kleren, waardigheid. Wie het sterkst is, zal regeren; het volk, dat niet in staat is de zware lasten, khara bhara (de druk van de belastingen) te dragen, zal zijn toevlucht zoeken in de dalen ... Zo zal in het kali-tijdperk het verval steeds verder gaan, tot het mensenras zijn vernietiging nadert (pralaya) .....Wanneer het einde van het kali-tijdperk nabij is, zal een deel van dat goddelijke wezen dat uit zijn eigen geestelijke natuur bestaat, ... op aarde neerdalen ... (Kalki Avatar), in het bezit van de acht bovenmenselijke vermogens. ... Hij zal de rechtvaardigheid op aarde herstellen, en de geest van degenen die aan het einde van de kali-yuga leven, zal ontwaken en doorzichtig als kristal worden. De mensen die op die manier zijn veranderd ... zullen de zaden van menselijke wezens zijn, en zullen het leven schenken aan een ras dat de wetten van het krita-tijdperk zal volgen, de eeuw van de zuiverheid. Zoals er is gezegd: ‘Wanneer de zon en de maan en het maan-gesternte Tishya en de planeet Jupiter in één huis staan, zal het krita- (of satya-) tijdperk terugkeren’.’’
- De Geheime Leer I, 412-3
Sinds de ontdekking van de maya-kalender zijn er diverse boeken gepubliceerd die het rampzalige einde van deze aarde in het komende decennium profeteren. De kalender is bestudeerd door westerse geleerden maar of zij ook de occulte bagage hebben die een dergelijke vertaling verlangt, is zeker de vraag en dat maakt de uitkomst erg onzeker. Mogelijk hebben zij de kalender juist gelezen, maar zelfs dan moeten we er rekening mee houden dat de Maya’s, net zoals de brahmanen, gebruik hebben gemaakt van een kalender die rekent met goddelijke jaren, immers, de ingewijden die die volkeren leidden moeten dit kleine aardse leven als onbetekenend hebben ervaren. Het ware leven kent een veel langere duur. Het moest ook bij hen bekend zijn dat de dood geen einde betekent en de geboorte geen begin. Het leven hier is als een noodzakelijke boze droom binnen dat grotere ware Leven, dat geen begin en geen einde kent maar eeuwig voortgaat! Dit houdt dus in, dat we ook in dit geval een ruime slag om de arm moeten houden. Dit lijkt mij dan ook het beste advies. De beschermers van de aarde en alles wat daarop leeft zullen niet plotseling de stekker eruit trekken. Het zou me wat moois zijn als we niet in staat zouden worden gesteld onze fouten te herstellen en daarvan te LEREN in plaats van in ‘zonde’ de eeuwige duisternis in te worden gestuurd. Nee, zulke vooruitzichten zijn nergens op gestoeld en niet in lijn met het mededogende karakter van het goddelijke universum.
Er vindt tegenwoordig veel afschuwelijks plaats, maar ook veel moois, wat niet in de media aan bod komt. Het grootste probleem in deze tijd lijkt dan ook wel hoe we met de media om moeten gaan. We zien en horen veel meer dan goed voor ons is. Veel mensen laten zich onnodig bang maken. We zullen met het ‘nieuws’ om moeten leren gaan, zoals we ooit met het toen nieuwe fenomeen trein en auto om moesten leren gaan. Lang geleden kon je een auto kopen en zonder enige opleiding andere mensen ermee de dood injagen. De tijden zijn veranderd, laten we ons vasthouden aan die eeuwige wijsheid: ‘Angst is een slechte raadgever’.
Spiritualiteit — een commercieel product
’’De Maya-kalender — de Tzolkin — vertelt, dat wij in 2012 een grote sprong gaan maken in onze ontwikkeling en de vierde dimensie zullen binnentreden.’’ — - In werkelijkheid zullen de ware Groten van geest niemand een gunstig beeld van deze aarde in de nabije toekomst voor ogen houden — - en al zeker niet de massa. Het is psychologisch gezien een onverstandige daad. Zoiets als in de herfst van 1941 roepen dat de oorlog al bijna voorij is! Verheug u!
Nee serieus, de theosofie leert dat ieder mens, iedere burger, elk land, elk volk, elk ras een eigen ontwikkelingssnelheid heeft, een eigen karma, een eigen probleem heeft uit te werken. Ieder mens is anders. Hoe kunnen we dan verwachten dat een heel volk plotseling, zonder eigen inspanning te leveren een grote bewustzijnssprong gaat maken? Telt aspiratie dan niet meer mee? Krijg je geluk gewoon in de schoot geworpen of levert Sinterklaas dat af? En dan, maken ook de bewoners van de steppen in Mongoli die bewustzijnssprong? En de bosjesmannen van Zuid-Afrika? Of is de sprong alleen voorbehouden aan het volk dat de Maya-kalender in gebruik had?
Een andere indruk die we hier opdoen is dat spiritualiteit een economisch goed is geworden, een product. Vroeger was het nog zo dat je in de kerk een vrijwillige bijdrage kon leveren via de collecte. Iemand die er wat voor over had, gaf naar vermogen, een kleinigheid, desnoods een knoop. Nu moet er grif worden betaald voor een optreden van een charmante en innemende persoonlijkheid. Maar echte Waarheid is niet te koop. Waarheid en inzicht worden aan hem of haar uit Liefde geschonken omdat die persoon heeft bewezen het waard te zijn. Hij of zij zal die goddelijke kennis niet voor geld verkwanselen.
Kali-yuga, kweekvijver van grote geesten
Uit de vele verwarde boodschappen van een spoedig einde van het kali-yuga kunnen we iets heel belangrijks afleiden, namelijk, dat het gros van de new age-mensen bij voorkeur egostisch denkt en handelt. Er wordt geshopt en genvesteerd in zichzelf, het lagere ego, dat het een lieve lust is. Mensen in het new age-tijdperk zijn bereid grote sommen geld uit geven aan allerlei vormen van geneeskrachtige materialen of instrumenten, zonder te beseffen dat de gezondheid met matig eten en drinken, bewegen, kalmte en een juiste denkwijze voor 99% is te herstellen. Het kali-yuga vindt men maar niks, zoals de heer Stolp al aangeeft. Maar hoe vreemd is het dan dat een bepaalde groep zielen nu juist het kali-yuga boven de andere meer spirituele yuga’s verkiest?! Er zijn dus grote zielen die uitkijken naar het kali yuga-tijdperk omdat dat het tijdperk bij uitstek is waar geestelijke groei mogelijk is, waar een achtergrond bestaat die vooruitgang in korte tijd mogelijk maakt. In elk ander tijdperk mist de mensheid de weerstand om geestelijk te groeien. Dat is ook niet zo moeilijk om voor te stellen. Waar alles harmonieus verloopt en het geluk elke dag uitbundig straalt, hoeft weinig te worden gedaan om nog meer harmonie te bereiken, noch zal die harmonie gemakkelijk verstoord raken. Alles is pais en vree. Maar in het tijdperk dat kali-yuga heet moeten alle zeilen worden bijgezet. Moeten we waakzaam zijn onze plicht niet te verzaken. Moeten we erop letten niet te liegen, dat we onze schulden betalen en van onze medemens houden, een medemens waarvan we eigenlijk alleen maar de tekortkomingen zien en niet de strijd die erachter ligt. Het is duidelijk dat in dat tijdperk een krachtig beroep op ons Hoger Zelf moet worden gedaan om lichaam en ziel te behouden.
Dus de boodschap zou eigenlijk moeten zijn; verheug u niet over een spoedig einde van het kali-yuga. Gebruik die tijd goed! Neem de gelegenheid om geestelijk sterker te worden. Zelfstandiger, edelmoediger. Vergeet dat yoga-uurtje en de rest van dat lagere zelf en probeer de eigen persoonlijkheid en dat eeuwig zeurende gammele karkas dat we zo liefhebben, zijn plaats te wijzen. Dat het voertuig met het ouder worden zwakker en ongehoorzamer wordt, is nog geen reden ons zorgen te maken, te treuren of bij de pakken neer te zitten. We zijn niet ons lichaam, het is hooguit een onaantrekkelijke woning aan het worden, die we te zijner tijd toch los moeten laten. Wat er ook gebeurt, we houden altijd de vrijheid om geestelijk boven de pijn van elke dag uit te stijgen. Als we er in slagen afstand van ons kleine zelf te nemen, bevrijden we onszelf pas echt.
* De astronoom Paul A. LaViolette maakt dezelfde vergissing in zijn boek Earth under fire.
** Lees hier de volledige verklaring van de term devachan in de Occulte Woordentolk van G. de Purucker.
![]()
Door Fred A. Pruyn, 12 november 2005