Theosofische verkenningen
Home
E-mail
Zoeken
Theosofisch woordenboek

 

De natuur als onze leraar

Natura artis magistra, de natuur is onze grote leraar. De natuur onderwijst ons, elke dag weer. We weten dat het groeizame voorjaar gunstig is voor het telen van gewassen en dus zaaien we in die tijd en oogsten we in de zomer of in de herfst. Met dezelfde aangeboren wijsheid sturen we kinderen naar school opdat ze later de vruchten kunnen plukken van de aangeleerde kennis. Enige bespiegelingen over onszelf en de natuur, een onverbrekelijke eenheid.

M
et behulp van de hermetische regelzo boven, zo beneden, in het groot als in het klein’ kan zelfs het ijs op sloten en watertjes interessante inzichten opleveren. Zo kunnen we na een paar dagen vorst her en der bellen in het ijs zien hangen. Soms grote, dan weer slierten kleinere belletjes. Meestal vinden we die eerste belletjes pas een paar centimeter onder het oppervlak. De New Scientist gaf daarvoor een verklaring die bij nader inzien ook op esote­risch gebied behoor­lijk verfrissend uit kan pakken.
     Had u misschien ook altijd gedacht dat de bellen en slierten belletjes gewoon ontstonden uit het gas dat uit de bodem omhoog borrel­de en halverwege was blijven steken? Ik in ieder geval wel. Maar ook nu blijkt de werke­lijk­heid toch weer anders dan we altijd hebben gedacht dat die is. Wat blijkt, de bellen en belle­tjes wor­den niet veroor­zaakt door het uit de bodem omhoog borre­lende gas, maar ont­staan door het gas dat altijd in het koude water opgelost heeft gezeten en door het kristal­lisatieproces uit het water is geperst. Bij het groeien van het ijs op sloten en meertjes, gaat de ijsgroei van boven naar beneden en dan raken de gasbelletjes ingesloten in het groeiende ijs.
     Dit uitdrijven van gasbelletjes vindt ook plaats in het bloed van duikers die met perslucht naar grote diepte zijn afgedaald en te snel naar de oppervlakte terugkeren. Het is de zogenaamde caissonziekte. Bij caissonziekte maken de gassen die in het bloed zitten opgelost, zich los van de vloeistof door de verminderde omgevende druk en kunnen, als ze door de bloedvaten omhoog stijgen, hartstoornissen en zelfs de dood veroorzaken. Hetzelfde fenomeen zien we terug bij het losdraaien van de dop van een fles koolzuurhoudend frisdrank waar, door de lagere druk, de gassen uit de limonade loskomen.
     Kunnen we dit natuurkundige fenomeen ook naar een spiritueel gebied vertalen? Misschien wel, de natuur volgt immers overal hetzelfde patroon, dezelfde werkwijze op een oneindig aantal verschillende niveaus.
      Angst werkt verlammend, dat weten we allemaal. Angst, als het tegen­overge­stelde van moed, laat ons krimpen, maakt ons klein, vernauwt ons gezichts­veld omdat we gefixeerd zijn op het behoud van het lagere persoonlijke zelf. Door twijfel en ronddraaiende zorgelijke gedachten kan er geen wijze of verstandige beslissing worden genomen. In die zin zou je kunnen zeggen dat net als bij ijsvorming, wanneer het gas uit de watermoleculen wordt gewerkt, ook een angstige houding de hogere geestelijke adem — de ruach uit de Qabbālāh — uit de mens perst.

Kristallen

Vuur drijft elementen uit elkaar, kou trekt elementen bij elkaar. Hoe zuiverder een kristal hoe helderder haar eigen toonsoort en verspreiding van het licht, de luister. Een diamant is het zuiverste kristal, pure koolstof. Robijn en saffier zijn kristallen die een minimale ‘verontreiniging’ hebben, waar één of meerdere elementen in zijn blijven zitten. Voor de vorming van de meeste soorten kristallen zijn rust, afkoeling en chemische samenstelling (zuiverheid, homogeniteit) de belangrijkste voor­waar­den. Het zijn precies dezelfde voor­waar­den die kunnen worden gesteld aan de inner­lijke houding van de discipel voor het bewande­len van de moeilijke, smalle weg ‘om­hoog’.
     Misschien kunnen we, als we onszelf een beetje los kunnen maken van deze hartstochtelijke wereld, de wereldse drukte langs ons heen kunnen laten gaan, en ons gaan wijden aan de taken die voor ons liggen, misschien kunnen we dan van onszelf ook een ‘kristal’ maken? Want worden we dan niet aan een edelsteen gelijk? Met vreugde kunnen we dan fonkelen in de beschermende muur van de wereld, waar al vele edelstenen een plaatsje hebben gevonden.
     Zo kunnen we dankzij Hermes Trismegistus en de fratsen van koning Winter zelfs van gewoon ijs nog het een en ander leren, dat is te zeggen, als zijne koninklijke hoogheid eens een keer in functie is.


Door Fred A. Pruyn, maart 2007