Aardolie is niet
wat het lijkt te zijn
Stel je voor. Je leeft al van kinds af aan op de rug van een grote dikke olifant en je hebt in je leven niets anders leren kennen dan die harige rug, want je bent stekeblind. Iemand in je omgeving maakt je op een gegeven dag wijs dat als je in die olifant een gaatje prikt er een lekkere rode vloeistof uit komt, die je ongestraft op kunt drinken. Maar wat nou als die rode vloeistof het belangrijkste goedje van de olifant blijkt te zijn waardoor hij in staat is jou te dragen? Dan heb je een probleem.
| H |
Merkwaardige fenomenen
Eén duidelijke en gemakkelijk te begrijpen anomalie
2) wil ik niet onvermeld laten. Dan gaat het in dit geval wel
om steenkool, maar dat houdt zoals we wel zullen weten, nauw verband met
aardolie. Er zijn steenkoolvelden of lagen die wel 15 meter of meer dik
zijn (in Morwell, Australië, zijn steenkoollagen aangetroffen met
een dikte van 240 meter, waarin ook nog eens behoorlijk goed geconserveerde
boomstronken zaten!), terwijl ze in Pennsylvanië in de Verenigde
Staten, ze gemakkelijk een gebied van duizenden vierkante kilometers beslaan.
De vraag is dan, waar komt zoveel begroeiing vandaan die zo’n gigantisch
dikke steenkoollaag mogelijk maakt en hoe kan er een veenbodem ontstaan
op eerdere steenkoollagen zonder dat er een geschikte voedingsbodem aanwezig
is? Ik kan het dan ook niet nalaten deze gewaagde gedachte te uiten: kan
steenkool uitgekristalliseerde aardolie zijn?
En dan, hoe komt het dat aardolie maar niet op wil raken,
terwijl ons in de jaren 60 werd gezegd dat we toch maar voor enkele decennia
olie hadden? En wat nu als die fossiele brandstoffen niet fossiel blijken
te zijn? Wetenschappelijk buitenbeentje astronoom Thomas Gold meent namelijk
dat aardolie niet echt fossiel is en toont dat overtuigend aan. We blijven
dan met de belangrijkste vraag zitten: Als aardolie geen afvalproduct
is en zoals nu blijkt, de woonplaats van bacterin en microorganismen
— de zogeheten thermofielen — is, kan het dan misschien
toch het ‘bloed’ van de aarde zijn?
Wanneer is het op?
De oliecrisis van 1973 ligt bij velen nog vers in het geheugen. Lopen en fietsen op de snelweg op autoloze zondagen. De dichtgedraaide oliekraan van de Opec-landen joeg ons de schrik om het lijf. Behalve kernoorlogen en chanterende oliesjeiks waren we vooral bezorgd over leeg rakende oliebronnen in de mogelijk zeer nabije toekomst. De Club van Rome gooide nog eens extra olie op het vuur en kwam met een wetenschappelijk rapport genaamd Grenzen aan de Groei waaruit zou blijken dat de aarde ons slechts een slordige 30 tot 50 jaar olie zou leveren. Dan zou de aarde zeggen: ,,Sorry jongens, jammer, het is op!” Duidelijker kon het niet: onze industrile groei en welvaart liepen groot gevaar. Maar nu, bijna dertig jaar later, blijkt niets minder waar te zijn. Geen enkele boorput is gesloten omdat die opgedroogd zou zijn en niets wijst erop dat dat binnenkort ook zal gaan gebeuren. De olievelden die bekend zijn, worden op mysterieuze wijze continu bijgevuld
Olie ontbeert een biologische herkomst
Dit zette Thomas Gold, emeritus hoogleraar astronomie,
al in de jaren 80 aan het denken. Hij heeft nu na twintig jaar onderzoek
naar de herkomst van het ‘zwarte goud’, niets kunnen vinden
dat wijst op de organische herkomst van het materiaal uit prehistorische
tijden. Of zoals Ottenhoff dacht: dat de wereldvoorraad aardolie het product
is van een paar honderd miljard voorouders die ooit zijn omgekomen bij
een wereldramp, die we tijdens het autorijden verstoken.
In
zijn tamelijk opmerkelijke boek, The
Deep Hot Biosphere — een leesbare samenvatting van eerder
gepubliceerde artikelen in Science, Nature, PNAS, etc. met een lovend
voorwoord van Freeman Dyson, bekend van Wim Kaysers televisieprogramma
Een schitterend ongeluk — komt hij tot een opzienbarende conclusie:
aardolie is veel ouder dan wij denken en heeft weinig van doen met fossielen.
Zijn conclusie is dat de biomoleculen die we erin aantreffen afkomstig
zijn van micro-organismen die zich op grote diepte vermeien en graag baden
in de hete olie, onder een onwaarschijnlijk hoge druk. Zij houden ons
met ons denkbeeld van fossiele brandstoffen voor het lapje. De olie stroomt
van heel diep in de aarde omhoog en passeert een biotoop van thermofielen
in de aardkorst, waardoor de olie voortaan biomoleculen bevat, gestorven
microben. De huidige opvatting is dat de olie is gevormd uit prehistorisch
materiaal dat na een korte dans op aarde met onvoorstelbare massa’s
naar beneden is gedrukt.
Gold wil niets weten van de orthodoxe leer. Hij veronderstelt
als een astronoom pur sang, dat het zwarte goedje moet zijn gevormd uit
kosmisch materiaal. Koolwaterstoffen die bij het ontstaan van de aarde
uit het heelal zijn verzameld en net als onder de deksel van een grote
pan zijn opgeslagen onder de aardkorst. Hij wijst naar de grote gasvormige
planeten als Saturnus, Jupiter, Neptunus en Uranus die voor een belangrijk
deel bestaan uit koolwaterstoffen. Waarom zou onze planeet er in het prille
begin ook niet zo uit hebben gezien? De lemen reus die zij nu is, zou
miljarden jaren geleden voor een deel hebben bestaan uit koolwaterstoffen
die een paar miljoen jaar later, toen de korstvorming begon, zijn ingesloten.
Bijzonder is, en dat pleit voor zijn controversile ideeën ,
dat bij het aanboren van aardolie en aardgas altijd helium te voorschijn
komt. Helium is een edelgas dat met geen enkel ander element een reactie
aangaat en al helemaal niet wordt gevormd door een chemische reactie van
organisch materiaal. Helium komt vrij uit het radioactief verval van uranium
en thorium, en is verder ruim aanwezig in de kosmos. Hij heeft helium
in zulke grote concentraties aangetroffen die nooit door welke voorstelbare
hoeveelheden rottend hout en organische stoffen dan ook gevormd kunnen
worden. Dus, zo redeneert hij, het mag aannemelijk worden geacht dat het
helium van grote diepte omhoogborrelt en aldus een zeer lange weg aflegt.
Het komt van veel grotere diepte dan het relatief ondiepe laagje waar
wij de olie vinden. Verder is het bijzonder dat helium nooit spontaan,
buiten de atmosfeer wel te verstaan, wordt aangetroffen. Altijd in combinatie
met aardolie of gas. Het lag voor Gold dus voor de hand te veronderstellen
dat het helium met de koolwaterstoffen wordt meegevoerd.
In de visie van Gold zijn de huidige voorraden olie en gas
door de immens hoge druk uit de diepte dr de gesteenten omhoog gestuwd
en tot stilstand gekomen onder de ondoordringbare lagen, die zo fungeren
als de deksel van een snelkookpan. Als de olie onder grote druk omhoog
komt, passeert die telkens poreuze holtes, vult die totdat het plafond
onder de hoge druk bezwijkt, waarna een hoger gelegen holte wordt bereikt,
die ook weer wordt gevuld. Uiteindelijk zal bij voldoende tegendruk de
aardolie in de aardkorst tot vlak onder de oppervlakte tot stilstand komen.
Dit rebelse idee van de niet-biologische herkomst
van olie is overigens niet van hem. De Russen waren hem eigenlijk al voor.
Sokoloff dacht al in 1889 dat olie een kosmische oorsprong moest hebben.
Meteorieten bevatten olieachtige stoffen en de aarde is in het verleden
voldoende gebombardeerd met kosmisch materiaal, zo stelde hij. Recentelijk
is gebleken dat ook de kern van een komeet olieachtige stoffen bevat.
Gold vond steeds meer aanknopingspunten, maar nog steeds
geen keihard bewijs, afgezien dan van het mysterieuze helium. Maar, zo
dacht hij, als je nou eens gaat boren in lagen die zo oud zijn en zo diep
liggen dat daar nooit olie zou kunnen zitten en je vindt olie, heb je
dan geen degelijk bewijsmateriaal in handen? Maar ja, hoe krijg je iemand
zo gek dat hij honderd miljoen dollar besteedt aan het boren op een plaats
waar je niets zult vinden?
The proof is in the pudding
Na enkele publicaties in Nature en Science heeft Gold een
zodanige reputatie opgebouwd dat hij het aandurft om de Zweedse overheid
voor te stellen om proefboringen te doen in de Siljan-ring. Een nauwelijks
herkenbare inslagkrater van honderden miljoenen jaren oud met een middellijn
van 44 kilometer. Een ideale plek. Het zou bij succes de Zweden onafhankelijker
maken van het buitenland wat de import van olie betreft. Het was een geurige
warme worst die de Zweden in de jaren 80 was voorgehouden, het olievraagstuk
was hot. Voor Gold was het niet meer dan een wetenschappelijk buitenkansje,
de onderneming zelf eigenlijk dwaasheid, een te grote gok. De geologische
structuur aldaar liet er geen misverstand over bestaan dat je voor fossiele
brandstoffen toch wel elders moest zijn. Na enkele verhitte debatten in
het Zweedse parlement besloot men op basis van Golds argumentatie toch
ervoor te gaan. Gold liep rond met een big smile. Als daar aardolie gevonden
zou gaan worden, ver onder het stollingsgesteente, waar nog geen honderdste
gram organisch materiaal te vinden is, zou dat de kroon op zijn werk zijn.
Na 6 kilometer boren door het graniet komt de boor door pech
tien dagen stil te liggen. Als men de draad weer op wil pakken, blijkt
de boor vast te zitten. De laatste tien meter blijken vol te zitten met
magnetiet, een kleverig goedje dat, zo verklaart Gold, wordt gevormd door
micro-organismen die het geoxideerde ijzer afbreken. Later laboratoriumonderzoek
wijst uit dat diep in de boorput inderdaad leven zit: Thermofiele bacterin,
micro-organismen die goed gedijen bij hoge temperaturen. Gold onderbreekt
zijn vakantie op Mallorca en brengt een bezoek aan de Siljan-ring. De
arbeiders hebben het walgelijk stinkende spul vijftig meter verderop gedumpt.
Maar de stank weerhoudt Gold er niet van om wat restanten in een plastic
zak mee te nemen. Hij ruikt de overwinning. De stank wijst immers op organische
processen (stenen zelf stinken niet) dat betekent levend materiaal!
In april 1990, meer dan twee jaar later wordt een pomp neergelaten,
bijna 7 kilometer diep. Twaalf ton ruwe olie en vijftien ton magnetiet
komen omhoog. Het eerste bewijs is er. Voor Gold is nog belangrijker dat
telkens weer grote concentraties koolwaterstoffen worden aangetroffen
op plaatsen waar vroeger heet magma zich in het gesteente heeft gedrongen.
Dit bewijst dat de stoffen die olie en gas vormen die scheuren gebruiken
als een kanaal op hun weg omhoog. Er is geen duidelijker bewijs voor de
niet-biologische herkomst van olie en gas, stelt een verrukte Gold.
Voor de Zweden was er minder reden tot jubelen: de olie stroomt
niet snel genoeg door de vertragende werking van het niet te vermijden
magnetiet, die als bij een open wond van een mens het wegstromen van het
bloed wil verhinderen. De economische waarde van de bron blijkt nihil.
Voor Gold breekt een moeilijke tijd aan. Vierentachtig vaten
ruwe olie zijn naar boven gehaald en toch willen enkele wetenschappelijke
tijdschriften niet publiceren omdat de referees, onafhankelijke wetenschappers
die het stuk moesten beoordelen, de resultaten zo ongeloofwaardig vonden
dat een ander team ook maar eens moest boren. Vierentachtig vaten olie
en er wordt gevraagd om een tweede proef van ruim tweehonderd miljoen
gulden!
Nog meer verrassingen
Maar hoe kan het berhaupt? Olie waar geen olie
behoort te zijn en levende wezens die in de olie feestvieren op een plaats
die veel te heet is en waar een onwaarschijnlijk hoge druk heerst?
John Postgate, microbioloog, kijkt er niet van op. Hij kent
uit de praktijk 3) de meest onvoorstelbare
omstandigheden waar leven is gevonden. Microben die in zuren zelfs met
een zuurgraad van 1 blijven lachen als een boer met kiespijn. Zo zuur
dat zelfs ijzer het loodje legt, ja zeg maar gerust waar bijna alles wordt
gereduceerd tot niets. Er zijn vissen, reusachtige schelpen en wormen
van 3 meter lengte aangetroffen op meer dan 3000 meter diepte waar heet
magma door de bodem naar buiten stroomt. Helse omstandigheden, er heerst
een walgelijk hoge druk, er is geen licht en bij een temperatuur tussen
een en driehonderd graden weten ze het toch gezellig te houden.
Gold heeft zijn wapenfeiten en durft nu de schattingen van
de oliereserves van Levin uit 1958 over te nemen. Die calculeerde dat
de koolwaterstoffen waaruit aardolie wordt gevormd, onder grote druk gevangen
zouden zitten tussen de mantel en de aardkorst, wat neerkomt op een ruimte
die vele keren het volume van de oceanen beslaat.
Misschien dat we ooit zullen ontdekken dat olie als bloed
door de aarde circuleert en zo de vitaliteit van de aarde distribueert,
want het idee dat het naar de kern van de aarde toe alleen maar heter
wordt en de druk blijft toenemen zal, gezien de resultaten van gravitationeel
onderzoek, ongefundeerd blijken te zijn. Vanuit dat standpunt gezien is
het misschien een extra reden om ons vampirisme van de aarde een halt
toe te roepen.
Noten
1) Thomas Gold komt in zijn artikel Can there be two different
processes responsible for commercial oil? op overtuigende wijze tot
de conclusie dat olie, ondanks heersende opvattingen van de wetenschap,
geen biologisch product is. In het kort komt het erop neer dat hij het
bestaan van biologische moleculen, d.w.z. afkomstig van organismen, in
olie erkent, maar die ziet als latere vervuiling van de olie als die wordt
aangeboord.
2) William R. Corliss, Anomalies in Geology: Physical, Chemical, Biological,
blz. 186-7.
3) John Postgate, The Outer Reaches of Life, Cambridge University
Press, isbn 052144010-6.
![]()
Door Fred A. Pruyn, oktober 2005