Op zoek naar de oorspong van Pasen
Pasen wordt van oudsher gevierd met eieren en paashaas, wat deze feestdag misschien wel de merkwaardigste van alle christelijke feestdagen maakt. Eieren versieren, verstoppen, zoeken, en met wat geluk vinden en opeten. En als we ons dan afvragen waarom we dat doen, blijven we gewoonlijk het antwoord schuldig. Nog belangrijker is dan ook de vraag of het Paasfeest misschien al vóór de christelijke jaartelling zou kunnen hebben bestaan? In hoeverre heeft het feest werkelijk te maken met de wederopstanding van Jezus? Immers, de overblijfselen van heidense gebruiken die met Pauselijke instemming al heel lang geleden zijn overgenomen, zijn nadrukkelijker aanwezig dan die die aan een herstelde Jezus doen herinneren. Het einde van een christelijk monopolie?
| O |
want veel mystici onthouden zich van het eten van dieren
en eieren. Het ei is immers het potentiële begin van een nieuw leven.
Antropologen beweren dat de eieren de vruchtbaarheid en de voortplantingsdrift
in de dierenwereld symboliseren. Het zou allemaal verband houden met het
voorjaar. Ja, hoe onwetend zijn wij wat de esoterische betekenis van,
en het vreemde verband tussen, de eieren, de hazen, de os en de opgestane
Jezus betreft! In dit verhaal zullen we zien of de mystieke achtergrond van Pasen
aan de hand van astronomische en astrologische invloeden te verklaren is.Kruisiging op vele gebieden
Het Engelse Easter (Pasen) is te herkennen in het oud-Angelsaksische woord Eostre of Ostara,
de namen van een Noord-Europese godin. Het betekent ‘bewegen naar
de opkomende zon’. Haar symbool was de haas en die was ook heilig
voor de Noorse godin Freya, Venus. Dit symbool is ook te zien in oud-Egyptische
hiërogliefen en staat dan in verband met de maan. Ostara symboliseert
het terugkeren van de dag en de nieuwe lente.1)
Later meer over de haas in een vooral astronomische context.
Duidelijk mag evenwel zijn dat het tijdstip van Pasen al vóór de christelijke
jaartelling een bijzondere periode van het jaar was. En na enige studie
van de Theosofische literatuur zullen we bovendien ontdekken dat de kruisiging
ook niet een letterlijke kruisiging zal zijn geweest. Het is een kruisiging
in de taal van de allegorie en de symboliek. Het laat de weg zien die
wij allemaal gaan. Het mysterieverhaal, het religieuze verhaal, geeft
een voorproefje van hoe de versnelde ontwikkeling van de mens, als hij
daarvoor kiest, eruit kan zien.
De kruisiging en opstanding van Jezus is de tweede
belangrijke beproeving uit een reeks van vier inwijdingen die aan het
begin van de vier seizoenen plaatsvinden. Het zijn beproevingen waarbij
de initiant geheel op eigen kracht door de innerlijke werelden moet om
uiteindelijk een Meester van Wijsheid te kunnen worden.
Deze tweede inwijding, die met Pasen wordt herdacht, bestaat
uit een voorbereidende fase, een gang naar de diepte, de hel of afgrond
en een opstijgen naar de hemelse sferen om uiteindelijk weer in een staat
van euforie tot het gewone aardse leven terug te keren. Dit hele proces
is een versnelde rondgang van wat een mens gewoonlijk half bewust of zelfs
onbewust meemaakt na de dood en over vele levens uitgespreid. We zien
het versnelde proces van leren, troosten en onderwijzen dat de ware boeddha’s
kenmerkt.
Na de voorbereidende fase en de ‘kruisiging’,
volgt de afdaling in de aarde, een bezoek aan de hel, gesymboliseerd door
de plaatsing van het lichaam in het uitgehouwen graf of crypte in de rotsen.
Ook
in het oude Egypte kende men deze inwijding. Maar daar daalde de initiant
af naar het diepste punt in de piramide, de put. Dit is een kleine, lelijke,
grove ruimte, diep onder de piramide. Zo te zien nooit afgemaakt. De afdaling
er naartoe symboliseert de gemakkelijke weg omlaag naar de materiële grove
sferen. Tot daar kon de ingewijde op enige steun rekenen van zijn gids
en leraar, verder niet. Parallel hieraan zien we dat ook Jezus enige steun
en hulp kreeg bij het dragen van zijn kruis. We zien de analogie met de
kindertijd waarin de ouders hulp bieden aan het groeiende kind.
Na het diepste punt te hebben bereikt moest de initiant
op eigen kracht de nauwe gang omhoog volgen, helemaal tot aan de koningskamer,
in het hart van de enorm grote piramide.
We zien met Pasen de symboliek die herinnert
aan het ceremonieel van de oude mysteriescholen als de neofiet op een
kruishout ligt en dan de strijd met zichzelf aangaat. Het is een proces
dat ook wij zelf op gezette tijden en op een veel gemakkelijker niveau zullen beleven, want
het grote inwijdingsavontuur dat de verheven initiant ten
tijde van de lentenachtevening onderneemt, is een kopie, een duplicaat,
een herhaling in onze eigen kleine menselijke sfeer, van wat in feite
met kosmische tussenpozen onder de goden plaatsvindt. De inwijdingen die
zelfs nu nog met min of meer ononderbroken regelmaat ten tijde van de
lentenachteveningen plaatsvinden, omvatten niet alleen het ondergaan van
beproevingen en de uiteindelijke opstanding van de innerlijke god uit
de persoonlijke mens en de opstijging van het waarnemend bewustzijn van
de initiant naar de geestelijke rijken, (...) maar tevens datgene wat
men in de Westerse literatuur over dit onderwerp gewoonlijk noemt de nederdaling
van de neofiet-initiant, hoe verheven zijn geestelijk formaat ook mag
zijn, in de Onderwereld, in die zeer werkelijke maar voor ons volkomen
onzichtbare gebieden van de ruimte, die bestaan in kosmische rijken die
nog materiëler zijn dan onze grove sfeer van fysieke māyāvi, illusoire-substantie.
(...)
Het beeld dat we nu van de inwijding van de Lentenachtevening
hebben, is dat van een fase van de algemene inwijdingscyclus, welke fase
enerzijds bestaat uit zware en ingrijpende beproevingen van geestelijke
en intellectuele en psychische zowel als astrale aard, en die anderzijds
ook de afdaling omvat in sferen die nog nooit zijn bezocht in de gewone
loop van hun ontwikkeling door de rondtrekkende monade van gemiddelde
menselijke wezens, nu deze monaden eenmaal zijn begonnen zich in het menselijk
stadium te manifesteren.2)
We vieren met deze tweede inwijding het volwassen worden van de mysticus. De ingewijde komt oog in oog te staan met de geweldige vernieuwende krachten die de wereld reguleren.
Welke rol speelt de haas?
Het ei en de cirkel zijn het embleem van de onbelichaamde
intelligenties van de planeetgeesten en scheppende krachten. Denk ook
aan het Gouden Ei van Brahma, de Hiranyagarbha, de lichtgevende vuurnevel
of etherische stof waaruit het universum werd gevormd.
Het ei is ook het symbool van de kiem van het nieuwe leven
dat in alles zit en dat zich in het voorjaar met veel bravoure manifesteert.
Het ei doet ook denken aan een cel, een atoom of een monade en manifesteert zich, groeit als het ware,
middels een cirkelvormige beweging van binnen naar buiten.
Maar het meest symbolisch is toch wel het kuiken, de ingewijde, die op eigen kracht de eierschaal moet breken om in een nieuwe ruimere
wereld geboren te kunnen worden.
Maar dan de paashaas, een
merkwaardige diersoort. De paashaas vormt een onmogelijke combinatie met
de eieren. Een haas legt geen eieren, draagt ze hooguit. Ik denk ook niet
dat dit dier is gekozen vanwege zijn voortplantingsdrift, want we weten
nu wel, dat het hele paasgebeuren niets heeft te maken met de vruchtbaarheidssymboliek
van de antropologen. Bovendien heeft de haas, als het om die scabreuze
passies van de natuur gaat, wel zwaardere concurrenten in de dierenwereld.
In C.G. Jung, De Mens en zijn symbolen (blz. 93), lezen we dat Dr. Paul Radin al in 1948 melding maakte van het feit dat de haas deel uitmaakte van de vier helden-cycli van de Winnebago-indianen van Noord-Amerika. En zo ontdekken we dat zelfs de oude 'heidense' Winnebago-indianen vier heilige seizoenen kenden. Vier helden, vier seizoenen.
"Evenals Schelm (wiens animale trekken bij de Amerikaanse Indianen dikwijls door een prairiewolf voorgesteld worden), verschijnt ook hij (de haas) in het begin in animale gestalte. Hij heeft de volwassen menselijke gestalte nog niet bereikt, maar treedt toch op als de grondvester van de menselijke beschaving – de Hervormer. De Winnebago geloven, dat hij door de beroemde Medicijn-rite aan hun stam te geven, zowel hun heiland als hun cultuurheld werd. Dr. Radin vertelt ons, dat deze mythe zo machtig was, dat de leden van de Peyote rite Haas slechts node opgaven, toen het christendom in de stam begon binnen te dringen. Hij ging in de gestalte van Christus op en heel wat stamleden redeneerden, dat zij Christus niet nodig hadden, omdat zij Haas al bezaten."
Dr. Radin herkende de inwijdingsfase van de indianen: ‘Het stelt onze pogingen voor om, geholpen door de illusie van een eeuwige fictie, het hoofd te bieden aan het probleem van het opgroeien.’ (id.).
Een hele andere plaats waar we de paashaas tegen kunnen komen, in ook nog eens een heel ander deel van de wereld, is de Vedanta, het belangrijkste werk van de Brahmanen van India. Daarin
komen we een verhaaltje tegen dat handelt rond de haas en het begrip māyā,
illusie, maar dat, zoals we zullen zien, waarschijnlijk een veel diepere
betekenis heeft dan op het eerste gezicht lijkt.
De vertelling gaat als volgt: Een man loopt tegen de avond
op een heuveltje af. Voor hem, op de top van de heuvel ziet hij in de
schemering een haas zitten. Maar geen gewone haas, nee, een haas met twee
horens. Hij kijkt nog eens en ziet dat hij zich heeft vergist en dat de
haas gewoon twee oren heeft. Een typisch geval van māyā.
Nu is het van belang te beseffen dat de brahmanen veel occulte
leringen met opzet hebben versluierd en verhaspeld om de esoterische waarheid
voor zichzelf te houden. Misschien is dat met dit verhaaltje van de haas
ook wel gebeurd? We zullen zien.
We weten nu dankzij vele recente studies en documentaires
dat de Egyptische piramiden een bijzondere relatie hebben met de sterrenhemel,
ze weerspiegelen de hemel, ze zijn er een kopie van, op de grond. De piramiden
zijn zo opgesteld dat ze de riem of gordel van het sterrenbeeld Orion
voorstellen. De Sfinx zou een bepaalde relatie hebben met het teken Leo,
de leeuw, wanneer dat boven de horizon verschijnt.
![]() Als de eerste helft van de Stier is verschenen zien we een ... haas. |
![]() Een half uur later staat het sterrenbeeld Stier in zijn geheel boven de horizon en is de haas verdwenen... |
Een ander feit dat mij in mijn vermoeden steunt, is dat de haas bij de Algonquin indianen van Noord-Amerika de voornaamste god was. Zij noemden de haas Menabosho of Michabo. 6) Hij stelde de god voor waar zij naartoe zouden gaan als zij stierven. En dan wordt alles duidelijk, want waar gaan wij naartoe als we sterven? Juist, naar de sterren.
Pasen en astrologie
Wanneer kun je deze krachten het beste ervaren?
Blijkbaar aan het begin van het voorjaar, rond de tijd waarop de lente
begint. Pas op het concilie van Nicea in 325 n. Chr. is vastgesteld dat
het wenselijk zou zijn Pasen te vieren op de dag van de eerste volle maan
na 21 maart. Inmiddels is dat aangepast en vieren we Pasen op de eerste
zondag na de eerste volle maan na 21 maart. Maar waarom juist op die datum?
Wat is er zo bijzonder aan die datum? Om dit bij de horens te pakken volgt
er een stukje astronomie en astrologie. Ik hoop dat u mij kunt volgen,
ik doe mijn best om het zo eenvoudig mogelijk te houden.
Er zijn drie dingen het noemen waard. Het eerste wat opvalt
is dat op die datum de zon exact boven de evenaar staat, het is dan overal
op aarde even lang dag en nacht. Het tweede is dat de zon en het sterrenbeeld
Ram, althans zo was dat lang geleden, op één lijn staan. De maan staat
aan de andere kant van de aarde dan de zon.
Het derde punt dat op 21 maart van belang is, is dat in
de loop van de ochtend het sterrenbeeld Stier boven de horizon verschijnt.
Ja, het sterrenbeeld Stier, met de sterrenstelsels Pleiaden en Hyaden,
heeft een bijzondere band met de mens. In het oud-testamentische boek
Job (38:31) worden zij al genoemd, daar lezen we over de zoete invloed
van het Zevengesternte ofwel de Pleiaden.
De
Pleiaden, de zeven zusters, en dan vooral Alcyone, werden beschouwd als
een punt waaromheen de goddelijke adem of beweging gedurende een manvantara,
de levensduur van een van de zeven tijdperken in het leven van onze planeet,
draait. Astronomen hebben lange tijd gedacht dat dat het middelpunt was
waar onze zon omheen draait, maar dat is het niet. Het is de spil van
onze wereld.
Volgens het occultisme zijn de Pleiaden ook de verzorgsters
van Karttikeya, de planeet Mars. Mars is niet alleen een strijder, een
vernietiger, maar in een andere goede betekenis, de opbouwer, de vernieuwer,
degene die kracht geeft. De Pleiaden geven voortdurend energie vanuit
het centrum. Vlakbij de Pleiaden in het oog van de Stier liggen de Hyaden.
Beide sterrenstelsels staan volgens De Geheime Leer 3)
in verband met de periodieke hernieuwingen van de aarde wat haar continenten
betreft en dus vooral met zondvloeden.
De Pleiaden zijn volgens mevrouw Blavatsky op een bepaalde
manier verbonden met het Atlantische ras. De zeven zusters symboliseren
de zeven onderrassen. De sterren zijn dus nauw verbonden met het lot van
de vele naties dat wordt gevormd door gebeurtenissen in de geschiedenis.
Ons lot staat dus letterlijk in de sterren geschreven.
Deze zusters zijn volgens de oude mystieke traditie gehuwd
met de zeven rishi’s, de zeven zieners. Deze zieners moeten we kunnen
vinden in het sterrenbeeld de Grote Beer, in de volksmond beter bekend
als de grote steelpan, hoog aan de nachtelijke hemel en niet ver van de
Pleiaden vandaan. Wonderlijk genoeg lijken de Pleiaden een verkleinde
kopie van de Grote Beer.
Volgens Blavatsky 4)
geven de zeven rishi’s de tijd en de duur aan van de gebeurtenissen
in onze zevenvoudige levenscyclus. Zij duiden ook de tijd en de tijdperken
van de kali-yuga, de eeuw van zonde en smart aan.
De Pleiaden worden in het Sanskriet, de bakermat van onze
taal, de Krittika genoemd. Maar let eens goed op dat woord. Vertoont het
niet opvallend veel gelijkenis met ons woord kritiek? We komen het ook
tegen in het Griekse kritikos ‘tot oordelen in staat, beoordelend,
beslissend; criticus, rechter’. Het is het scherpe onderscheidingsvermogen
van de rechter, de geestelijke hiërarch.
Een
ander bijzonder aspect aan het sterrenbeeld Stier en de sterrenstelsels
daarin vinden we in de plaats die het in het heelal inneemt. Zoals de
ouden al schreven draait onze wereld om de Pleiaden, terwijl ons
zonnestelsel als geheel om Sagitta-A, in Sagittarius, de boogschutter
draait. Het zijn twee punten die precies 180 graden tegenover elkaar liggen,
ze zouden bovendien elkaars tegenpool zijn.
Als we deze tekens van de dierenriem wat nader beschouwen
valt ons op dat de ontwerpers ervan diep doordrongen moeten zijn geweest
van de betekenis waar de tekens een embleem van zijn. De Boogschutter
richt zijn pijlen op het hart van de schorpioen, 15.000 jaar geleden exact,
nu iets minder precies.
De
Schorpioen is, zoals velen wel weten, het sterrenbeeld van de voortplanting
en de dood, twee zaken die nauw met elkaar samenhangen. De Pleiaden die
daar als het ware tegenover staan, zijn de voedende, verzorgende en dus
de tegenovergestelde krachten. In één opzicht zouden we de sterrenhoop
Sagitta-A dus kunnen zien als onze zuidpool en de Pleiaden als onze noordpool.
De Pleiaden geven leven, Sagitta-A neemt het leven. Anders gezegd en wel
een beetje simplistisch: De Pleiaden vormen de kraan waaruit het nieuwe
leven stroomt, de Sagitta-A is dan misschien wel het afvoerputje?
Dat
de Hyaden, die vlakbij de Pleiaden liggen, soms ook werkelijk de "kraan"
wijd open laten staan, vinden we bevestigd in de overleveringen van de
Maya’s. Zie de hiernaast geplaatste afbeelding uit de Dresdener Maya
Codex. De afbeelding geeft de zondvloed weer die de continenten overspoelt.
Het hoort bij het vernieuwende aspect van de Pleiaden en Hyaden. Zoals
we misschien kunnen begrijpen zorgt een zondvloed voor een schone lei.
Het geeft de aarde een poos rust, laat de lucht klaren en het nieuwe menselijke
ras dat zal verschijnen kan fris opnieuw beginnen. Nieuwe kansen, nieuwe
prijzen.
Op de afbeelding zien we in de bovenste godin de verpersoonlijking
van de Pleiaden of Hyaden. Zij doet mee met het storten van het water
over de wereld. Overigens moet ik hierbij opmerken dat we het water niet
in zijn letterlijke betekenis moeten lezen. Water kan nooit als H2O
door de ruimte stromen. Het is water in zijn mystieke betekenis. Water
als de etherische spirituele kracht die door het universum stroomt en
alles energie en leven geeft. Dit water komt niet voor niets uit de bek
van een slang of draak, symbool van het astrale licht. Denk ook aan de
wateren van de ruimte waarmee Genesis (1:2) begint. De godin van de Maya’s
kanaliseert het goddelijke water.
Het ‘water’ stroomt vervolgens door het universum
en bereikt de ‘zuidpool’, uitgebeeld door de mannelijke godheid
beneden, het eerdergenoemde afvoerputje, wat doet vermoeden dat niet alleen
onze aarde wordt overspoeld. De mannelijke boosaardig kijkende godheid
heeft twee pijlen of speren en misschien een boog in zijn handen, en past
dus precies bij het symbool van de Boogschutter.
Dit lijkt ook een universele traditie te zijn wat ondermeer
blijkt uit het feit dat ook de Barasana’s, een kleine indianenstam
in Zuid-Amerika, zich nauw verbonden voelen met de Pleiaden.
De Amerikaanse antropoloog Stephen-Hugh Jones beschrijft
hoe de Barasana’s hun kalender laten leiden door deze sterrengroep.
Hun dierenriem begint niet met de Ram zoals bij ons, maar met het sterrenbeeld
Stier, met de Pleiaden. De Barasana’s hebben het dan alleen niet
over de Pleiaden maar over het Sterren Ding. Het Sterren Ding is ook de
vrouwelijke sjamaan, Romi Kumu, die een kom of kan heeft, ook weer symbool
voor de Pleiaden. Zij is de schepster van en heerser over de seizoenen.
De Barasana’s kennen een ritueel, hun belangrijkste
ritueel, dat wordt uitgevoerd als de Pleiaden in de avondschemering in
het westen onder de horizon verdwijnt. Het is belangrijk te beseffen dat
de Barasana’s op het zuidelijk halfrond leven. Hun biologische wereld
moet dus in spiegelbeeld worden gezien in vergelijking met onze wereld.
Als de Pleiaden bij zonsondergang verdwijnen begint daar de lente.
Jones schrijft:
De Barasana’s hebben een huis gemaakt dat een kopie is van de sterrenhemel die het universum zelf wordt. De cyclus van dag en nacht wordt als de delen van een heel jaar. Ze nemen hallucinogene drugs. Op hetzelfde moment worden de verschillende lagen van de kosmos samengevoegd en de levenden worden verenigd met de doden. Heilige instrumenten stellen de beenderen van de voorouders voor en worden uit hun geheime plaatsen op de bodem van de rivier gehaald en naar het huis gebracht. Daar worden ze samengevoegd en leven gegeven door de stem van de mannen. In mystieke termen worden de instrumenten uit de onderwereld gebracht en hier op aarde [weer] tot leven gebracht. 5)
Kerst en Pasen
Wat de inwijdingen betreft die aan het begin van elk van de vier seizoenen
plaatsvinden, kunnen we het moment van de eerste belangrijke inwijding gemakkelijk raden,
het wintersolstitium. Het is de eerste inwijding die wij met Kerst gedenken. Het is de geboorte van de mysticus waarbij hij of zij leert zich
van zijn of haar verstandelijke en lichamelijke belemmeringen te ontdoen
en innerlijk langs de magnetische kanalen en circulaties van het heelal
reist. 7)
Alhoewel het christendom het lijden van Jezus absoluut maakt,
moeten we beseffen dat de tweede inwijding, de basis van het paasverhaal,
volgens de occulte leer toch ook niet meer is dan de tweede van de vier
in gewicht toenemende inwijdingen. Pas na het met succes volbrengen van
de vierde inwijding zal de initiant een Meester van Wijsheid zijn geworden.
We mogen er dus van uitgaan dat Jezus, hoewel ons ver vooruit,
nog niet het einde van het Pad heeft bereikt en nog geen volgroeide Meester
van Wijsheid was geworden. Zijn finest hour beleefde hij met Pasen
toen hij de inwijdingskamer verliet en zich in alle heerlijkheid weer
aan de mensen toonde. Ooit zullen we zijn weg volgen, als we dat willen.
Ooit zullen ook wij bewust de innerlijke reis naar de Pleiaden maken.
Tot zolang zullen wij het met eieren en paashazen moeten doen.
De volgende, de derde grote inwijding is die met het zomersolstitium,
op het noordelijk halfrond in juni, die ook wel de grote verzaking wordt
genoemd. Voor het welslagen van deze inwijding moet de initiant afzien
van verdere geestelijke ontwikkeling voor zichzelf en zijn plaats innemen
in de muur van de beschermers van de mensheid. Eeuwen, duizenden jaren
lang, ploetert hij, offert hij zijn leven voor het welzijn van alle levende
wezens. Deze inwijding wordt dan ook passend de Grote Verzaking genoemd.
De inwijding met de herfst dag-en-nachtevening is de kroon
op alle inwijdingen. Het is het laatste examen waar elke Meester van Wijsheid,
tenminste als hij dat wil worden, doorheen moet. Het wordt ook wel de
Grote Overgang genoemd. De grote overgang slaat op de dood die voor altijd
is overwonnen.
Noten
1) Zie Theosophical Glossary op het internet.
2) G. de Purucker, De Vier Heilige Jaargetijden,
De ware betekenis van inwijding, blz. 23 e.v.
3) H.P. Blavatsky, De Geheime Leer (Ned. vert.), II, blz. 892.
4) Id., II, blz. 625.
5) Stephen-Hugh Jones, Annals of New York Academy of Sciences,
blz. 200.
6) Zie Theosophical Glossary op het internet onder ‘hare’.
Door Fred A. Pruyn, oktober 2005

