De gevaren van
psychische vermogens
Tegenwoordig zit alles tussen de oren. Nou ja, alles? Zijn al onze lichamelijke klachten niet meer dan denkbeeldig? Wat zit er precies ‘tussen je oren’ en wat niet? Als het waar is dat we buiten ons lichaam zouden kunnen leven, dat we de toekomst zouden kunnen voorspellen, dat we al onze vorige levens zouden kunnen zien, zouden we daar dan ook naar moeten verlangen? Wat is de juiste weg?
| G |
Vergissen? Nou, ik denk niet dat ik overdrijf als ik zeg dat er in de laatste decennia een nog steeds groeiend aantal mensen zich bij het RIAGG meldt. Kijk naar de opvang van wanhopigen, verwarden, psychoten, verslaafden in alle vormen en maten. Ja, we hebben tegenwoordig zelfs koopverslaafden! — al deze gedragsgestoorden vormen een steeds groter probleem voor de maatschappij. Het populair wetenschappelijke tijdschrift NewScientist (3) meldt dat het aantal kinderen in de Verenigde Staten dat onder psychiatrische behandeling is tussen 1987 en 1996 meer dan verdubbeld is!
H.P. Blavatsky, een van de oprichters van Het Theosofisch Genootschap, waarschuwde er aan het einde van de negentiende eeuw al voor dat in onze tijd de beschermende laag van de geestelijke atmosfeer bijzonder dun zou worden. Zij schrijft aan de grootste jaarlijkse bijeenkomst van theosofen in de VS in 1891:
De psychische vermogens met al hun verlokkingen en gevaren ontwikkelen zich nu onvermijdelijk onder u en u moet oppassen dat de psychische ontwikkeling de manasische [mentale] en geestelijke niet overtreft. Volkomen onder controle gehouden, beheerst en geleid door het manasische beginsel, het intellect, zijn psychische vermogens een waardevolle hulp voor de ontwikkeling. Maar als deze vermogens vrij spel krijgen, leiding nemen in plaats van geleid worden, gebruiken in plaats van gebruikt worden, brengen zij de onderzoeker tot allergevaarlijkste waanvoorstellingen en de zekerheid van morele ondergang.
— H.P. Blavatsky aan de Amerikaanse Conventies 1888 — 1891, blz. 49
Het wordt dus tijd dat we de psychische vermogens
van de mens op een andere manier bestuderen, bijvoorbeeld tegen een veel
ruimere mystieke achtergrond. Want het begon allemaal met experimenteren,
weliswaar onschuldige experimenten, maar zonder enige kennis van die overige
99% procent van de onzichtbare mens, die niet met meetinstrumenten in
kaart is te brengen. In de jaren 60 werden er in de Verenigde Staten wetenschappelijke
experimenten uitgevoerd op het gebied van suggestie die een heel gevaarlijke
uitkomst te zien gaven. Het ging om experimenten met het verstoppen van
reclameboodschappen in bioscoopfilms om te kijken of zij invloed zouden
kunnen hebben op het publiek.
Onze hersenen zijn slechts in staat een beperkte hoeveelheid
indrukken binnen een zekere periode te vertalen of bewust te worden.
Er
is wel veel meer om te zien en te horen, maar onze aandacht springt onophoudelijk
van de ene gewaarwording die ons dan aantrekt of fascineert naar de andere.
De ene keer is het een vreemd geluid ver weg, de andere keer een mooi
beeld. In een speelfilm kan het zelfs een prachtig gebouw op de achtergrond
van een scne zijn dat meer van onze aandacht vraagt dan de knappe hoofdpersoon
in close-up, of de prachtige achtergrondmuziek. We verwerken dus altijd
maar een heel klein deel van dat wat via onze zintuigen binnenkomt. En
dus, als in een bioscoopfilm die zeg maar met 24 beeldjes per seconde
wordt afgedraaid (ik weet niet hoeveel beeldjes gebruikelijk is) er één afwijkend beeldje wordt tussen gestopt, merken we daar niets van, maar
in ons onderbewustzijn wordt dat wl geregistreerd, dat ziet het complete
beeld met alle details. En zo werden er in dat experiment heel slim spotjes
van heerlijk ogende hamburgers tussen gevoegd, of van mensen die hun dorst
lessen met sprankelende limonade. De kijkers zagen daar niets van terug,
maar de bar in de foyer wel. Die zag zijn omzet duidelijk groeien, want
in de pauze was er een veel grotere vraag naar die dingen. Ik meen me
te herinneren dat deze manipulatie later bij wet werd verboden.
Placebo’s en gefop
Psychologische kennis kan dus heel gemakkelijk
worden misbruikt. Een andere maar in ieder geval positievere kant zien
we in de resultaten die worden geboekt met placebo-medicijnen en behandelingen,
neppillen en nepbehandelingen; ook hier vinden we de werkzame kracht van
suggestie. In primitievere tijden zou dat magie worden genoemd.
In een uitstekend artikel van Paul van Laere in het Algemeen
Dagblad over placebo’s (4) lezen we
dat mensen die bijvoorbeeld een foppil voor hartproblemen kregen, rapporteerden
dat ze zich beter voelden en bovendien beter scoorden bij inspanningstesten.
Ik citeer uit het artikel:
‘Het placebo — effect beperkt zich niet tot pillen,
maar duikt op bij elke behandeling. Zoals bij operaties. Beroemd is een
onderzoek uit 1959 naar het effect van het afbinden van de slagader in
de borststreek, een ingreep die succesvol werd toegepast bij mensen met
hartkramp (angina pectoris). In de studie ondergingen 17 patiënten deze
operatie, onkundig van het feit dat bij de helft van hen de slagader niet
werd afgebonden. Het resultaat was verbijsterend. Een half jaar na de
operatie ondervonden niet alleen vijf van de acht ‘afgebonden’
patiënten verbetering, maar ook vijf van de negen die de schijnoperatie
kregen.
Het onderzoek, dat tegenwoordig overigens door geen enkele
ethische commissie goedgekeurd zou worden — illustreert een grondwet
van de placebokunde: hoe ingrijpender en indrukwekkender de behandeling,
hoe groter het effect.’
We zien dat door suggesties, en vooral die waar we heilig in geloven — met nadruk op het woord heilig — belemmeringen en beklemmingen als angst en onzekerheid worden opgeheven of opzij worden gezet. Ons verlangen kan een grote kracht zijn die de werkzaamheid van de psyche aanroept om de krampachtige barrire van angst en pijn te overwinnen. Door te geloven in de werkzaamheid van een medicijn heeft de mens rust en is hij in staat te ontspannen, waardoor de levenskrachten weer onbelemmerd door zijn wezen kunnen stromen. Het is dan ook niet zo maar geloven, het is heilig geloven, tot in de diepste kern van zijn wezen er echt van overtuigd zijn dat iets helpt. We zien het in ziekenhuizen waar patiënten een heilig ontzag hebben, of misschien moet ik zeggen hadden, voor medici en hen alle vertrouwen gaven. We zien het ook bij kinderen die nog sterk in Sinterklaas geloven, zelfs als de opplakbaard op enkele plekken neigt los te laten. Sommige kinderen beginnen dan natuurlijk innerlijk vragen te stellen, maar zullen hoe dan ook eerst nog meegaan in de traditie, gewoon omdat hun geloof bevestigd wordt door de samenleving die meegaat in deze massale vorm van misleiding.
De zevenvoudige mens
We krijgen misschien een beter begip van de psychische vermogens
van de mens als we de psyche in een ruimere omgeving plaatsen. Hoe kunnen
we dat beter doen dan ze volgens de Theosofische indeling een plaats te
geven binnen de zevenvoudige mens. De theosofie ziet de mens als een zevenvoudig
wezen, de uitgebreidere en meer gedetailleerde Oosterse versie van het
‘lichaam, ziel en geest’ van de apostel Paulus.
Stelt u zich de mens voor als zeven bollen
die
tamelijk los op elkaar balanceren. (Dit is een tamelijk onorthodoxe visie
die niet door de gangbare Theosofische literatuur wordt ondersteund, maar
die ik hier naar voren breng omdat die behulpzaam zou kunnen zijn.) Dit
is ook niet de ‘echte’ vorm van de samengestelde mens maar helpt
misschien bij de analyse van het beeld dat ik voor ogen heb. De onderste
drie bollen stellen het lichamelijke deel voor. De puur lichamelijke kant.
De vierde bol van onderaf gerekend stelt het kama-manas gedeelte voor,
de dierlijke mens. Daarboven en nauw ermee verbonden staat het hoger manas,
het verstandelijke of geestelijke denken, dat geleidelijk overgaat in
het buddhi, het onzelfzuchtige, onpersoonlijke en naar harmonie strevende
beginsel. Die bol of dat beginsel staat onder de invloed van onze hoogste
geest, de bovenste bol. Het atman dat een directe uitstraling is van het
universum, onze hoogste goddelijke kracht. De bollen of beginselen vanaf
het hoger manas overleven elke incarnatie, het overige gaat telkens opnieuw
verloren.
Deze denkbeeldige constructie van bollen is een in veel
opzichten tamelijk ongelukkige vorm, vooral omdat ieder beginsel die zeven
karakteristieke kenmerken van het geheel weer in zich heeft, maar het
grote voordeel hiervan is wel dat we kunnen zien dat de mens ook uit elkaar
gehaald kan worden. Van grote adepten wordt wel gezegd dat zij in staat
zijn in bijvoorbeeld alleen de hoogste drie delen van de mens of alleen
in het allerhoogste deel te leven zonder dat de dood intreedt. We zullen
in de toekomst ontdekken dat de mens een constellatie is van vele steeds
onafhankelijker functionerende krachten of beginselen.
Al voor onze geboorte komen die bollen, die delen van de
mens, onder invloed van subtiele magnetische invloeden van karma en affiniteiten
weer bijeen. De onderste bollen, de meest stoffelijke of lichamelijke
kant van de mens, ontwikkelt het eerst en de hogere op een steeds later
moment in het leven. De wijsheid arriveert immers het laatst. Na de dood
vallen deze bollen uit elkaar. Ieder gaat zijns weegs in de respectievelijke
natuurrijken. Het stoffelijke lichaam raakt verspreid over de minerale-,
planten- en dierenrijken. Het dierlijke begeertelichaam lost op in het
schimmenrijk van de Griekse Hades, het verstandelijke deel trekt naar
Devachan, wat vrij vertaald ‘plaats van de goden’ betekent,
de hemel. Het allerhoogste deel verlaat dit zonnestelsel en schiet naar
een sterrenstelsel waar het zijn thuis heeft. De theosofie leert dat elk
deel van de mens een zelfstandig wezen is dat groeit en een eigen bestemming
heeft. Wat ons mensen zo bijzonder maakt is de grootse magie die eruit
bestaat dat we vertegenwoordigingen hebben in alle natuurrijken van hoog
tot laag. Dat hoofdwegen uit vele onzichtbare werelden in ons samenkomen
om onze tempel, ons lichaam en ons wezen te vormen.De bollen of beginselen
blijven bij elkaar onder de dwingende invloed van onze hoogste geest en
karma.
Maar hier zijn we er niet mee. Ook op horizontaal gebied
zijn we in vele opzichten samengesteld. Ons lichaam, zo weten we allemaal,
bestaat uit miljoenen verschillende stoffen, atomen, moleculen, eiwitten,
zuren, zouten, metalen noem maar op. Zij komen overal uit de natuur vandaan
en keren daar weer naar terug. Zo is het ook met onze psyche. De psyche
is een voertuig dat haar invloeden ontleent aan de planeten van ons zonnestelsel,
waar de astrologie op is gebaseerd. Ieder mens heeft een bepaald deel,
de theosofie noemt het graag een bekleedsel, van elke planeet in zich,
dat voor de duur van zijn incarnatie wordt gebruikt. Na elke incarnatie
maakt de innerlijke mens een rondgang langs die planeten om die bekleedselen
weer af te leggen om vervolgens naakt, of laten we het zuiver noemen,
terug te keren naar zijn ouderster. Hier vinden we die nauwe karmische
band met bepaalde planeten, waarvan sommige duidelijk sterker aanwezig
zijn dan andere, waardoor die vele verschillende persoonlijkheden die
wij kennen worden gevormd.
Zoals ik eerder al zei is het voordeel van dit beeld van
bollen dat wanneer de leidende kracht van ieder mens bij de dood wegvalt
elke bol van de andere bol wegrolt. Maar zelfs tijdens het leven kan dit
tot op zekere hoogte plaatsvinden. Bij hypnose bijvoorbeeld. Op zo’n
moment worden de hogere bollen geheel of gedeeltelijk opzij gezet door
de invloed van de hypnotiseur en met instemming van de gehypnotiseerde.
Degene die werkelijk diep onder hypnose is geweest herinnert zich daar
niets van omdat het geweten en de intuïtie aan de kant zijn gezet en geen
verbinding met het brein hebben gehad, zoals tijdens de slaap.
Het
lichaam is de tempel van de innerlijke mens en zou aldus alleen voor heilige
doeleinden gebruikt mogen worden door zijn eigen inwonende god. Maar onder
hypnose leent de mens zijn lichaam en psychologische apparaat tijdelijk
aan de hypnotiseur en pleegt zo een vorm van geestelijke hoererij, als
ik het zo grof mag uitdrukken, afhankelijk van de instelling en zuiverheid
van de hypnotiseur. Bij hypnose wordt de inwonende god zijn huis uitgezet
en wordt er onderdak verleend aan een vreemde entiteit, waardoor er een
gecompliceerde karmische band ontstaat. Overigens gebeurt dit niet alleen
bij gewone hypnose, maar in zekere zin ook bij zelfhypnose. We zouden
dus eigenlijk altijd waakzaam en alert moeten zijn voor een passieve of
trancetoestand, opdat geen vreemde invloeden misbruik van ons wezen kunnen
maken.
Uitwerking van drugs
We gaan terug naar het onderwerp van vandaag, de psychische
vermogens, zoals helderziendheid, helderhorendheid, het materialiseren
van dingen, het laten bewegen van dingen op afstand, levitatie etc. Omdat
al een grote toegewijde club zich fulltime bezighoudt met te bewijzen
dat het allemaal flauwekul is, hoef ik dat hier niet nog eens in mijn
uppie te doen. Ik ga dus niet in discussie noch wil ik het bestaan van
die vermogens bewijzen. Ik geloof ook niet in die vermogens, ik weet dat
ze mogelijk zijn, niet uit ervaring maar simpelweg op basis van het filosofische
gegeven dat ons psychologische apparaat het lichamelijke apparaat bestuurt
en niet andersom, en omdat het psychologische apparaat een veel grotere
invloed in de wereld van fenomen heeft dan wij maar kunnen vermoeden.
De invloed van chemicalin, zoals medicijnen of drugs die
onze psyche benvloeden spelen natuurlijk ook een rol, maar die zal altijd
beperkt blijven, is altijd van tijdelijke aard en moet binnen bepaalde
grenzen blijven. Een drug of medicijn raakt nu eenmaal een keer uitgewerkt.
Bovendien hebben we gezien dat het onzichtbare deel van het menselijk
lichaam dat net als het deel van een ijsberg dat onder water zit, vl
meer is dan het zichtbare deel van het stoffelijk lichaam. En dus kunnen
mensen als ze zich daar in oefenen en weten hoe te oefenen dingen op afstand
bewegen, bekijken, of wat dan ook. Deze astrale wereld die ons lichaam
vorm geeft maakt bovendien dat we een dubbel aantal zintuigen hebben.
Ervaringen uit de praktijk
We zien het gebruik daarvan terug bij solo-zeezeilers die
altijd ‘geprogrammeerd’ slapen met het oog op dreigende gevaren.
Er bestaat een verhaal waarbij een zeiler midden in de nacht wakker wordt
omdat hij gevaar vermoedt en dan tenauwernood een botsing met een overboord
geslagen zeecontainer kan vermijden. Die zeezeiler is mogelijk gewaarschuwd
via de waarneming met zijn astrale zintuigen die buiten de slapende mens
actief blijven. We zien het ook bij mensen die zichzelf op de operatietafel
hebben zien liggen, of in een autowrak na een ongeluk. Het zijn die ervaringen
die je leest in de literatuur over bijna-dood-ervaringen. Wie zichzelf
wel eens de opdracht heeft gegeven om zonder wekker om kwart voor zes
’s ochtends op te staan, weet waar ik het over heb.
Maar wie van ons vlucht niet zo nu en dan in die
geweldige personages van Hollywood om de eigen nietigheid en frustraties
te ontstijgen? Ontevreden met de langzame gang van de natuur, ongelukkig
met de slavenrol in deze ambitieuze maatschappij. Het is dus heel menselijk
en verklaarbaar als we naar wegen zoeken om onze eigen krachten te vermeerderen.
Maar voor we die krachten aanspreken moeten wel een filosofisch, ethisch
en intellectueel reddingsvest aan hebben gedaan. Zonder dat filosofische
reddingsvest, zijn we overgeleverd aan de verlokkelijke maar gevaarlijke
draaikolken van illusies en verslavingen van het astrale licht en zullen
we spoedig als een Icarus ter aarde storten. Weet u nog dat Icarus te
pletter viel doordat zijn vleugels loslieten toen hij te dicht bij de
zon kwam? Deadalus had hem daarvoor gewaarschuwd, maar hij wilde niet
luisteren. Het is het Griekse verhaal om tegen de gevaren van astrale
reizen en uittredingen te waarschuwen. Hoevelen van ons kunnen wachten
tot de vleugels van nature uit ons zijn gegroeid, zoals ongetwijfeld zal
gebeuren?
En dan nu al die krachten die door onze geest werken en
die in het algemeen nog onontwikkeld zijn. Hoe zien ze eruit? Een kleine
greep uit de vele, vele occulte krachten die bekend zijn in de Indiase
literatuur en die door de geleerde Brahmaan Subba Row zijn opgesomt:
PARASAKTI. Letterlijk de grote of opperste kracht of macht.
Zij betekent en omvat de krachten van licht en warmte.
JNANASAKTI ... De kracht van het verstand, van werkelijke
wijsheid of kennis. Hier volgen enkele van haar manifestaties wanneer
ze onder de invloed of beheersing van stoffelijke omstandigheden wordt
gebracht. (a) Het vermogen van het verstand om onze gewaarwordingen
te interpreteren. (b) Zijn vermogen om denkbeelden van vroeger terug te
roepen (geheugen) en om toekomstverwachtingen te wekken. (c) Zijn vermogen
zoals dat aan de dag treedt in wat de moderne psychologen ‘de wetten
van associatie’ noemen, dat het denken in staat stelt blijvende
verbanden te leggen tussen verschillende groepen van gewaarwordingen en
mogelijke gewaarwordingen, en zo het begrip of denkbeeld van een uiterlijk
voorwerp doet ontstaan. (d) Zijn vermogen om onze denkbeelden met elkaar
te verbinden door de geheimzinnige schakel van het geheugen en om zo het
begrip van het zelf of de individualiteit te doen ontstaan; enkele
van haar manifestaties, wanneer zij is bevrijd van de binding aan de
stof, zijn (a) helderziendheid en (b) psychometrie.
ITCHASAKTI — de wilskracht. De meest gebruikelijke
manifestatie ervan is het opwekken van bepaalde zenuwstromen, die de spieren
in beweging brengen die voor het bereiken van het gewenste doel nodig
zijn.
KRIYASAKTI. De geheimzinnige kracht van het denken, die
dit in staat stelt door eigen inherente energie uitwendige, waarneembare
verschijnselen teweeg te brengen. De Ouden dachten dat ieder denkbeeld
zich uitwendig zal manifesteren als men er sterk zijn aandacht op concentreert.
Evenzo zal een krachtige wil worden gevolgd door het gewenste resultaat.
Een yogi verricht in het algemeen zijn wonderen door middel van itchasakti
en kriyasakti.
KUNDALINI SAKTI. Het vermogen of de kracht die zich langs
een gebogen pad beweegt. Het is het universele levensbeginsel dat zich
overal in de natuur manifesteert. Deze kracht omvat de twee grote krachten
van aantrekking en afstoting. Elektriciteit en magnetisme zijn slechts
manifestaties ervan. (...)
MANTRIKA-SAKTI. Het vermogen of de kracht van letters, spraak
of muziek. Het Mantra Shastra heeft als onderwerp deze kracht in
al haar manifestaties. . . . De invloed van de melodie is een van haar
gewone uitingen. (...)
— H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, I, blz. 319-20 (Am. uitg. I, 292-3)
Kundalini sakti, de slangvormige kracht die onderin de ruggengraat zetelt, wordt tegenwoordig misschien wel het meest genoemd in publicaties van alternatieve bewegingen. Het is de kracht die volgens H.P. Blavatsky ‘even gemakkelijk kan doden als scheppen’(5). Hoe gevaarlijk die kracht is wanneer ze wordt opgewekt blijkt wel uit de ervaringen van Hiroshi Motoyama, een Japanner die zich intensief met de chakra’s, de zeven energiecentra van het lichaam, en kundalini heeft beziggehouden.
Nadat Motoyama maandenlang elke dag drie tot vier uur tantrayoga
had beoefend, kreeg hij zijn eerste ervaring van het opstijgen van de
kundalin:
Op een dag, toen ik zoals gewoonlijk voor het altaar zat
te mediteren, kreeg ik een merkwaardig koortsachtig gevoel in de onderbuik
... Plotseling stroomde er een onvoorstelbare kracht door mijn ruggengraat
tot bovenin mijn hoofd en, hoewel het maar een of twee seconden duurde,
steeg mijn lichaam een paar centimeter op van de vloer. Ik werd door angst
bevangen. Mijn hele lichaam was branderig en door een hevige hoofdpijn
kon ik de hele dag helemaal niets doen. De koortsige toestand duurde twee
tot drie dagen. Ik had het gevoel alsof mijn hoofd door de energie zou
barsten.
Hij voegt er dan aan toe dat hij, ondanks deze betreurenswaardige
bijwerkingen, in elk geval niet de ernstige lichamelijk en mentale moeilijkheden
heeft ondervonden die veel mensen doormaken wanneer ze proberen de kundalin
op te wekken! En hij vervolgt:
‘... Ik werd onevenwichtig in mijn emoties en raakte
gauw van streek.’ Hij begon steeds vaker lagere astrale entiteiten
te zien: ‘als de geesten erg sterk en vijandig waren, kon ik ze niet
helpen en ik werd ongunstig door ze benvloed ... mijn lichaam en denken
werden labiel’. Toen hij probeerde zijn keelchakra te openen, ontstond
er een irritatie van de keel en kreeg hij ademhalingsproblemen. Hij begon
een gevoel van volkomen zinloosheid te krijgen:
Nadat ik die toestand verschillende keren had doorgemaakt,
werd ik me ervan bewust dat ik voor een afgrond van absolute leegte stond.
Ik kreeg zo’n vreselijke angst dat ik met yoga wilde ophouden ...
Tijdens dit proces ontmoette ik een afschuwelijk, duivelachtig wezen.
Het was een onbeschrijfelijk angstaanjagende belevenis.
Motoyama wijst erop dat overmatig gebruik van de paranormale
mogelijkheden van een bepaalde chakra waarschijnlijk een afwijking of
ziekte zal veroorzaken in het inwendige orgaan dat door deze chakra wordt
bestuurd, en zelfs tot een vroegtijdige dood kan leiden. Hij zegt dat
veel paranormaal begaafde mensen die de manpurachakra — die zich
in de zonnevlecht bevindt en verband houdt met helderziende vermogens
— hebben overbelast, jong stierven of ernstige problemen met hun
maag en ingewanden kregen.
— David Pratt, recensie in Sunrise, Theosofische Perspectieven van Motoyama’s Theories of the Chakras: Bridge to higher consciousness, Quest, 1981.
Het is overigens niet alleen deze insider die uit eigen ervaring waarschuwt voor gebruik of ontwikkeling van deze krachten, Boeddha zelf had er ook een krachtig oordeel over. In de Pali-canon vinden we een verhaaltje over een koopman uit Rjagaha die een blok sandelhout had gekocht en daarvan een schitterende houten schaal had gemaakt.
De koopman daagde iedereen uit die beweerde over de ‘iddhi’,
dit is een ‘vermogen, kracht, vaardigheid’, te beschikken, om
deze schaal van de top van een hoge bamboe te halen; wie daarin slaagt
mag de schaal houden. Verschillende mensen spelen met het idee, maar gaan
niet verder. Tenslotte komt de eerwaarde monnik Bhradvja naar voren
en ‘stijgt op in de lucht, neemt de schaal, en gaat drie keer’
rond Rjagaha. De dorpelingen zijn extatisch en beginnen luid te roepen
en achter hem aan te lopen. Toen de Boeddha de aanleiding vernam van dit
uitzinnige gedrag, riep hij de monniken bijeen. Nadat Bhradvja verklaarde
dat hij de schaal inderdaad had bemachtigd door gebruik te maken van de
iddhi, zei de Boeddha tegen hem en de verzamelde monniken:
Dit is verkeerd, Bhradvja, niet volgens de regels, ongepast,
een samana [asceet] onwaardig, onbehoorlijk, en zou niet moeten worden
gedaan. Hoe kan jij, Bhradvja, om een armzalige houten schaal te verkrijgen,
voor de lekengemeenschap de bovenmenselijke eigenschap van jouw vermogen
van iddhi vertonen?
Na deze berisping sprak de Boeddha over geestelijke onderwerpen
en zei toen tegen de verzamelde monniken:
Jullie moeten niet, o bhikku’s, voor de leken het bovenmenselijke
vermogen van iddhi demonstreren. Wie dat doet, zal schuldig zijn aan een
dukkata [een overtreding]. Breek die houten schaal in stukken, o bhikku’s,
en als jullie haar tot poeder hebben vermalen, geef haar dan aan de monniken
als geurstof voor hun oogzalven.
— Grace F. Knoche, Duizend Lichten Aansteken, blz. 137.
Goed, wat rest ons dan te doen? Hoe kunnen we
onszelf ontplooien en ons lot verbeteren, wat is veilig, wat mag dan wel?
Het is voldoende om de Theosofische filosofie serieus te bestuderen, danwel
de bronnen waar die leer op berust. Zij zullen elk tot nu toe slapend
vermogen voor de rest van ons bestaan wakker roepen, verzekert ons mevrouw
Blavatsky. Dit komt doordat het vermogen tot redeneren wordt gestimuleerd
en doordat het innerlijke wezen van de dierlijke mens wakker wordt geroepen.
Zijn intellectuele vermogens zullen groeien en hij zal het ware van het
onware kunnen scheiden, het blijvende van het tijdelijke en vergankelijke.
Geestelijke groei betekent afstand doen van dromen. Heel
stoer kiezen voor de koude, rauwe werkelijkheid, maar wel op een gezonde,
evenwichtige wijze zonder overhaast te grijpen naar extreme veranderingen.
Standvastig en trouw volhouden van de nieuwe weg, met andere woorden aspiratie,
het streven naar of het weg — op opzuigen van het goddelijke, het
werkelijke leven.
En we hoeven ons niet te snel te laten ontmoedigen want
elke deur die achter ons dichtslaat zal nooit meer opengaan. Een illusie
die eenmaal is overwonnen is voor altijd overwonnen. Vliegen door de lucht,
het verlangen naar wonderen en het streven naar de ontwikkeling van occulte
vermogens zijn zulke illusies die voordat ze zijn overwonnen ons naar
de diepte kunnen trekken. Het zijn de hele venijnige fenomenen die de
werkelijkheid in een dikke sluier hullen, waardoor we de greep op een
gelukkige toekomst uiteindelijk zullen verliezen.
Wat is de veilige weg?
Echte geestelijke groei op een veilige manier kan worden bereikt
door zelfobservatie en het leven naar gouden regels van het boeddhisme. We hoeven geen boekenwurmen te worden of intellectuele
bollebozen, maar ons verdiepen in de occulte filosofie kan nooit kwaad.
Nee, zelfs onderwijs is geen beslissende factor. Edison, de grote uitvinder
die onder bescherming heeft gestaan van de leraar van mevrouw Blavatsky(6),
waarschijnlijk zonder dat hij dat ooit zelf heeft geweten, zag zelfs
helemaal geen heil in onderwijs. Zijn talen en technisch inzicht heeft
op eigen kracht eigen gemaakt. Hij koesterde dan ook een enorme minachting
voor academici, zozeer zelfs dat hij zijn eigen kinderen ontmoedigde het
intellectuele pad te betreden, het lezen van een paar goede boeken moest
voldoende zijn. Edison, die meer dan duizend belangrijke uitvindingen
op zijn naam heeft staan, schopte het hardst tegen het onderwijs. Zijn
boodschap was duidelijk: wij moeten zelf onze innerlijke kracht mobiliseren
door discipline en zelfonderzoek, het ontwikkelen van wilskracht is de
sleutel tot alle geheimen. Uiterlijke kennis is zinloos als er geen innerlijk
verlangen tot onderzoek of ontwikkeling bestaat.
Het is de wilskracht die het roer van een schip bedient.
De kracht die ervoor zorgt dat zo’n enorm groot vaartuig van koers
verandert wordt opgewekt door een relatief klein en simpel onderdeel:
het roer. Het roer doet niets anders dan stromend water tegenhouden. Het
roer symboliseert de roep van een wilskrachtig verlangen tot verandering,
de kracht van aspiratie. Ik denk dat we onze psychische vermogens op een
soortgelijke wijze veilig kunnen oefenen door de passieve tegenhoudende
kracht van het roer, door tegenkracht te bieden aan de gemakkelijke weg
omlaag. Door beheersing en het niet toegeven aan de verlokkingen van het
astrale licht. Ikzelf weet net zo goed als u hoe moeilijk dat is.
Vaak zullen we vallen, maar we moeten toch weer opstaan.
Vallen is niet erg, wordt door de Meesters gezegd. Wel kwalijk is als
we weigeren op te staan. Als we het bijltje erbij neer willen gooien.
Als we opstaan ontwikkelen we ons karakter en zullen we groeien in wijsheid.
De vermogens die we nodig hebben voor onze verdere ontwikkeling zullen
ongemerkt en spontaan in ons ontwikkelen. Door aspiratie, door een oprecht
verlangen naar bevrijding en een weg van dienstbaarheid, kunnen we en
zullen we onze geestelijke vermogens verdienen en niet geforceerd ontwikkelen.
Want volgens de theosofie is dat waar het uiteindelijk allemaal op neerkomt.
Noten
1) Enigszins aangepaste versie van een voordracht voor het Theosofisch
Genootschap (Pas.) te Gouda op 1 februari 2003.
2) Ja, zelfs hatha yoga, algemeen beschouwd als de onschuldigste vorm van
yoga. Zelfs al wordt deze yoga als een simpele vorm van gymnastiek beoefend
dan nog vormt ze volgens de esoterische leer de zaden voor psychische instabiliteit
en mogelijke krankzinnigheid doordat bewust en vaak ondeskundig de levensstromen
uit hun natuurlijk bedding worden geleid.
Bovendien schrijft De Purucker: ‘Concentratie in de meditatie vereist geen
van buiten komende noch kunstmatige hulpmiddelen van welke soort ook; want,
ondanks wat de beoefenaars van de lagere vormen van yoga die tegenwoordig zo
populair zijn, misschien ook zeggen, al die uitwendige hulpmiddelen zijn meer
een nadeel dan een hulp, eenvoudig omdat ze de aandacht naar buiten naar zichzelf
afleiden, en het beoogde doel dus in feite vaak verijdelen.
Ware meditatie kan door de ingeboren zelfzuchtige mens, of door hem die louter
zichzelf zoekt om macht te verkrijgen, nooit met succes worden beoefend; want
in hem ontbreekt juist de basis voor spirituele meditatie, en hij baseert zich
in zijn pogingen op een totaal verkeerd uitgangspunt. (...)
Een mens kan overal mediteren en op ieder moment; of hij in zijn leunstoel zit
of door de straten van een stad wandelt, hij kan door oefening zijn gedachten
naar geestelijke dingen leiden, en toch volkomen gevoelig zijn voor en zelfbewust
van wat er om hem heen gebeurt. Dat zijn de eerste stappen van concentratie
in meditatie. De latere stadia, echter, worden gekarakteriseerd door hun eigen
regels, en wanneer de leerling tot deze stadia is gevorderd, zal hij het nodig
vinden om voor zijn uren van meditatie een rustige plaats te zoeken, waar hij
tenminste zo nu en dan kan komen tot die innerlijke verbinding met de god binnenin
hem, wat in zijn hoogste vorm hem werkelijk tot een gencarneerde godheid maakt.’
— De Esoterische Traditie, blz. 572-3
3) NewScientist van 25 januari
2003, blz. 6.
4) Algemeen Dagblad, katern Diagnose, 24 januari 2003.
5) H.P. Blavatsky, Stem van de Stilte, fragment 1, voetnoot.
6) A. Trevor Barker, De Mahatma Brieven, blz. 184.
Door Fred A. Pruyn, oktober 2005