Theosofische verkenningen
Home
E-mail
Zoeken
Theosofisch woordenboek

 

Het vernieuwende ritme
van het heelal

Een universeel kenmerk van alles dat bestaat — althans zo wordt het binnen de theosofie en het occultisme gezien — is dat elk ding, van een subatomair deeltje tot een reuzenster, een eigen ‘hartslag’, eigen verlangens en dus een eigen leven kent. In de vier seizoenen van het jaar zien we hoe het leven door dezelfde deuren binnenkomt en weer vertrekt. In het voorjaar keren de samenstellende deeltjes van bloesems als zwermen trekvogels weer terug om hun posities in te nemen.

J
a, wij verbazen ons erover dat de koningsvlinder jaarlijks een reis van zo’n 5000 kilometer aflegt en zijn bestemming blindelings weet te vinden, van het koude Canada naar het warme Mexico, maar dat levende entiteiten (bijvoorbeeld griepvirussen) met een zekere regelmaat ook ons lichaam weten te vinden, komt niet zo snel in ons op. Wie zal zeggen van hoever zij komen? Als het aan de aanhangers van de panspermia-theorie ligt, zelfs vanuit de ruimte! Een wonderlijke geschiedenis.

We mogen het gerust een van de grootste wonderen van de natuur noemen, dat het belichamingsproces van plant, mens en dier niet ophoudt bij de geboorte. Het bestaan, het zijn, is een continu proces, dat doorgaat tot aan de klanken van het requiem. Voortdurend stromen er nieuwe elementen op doorreis een lichaam binnen om er een poos te verblijven en ervaring op te doen. En zo wordt er elk jaar, elke maand, elke dag een nieuw stukje mens geboren, maar ook ten grave gedragen. En zo komt dat er met een bepaalde leeftijd nieuwe, soms onvermoede aspecten tot manifestatie kunnen komen.
     En hiermee komt ook de samengesteldheid, grofweg onderverdeeld in een lichamelijk, een psychisch en een spiritueel deel, van ieder van ons uit de verf. In de kindertijd ligt de nadruk op de lichamelijke en motorische ontwikkeling. In de pubertijd draait het om het psychische deel dat tot wasdom moet komen. Voor sommigen een moeilijke en zware tijd, want de polariteit van de mens moet dan om gaan slaan, het is het diepste punt in het dal. In plaats van te worden verzorgd, moet hij of zij, niet langer kind, gaan zorgen voor. Verantwoordelijkheidsgevoel en plichtsbesef moeten zich gaan manifesteren, moeten uit hun winterslaap worden geroepen.
     Na de volwassenheid komt de bezinning. In India wordt de mens dan ook graag vergeleken met de Ganges. Woest en uitzinnig bij zijn bron hoog in de bergen, nog immer wild en onbevaarbaar iets lager om uiteindelijk, na het bereiken van de volwassenheid, te veranderen in een brede traag stromende rivier die elke schipper van dienst wil zijn. En het is waar, wij mensen zijn werkelijk als rivieren en dragen vele levens met ons mee. Maar niet alleen wij, ook grotere wezens als planeten en zonnen dragen levens voort. Eigenlijk is er geen enkel ding aan te wijzen dat niet is opgebouwd uit levende materie.

Asteroïden gooien roet in het eten

Er zijn tegenwoordig met de regelmaat van de klok rampenfilms te zien waarin asteroïden de hoofdrol spelen. Zij dreigen het leven op aarde te vernietigen. De meeste plot’s zijn gebaseerd op de weten­schap­pelijke overtuiging dat de aarde zo nu en dan wordt getroffen door super-asteroïden. De enorme (inslag)kraters op aarde, zoals die in de Golf van Mexico, dienen als dankbaar bewijs. Het is aan deze theorie dat dr. Walter Alvarez zijn Nobelprijs heeft te danken.
     Hoewel, Charles Officer (geoloog) en Jake Page1 (wetenschapsjournalist) hebben op basis van geologisch onderzoek vastgesteld dat er in het geval van het bassin van Yucatán eerder sprake zal zijn geweest van enorm vulkanisme dan van een of andere inslag. Ook de vondst van het geschokte kwarts en iridium, dat gewoonlijk wordt aangevoerd om de inslag van buitenaards materiaal aan te tonen, blijkt niet inslag-proof. Geologen denken dat het geschokte kwarts en het iridium ook gevormd kunnen zijn door eeuwenlange vulkanische activiteit (250 miljoen jaar geleden werd de aarde wereldwijd gebrandmerkt door uitzonderlijk heftig vulkanisme, wat volgens de theosofie hoorde bij de toenmalige ontwikkelingstoestand). Een ander krachtig argument is dat als de Golf van Mexico mede zou zijn ontstaan als gevolg van een inslag, door een komeet met zo’n geweldige omvang, minstens 10 kilometer van de aardkorst moest zijn weggeslagen. En dat is niet het geval, niet meer dan een fractie hiervan is weg.
     Sinds kort weten we dat er inderdaad supervulkanen bestaan (zie website BBC). Vulkanen die zo groot kunnen zijn als de provincie Utrecht. De uitbarsting van Mount St. Helens in de VS en de Krakatau (Indonesië) zijn er kleintjes bij vergeleken. Een zo’n sluimerende supervulkaan zou zich onder het gehele Yellowstone Park (Verenigde Staten) bevinden en eens in de 600.000 jaar met veel geweld van zich laten horen (en om het spannend te maken zou hij 40.000 jaar over tijd zijn!). Volgens de documentairemakers was de uitbarsting van de Toba op Sumatra — tienduizend keer groter dan die van Mt. St. Helens in de VS — zo’n 75.000 jaar geleden debet aan dat van de toenmalige wereldbevolking er hooguit een paar duizend mensen in leven bleven.
     De vraag die zich nu voordoet is: kan de ‘caldera’ van de Eifel in West-Duitsland niet net zo goed een litteken zijn van een ooit actieve supervulkaan? En zo zijn er meer grote kraters op de aarde die een nader onderzoek zeker waard zijn. Deze nieuwe ontdekkingen bevestigen wel de Theoso­fische leringen dat de aarde in het verre verleden een reusachtige vulkanische activiteit heeft gekend.
     En nu blijkt dus ook min of meer dat het plotselinge uitsterven van de dinosauriërs ook een heel andere oorzaak kan hebben gehad. Bovendien is het gros (70-80%) van de dieren en negentig procent van de zeedieren al tijdens de overgang van Trias/Perm (250 mln. jaar geleden) tot zeg maar 65 miljoen jaar geleden gestorven, slechts enkele van de laatsten deden uiteindelijk 65 miljoen jaar geleden het licht uit. Van een plotseling uitsterven is dus nooit sprake geweest, al wordt dat in populair weten­schap­pelijke media overdreven weergegeven.
     Het lijkt simpele bangmakerij, maar hoe groot is nu werkelijk de kans dat alle leven op aarde in één klap wordt uitgeroeid? Als het een feit is dat ons zonnestelsel een organisch wezen is, met andere woorden een samengesteld individu, kan het niet anders zijn dan dat zij bescherming geniet. In dit heelal heersen orde en regelmaat en bovenal rechtvaardigheid. Bovendien zijn alle planeten van het zonnestelsel, met de zon en onze maan en andere manen, als het ware aan elkaar gekoppeld en vormen zo een mechanisme aan de hemel, waarin ze zich ritmisch of harmonisch bewegen. Het is duidelijk dat, als dit niet zo was, er in de bewegingen van de lichamen van ons zonnestelsel geen sympathie, geen symfonie, geen harmonie zou zijn; deze lichamen zouden dan onordelijk heen en weer bewegen en we weten maar al te goed dat ze dat niet doen.
     De theosofie leert overigens wel dat er aan het einde van elke grote precessionele cyclus van ruwweg 26.000 jaar grote geologische activiteit plaatsvindt, overstromingen door het dalen/stijgen van continenten of vulkanisme. Hoe groter de cyclus die wordt afgesloten, hoe heftiger de aarde zich roert. Een grotere cyclus is bijvoorbeeld een (volgens brahmaanse tijdrekening) maha-yuga van 4.320.000 jaar. Maar nimmer wordt gerept over een ‘aanval’ uit de ruimte. Wat niet wegneemt dat vreemde voorwerpen natuurlijk de aarde kunnen raken, maar dat de wereldbevolking dan uitsterft moet echter worden betwijfeld , daarvoor geniet zij een te grote bescherming.

Planeetstanden en rampen

In juni 2000 stonden Jupiter, Saturnus en de zon, plus de kleinere planeten Mars, Venus en Mercurius vanuit de aarde gezien op één rij. Dergelijke conjuncties hebben een grote invloed op het hele zonnestelsel en de aarde uiteraard. Een conjunctie geeft in zekere zin het wisselen van cycli aan. Eens in een bepaalde tijd zullen een of meerdere planeten terugkeren naar hun beginstand, hun uitgangspunt, ze komen als het ware thuis, zijn weer het dichtst bij elkaar. Is het te vergelijken met vrienden of familieleden die elkaar weer ontmoeten en verhalen uitwisselen? We waren in elk geval wel getuige van een verhoogde zonnevlekkenactiviteit.
     Over zonnevlekken merkt dr. De Purucker op:

Volgens de moderne astronomie verschijnen de zonnevlekken of wordt hun maximum bereikt om de ruim 11 jaar, 11 en 1/3 of zoiets. Maar ook hier moeten we de libraties niet vergeten; als we alles overzien, met alle factoren rekening houden en met de manier waarop het zonnestelsel al zijn bollen met elkaar heeft verbonden als de tanden van een rad, waarbij toch elk een geringe eigen onafhankelijke beweging heeft, wat op den duur het patroon wijzigt — dan valt als interessant feit op dat de zonnevlekken samenvallen met het perihelium van Jupiter. Verklaar dat eens als u wilt. Evenals alle andere planeten maakt Jupiter zijn jaarlijkse rondgang of baan, of omloop, om de zon en hij doet dat in 12 van onze jaren. Op deze weg bereikt hij een punt in zijn baan dat dichterbij de zon ligt dan elk ander punt in zijn baan. Dat wordt het perihelium genoemd, dichtbij de zon. Tijdens het perihelium van Jupiter bereiken de zonnevlekken hun maximum, ruwweg elke 12 jaar, tussen 11 en 12 jaar. Het is opmerkelijk — en ik zou er bijna alles onder willen verwedden — dat als wij de statistische gegevens konden verzamelen, we zouden zien dat het uitbreken van ziekten en andere aandoeningen van de mensheid samenvalt met deze perioden van 12 jaar, van maxima of minima van zonnevlekken. — id.

Het is inderdaad verbluffend hoe binnen één week, nee zelfs binnen 3 dagen, tussen de twee nauwste conjuncties van genoemde planeten, tussen 5 mei en 10 mei, vele plaatsen door vuur werden getroffen. Niet alleen Enschede werd het toneel van een grote ramp, ook een Spaanse en een Mexicaanse vuurwerkfabriek vlogen de lucht in. In New Mexico in de Verenigde Staten woedde dagenlang een bosbrand die zelfs vanuit de ruimte was te volgen. En dan zullen er ongetwijfeld wereldwijd nog meer kleinere rampen zijn geweest die het echter in omvang of impact niet haalden bij de eerdergenoemden en zo buiten het nieuws bleven.
     We ervaren aan den lijve hoe een planetaire conjunctie een nieuwe periode inluidt. In mei 1941 vond de vorige conjunctie van Jupiter en Saturnus plaats. Zeven maanden ervoor vond de Slag om Engeland plaats, wat het eerste succes van de geallieerden betekende in de strijd tegen Hitler Duitsland. Een half jaar na de conjunctie vond de aanval op Pearl Harbor plaats en werden de Verenigde Staten bij de Tweede Wereldoorlog betrokken. Het was het begin van het einde van die verschrikkelijke oorlog.
     In de Aspecten van de Occulte Filosofie onder het kopje Natuurrampen als middel om het evenwicht te herstellen vond ik een vraag van een persoon aan De Purucker die in het verlengde ligt van wat net is besproken.

In De Geheime Leer, Deel 2, aan het eind van Afdeling 1, geeft H.P. Blavatsky ons een beschrijving van de verschrikkelijke rampen die zullen plaatsvinden tijdens de overgangsperiode van het vijfde naar het zesde wortelras. Het lijkt mij dat de natuur nogal ruw te werk gaat. Is het niet mogelijk voor de grote geestelijke leiders van de evolutie op deze planeet om de gevolgen van deze verschrikkelijke rampen, waarin miljoenen mensen en dieren omkomen, zo niet te verhinderen, dan toch te verzachten? Is dit niet alleen het gevolg van kosmisch maar ook van individueel karma?
     Ja, van beide, van beide soorten karma; en ook van het raskarma en het planetaire karma. De vraagsteller is een heel intelligent man, maar achter zijn vraag gaat het oude gevoel schuil dat ‘de natuur niet is zoals ik vind dat ze moet zijn’. De gedachte is vermoedelijk dat als iemand anders het vormen of opstellen van de natuurwet, van het natuurbestaan, tot taak had gehad, hij dit knapper en vriendelijker zou hebben gedaan. Dat is maar de vraag! Het hart van de natuur is absoluut mededogen omdat mededogen absolute harmonie is. De natuur werkt op kosmische schaal en daarmee vergeleken is ons gewone verstand microkosmisch, maar het heeft een kleine mogelijkheid iets te begrijpen van de grote kosmische problemen die daarbij een rol spelen en, wat het raskarma van een wortelras of onderras betreft, een geringe mogelijkheid te begrijpen waarom ze in catastrofale of gewelddadige activiteiten miljoenen dieren en miljoenen mensen wegvaagt.
     Hoe staat het met de miljoenen mensen en miljoenen dieren die dagelijks sterven en die soms zelfs, misschien niet met miljoenen, maar met honderdduizenden worden gedood, vermoord en moedwillig afgemaakt? Al deze zaken, al deze catastrofen en rampen behoren tot de middelen van de natuur om het evenwicht te herstellen; zoals een ziekte in het menselijk lichaam een zuivering betekent, een zuivering en ontgifting van het gestel. Deze catastrofen en rampen zijn op dezelfde manier voor de natuur een middel om zich te zuiveren.
     De zogenaamde ‘leiders van de evolutie’ (...) streven er in de loop van de eeuwen inderdaad voortdurend naar om pijn en smart te verzachten, de zware last van het lot te verlichten, als dat mogelijk is, of tenminste zoveel mogelijk het getij van intellectueel en psychisch verval in te dammen. Maar ze werken nooit tegen de wetten van de natuur. Dat kunnen ze niet. Ze zijn in feite de dienaren van de wet en daarin ligt hun enorme kracht.
     Rampen en catastrofen vinden voortdurend plaats. Hoe staat het met deze verschrikkelijke oorlog? Hoeveel miljoenen zijn tot nu toe door directe of indirecte oorzaken omgekomen? Kijk eens naar de dieren die dagelijks in bijna ontelbare aantallen overal op aarde sterven — sommige moedwillig gedood, andere door ongelukken.
     De wereld is vol ellende en pijn, voortgebracht door onwetendheid, verwrongen mentale opvattingen en tomeloze hartstocht; en dan komt tenslotte de tijd dat deze zich zo ophopen dat de natuur het niet langer kan dulden; dan volgt de klap. Is het niet overal zo in het hele bestaan in de natuur? Een menselijk lichaam kan een bepaalde mate van misbruik, van spanning, aan en geeft het dan op. De natuur werkt net zo op grotere schaal. Het is allemaal karmisch. Maar de wezens die bij wijze van spreken van de aarde worden weggevaagd, die in een uur of een dag of een week of een maand of duizend jaar of tienduizend jaar verdwijnen, leren erdoor — leren de karmische lessen.
     Denk nu eens aan de andere kant van het beeld. Zie naar de schoonheid, de verhevenheid van de zonen van licht die door de eeuwen heen hun werk doen en die met hun sterke handen het opgehoopte karma ervan weerhouden de mensheid in één klap te vernietigen; zij vormen de ‘beschermende muur’ rond de mensheid.

Alles werkt cyclisch en waarom? Omdat alles bewustzijn is, en wat bewustzijn heeft, kent een ingeboren verlangen om te groeien, te ervaren, maar heeft ook de dood nodig om te assimileren. Grote groepen van soortgelijke wezens en dingen vertonen hetzelfde gedrag waardoor binnen de theosofie over levensgolven wordt gesproken. Levensgolven vormen dus de cyclus, geven de kenmerken aan een cyclus. Zodoende verloopt alles cyclisch, niets uitgezonderd, want we zijn aan alle kanten omgeven door zeeën van levens.

Ondersteunend materiaal

Allan en Delair dragen in hun boek When the Earth nearly Died bewijzen aan die de Theoso­fische leringen ondersteunen, dat elk begin van een grote cyclus gepaard gaat met grote rampen. Hoe groter een cyclus hoe omvangrijker de verandering en des te desastreuzer de rampen.
     In het Franse Nice zijn in grotten enorme bergen samengepakte resten gevonden van nu niet meer bestaande schaaldieren, salamanders, slangen en schildpadden. Bovendien zijn er botten gevonden van harige mammoetten, neushoorns en beren. Op zich niet eens zo bijzonder. Wat het wel bijzonder maakt, is dat de tonnen aan dierlijke resten fijngehakt zijn en onder een enorme druk in de scheuren van de grotten zijn geperst.
     In de grotten van Vallonet, tussen Monaco en de Italiaanse grens, zijn op dezelfde manier de beenderen gevonden van leeuwen, neushoorns, hyena’s, makaken, olifanten en ook bijzonder, van walvissen. ‘En een ding weten we zeker,’ schrijven Allan en Delair, ‘walvissen en andere zeedieren komen gewoonlijk niet voor in grotten en de scheuren daarin, tenzij ze daarin zijn terechtgekomen door de krachtige stroming van grote hoe­veel­heden water.’2
     Ze verklaren de rampen door te wijzen op geologische en klimatologische veranderingen van de aarde op een enorme schaal, en vaak ook heel plotseling. Ze wijzen op het verzinken en rijzen van continenten, maar ook op de kanteling van de aardas. Blavatsky zegt dat de ‘karmische verstoring van de aardas’ periodieke overstromingen en ijstijden veroorzaakt. W.Q. Judge, leider van de Theosophical Society na het overlijden van H.P. Blavatsky, voegt hieraan toe:
     IJstijden komen niet alleen tot stand door een plotselinge verandering van de polen, maar ook door een lagere temperatuur vanwege een verandering van koers van de warme en koude golfstromen, en de hete magnetische stromingen binnenin de aarde. De eerste is bekend aan de wetenschap, de laatste niet. De onderste vochtige laag kan plotseling bevriezen en enorme stukken land zijn in één nacht bedekt met vele meters ijs. Dit kan eenvoudig gebeuren op de Britse eilanden als de warme oceaanstromen niet meer langs de kust gaan.3
     Volgens de theosofie, zo schrijft David Pratt op zijn website, keert de aardas geleidelijk volledig om, d.w.z. 360 graden, bij een gemiddelde snelheid van 4 graden per precessionele cyclus (26.000 jaar).
     ‘Bovendien vinden er ook van tijd tot tijd plotselinge veranderingen van de aardas plaats, die enorme rampen veroorzaken. De wetenschap ontkent een geleidelijke omkering van de polen omdat ze niet bekend is met de krachten die zoiets teweeg brengen. Aan de andere kant kan ze ook niet verklaren waardoor de aarde eigenlijk draait en toch doet ze dat.’
      Het einde van het Pleistoceen, volgens Theoso­fische berekeningen ruwweg 800.000 jaar geleden, gaf een enorme vulkanische activiteit te zien en het verdwijnen van enorme aantallen diersoorten. De laatste ijstijd eindigde 13.000 tot 8.000 jaar geleden. De zeespiegel steeg 120 meter en leidde tot enorme overstromingen. Groot-Brittanni werd een eiland. Blavatsky zegt dat de laatste belangrijke ramp ongeveer 12.000 geleden plaatsvond. Poseidonis, het laatste overgebleven deel van Atlantis zou zijn verzonken in 9565 v.Chr.

Invloed van buiten ons zonnestelsel

De astronoom Paul LaViolette beschrijft in Earth under Fire4, nog een ander mechanisme dat kan liggen achter de enorme rampen die het gezicht van de aarde hebben veranderd.Klik voor vergroting Hij veronderstelt dat er van tijd tot tijd enorme uitbarstingen, of explosies plaatsvinden in het hart van ons melkwegstelsel. Het is dit centrum waar ons zonnestelsel in ruwweg 200 miljoen jaar omheen draait en is niet zomaar een middelpunt, het is een gigantisch grote sterrenhoop die louter uit zonnen bestaat, zo gigantisch omvangrijk, dat ons zonnestelsel zich er compleet in zou verliezen. En deze sterrenhoop ligt, hoe toevallig, tussen het sterrenbeeld Boogschutter en Schorpioen.
     Het heeft er verdacht veel van weg dat de Ouden die de zodiak ontwierpen meer betekenis hechtten aan de tekens dan je op het eerste gezicht zou denken. Hoe kan het dat het hart van de melkweg in het verre verleden op de pijlpunt van het boogschutter heeft gelegen? Nu ligt die daar slechts een paar boogseconden vandaan. Bovendien is het opvallend dat de pijl die de Boogschutter zou hebben afgeschoten, door dat centrum heen moet hebben gevlogen en de Schorpioen, het volgende sterrenbeeld, in zijn hart moet hebben geraakt. De Schorpioen is het teken van voortplanting en dood, d.w.z. het begin en einde van cyclussen. Zoveel opmerkelijke feiten op een rij!
     De explosies in het hart van ons melkwegstelsel, de hartbewegingen, veroorzaken enorm krachtige schokgolven die dwars door de melkweg heen trekken. Zo’n schokgolf raast door de ruimte en trekt een enorme hoop kosmisch stof met zich mee. Laviolette meent voldoende aanwijzingen te hebben gevonden dat een zo’n schokgolf rond 10.000 jaar geleden door ons zonnestelsel trok waardoor een soort broeikaseffect binnen het zonnestelsel onstond.
     Door metingen van de ijskap van Groenland en de Zuidpool is er een duidelijke schommeling waar te nemen in de hoe­veel­heden kosmisch stof die op aarde in de loop van duizenden jaren is afgezet. Zo kunnen onderzoekers herleiden hoe de chemische samenstelling van de atmosfeer in die periode bij benadering moet zijn geweest. En inderdaad, rond de ijstijden moet de atmosfeer veel meer kosmisch stof hebben bevat dan we tegenwoordig zien.

Een universeel broeikaseffect

Laviolette vermoedt dat de zon door het stof dat hij opslokte vele malen feller straalde dan gewoonlijk. Maar aan de andere kant moet het door die grote hoeveelheid stof tussen de planeten toch ook een vrij donkere periode zijn geweest. Wat onze aarde dan toch op temperatuur hield was de infraroodstraling die niet zo sterk werd geab­sor­beerd als het zichtbare licht. Doordat er een soort broeikaseffect in het gehele zonnestelsel optrad, werd onze aarde dus veel gelijkmatiger verwarmd, met als gevolg een wolkenloze atmosfeer. Want door een inversie in de atmosfeer — d.w.z. de temperatuur neemt met een toename van de hoogte toe in plaats van af, het wordt dus warmer naarmate je hoger komt — kunnen er zich geen wolken vormen en is er dus geen neerslag. Enige uitzondering hierop vormde één bepaalde plaats. Dat is precies op de grens tussen het landijs en het continent. Door de grote temperatuurverschillen kon daar wel convectie optreden en kon de ijsmassa groeien. Zo verklaart hij de uitbreiding van het landijs.
     Bovendien moeten we volgens LaViolette niet moeten vergeten dat ons zonnestelsel periodiek door gebieden van de kosmos gaat waar de tot stof vergane resten van een supernova tot de eerder beschreven toestand kunnen leiden. We zien dus dat we enerzijds regelmatig kunnen worden belaagd door de kosmische straling uit het centrum van ons melkwegstelsel, maar ook door kosmisch stof, de restanten van gedoofde sterren, waar ons zonnestelsel doorheen trekt met zo’n 900.000 kilometer per uur.
     Bovendien hebben astronomen ontdekt dat ons zonnestelsel een eigen ritme heeft terwijl het rond het centrum draait. Het hele zonnestelsel gaat op en neer door de schijf die de melkweg vormt. Vergelijkbaar met een stoeltje van een zweefmolen dat hoger en lager gaat als de snelheid toeof afneemt, zo gaat ons zonnestelsel omhoog of omlaag al is er geen duidelijk verband tussen een verandering in snelheid zoals bij de zweefmolen. Elke ruwweg 30.000 jaar, wat dus erg dicht ligt bij de precessionele cyclus van 25.920 jaar, passeert ons zonnestelsel de schijf van de Melkweg. Net zoals Allan en Delair is ook LaViolette genspireerd door de vele mythen en sagen die wereldwijd nog bestaan.

Mythen en sagen

Behalve de eerder genoemde oorzaken die tot enorme rampen leiden is er ook nog het gegeven dat planeten op een gegeven moment van hun betrouwbare koers af kunnen dwalen. Veel onheilsboodschappers trekken wat dat betreft graag de mythe van Phaeton uit de kast. Het is een verhaal uit de Timaeus van Plato waarin een Egyptische priester aan de Griek Solon onder meer vertelt:

‘O Solon, Solon, jullie Grieken blijven toch altijd kinderen, er is geen enkele oudere Griek onder jullie.’ Solon vraagt wat hij bedoelt. ‘Omdat jullie zielen zo jong zijn, er is geen enkele oude zienswijze overgeleverd uit oude tradities, noch is er iets van de oeroude wetenschap onder jullie. En ik zal je vertellen waarom. Er zijn geweest, en er zullen opnieuw zijn, grote vernietigingen van de mensheid door vele oorzaken. De grootste zijn teweeggebracht door water en vuur, en de andere kleinere door een onnoemelijke hoeveelheid andere oorzaken. Er is een verhaal dat zelfs jij hebt bewaard, dat op een goede dag Phaethon, de zoon van Helios (de zon), de hengsten voor de strijdwagen van zijn vader had gespannen en ermee ging rijden. Maar omdat hij niet in staat was het pad van zijn vader te volgen, verbrandde hij alles dat op aarde was, en werd zelf gedood door een bliksemstraal.’ Nu is dit in de vorm van een mythe gegoten, maar betekent in werkelijkheid een verandering van de weg van hemellichamen in de hemelen rond de aarde. En een omvangrijke verbranding van dingen op de aarde die telkens weer plaatsvindt na lange tussenpozen.5

Timaeus, 21-22

Blavatsky merkt hierover op de in de Geheime Leer:

Er zijn veel van dergelijke ‘duistere gezegden’ in de Purna’s, de bijbel en de mythologie; en zij leren de occultist twee feiten: (a) dat de Ouden evengoed als de en misschien beter dan de moderne mensen op de hoogte waren van de sterrenkunde, de geognosie en de kosmografie in het algemeen; en (b) dat de aardbol en zijn gedragingen sinds de oorspronkelijke toestand van de dingen meer dan eens zijn veranderd. Zo beweert Xenophantes ergens op gezag van het blinde geloof van zijn ‘onwetende’ religie — die leerde dat Phaeton in zijn verlangen de verborgen waarheid te kennen, de zon van zijn gewone baan liet afwijken — dat ‘de zon zich naar een ander land keerde’; wat een iets weten­schap­pelijker, zo niet even gedurfde parallel is van het verhaal van Jozua, die de zon helemaal liet stilstaan. Maar het verklaart misschien de leer van de noordelijke mythologie (...) dat vóór de huidige orde van de dingen de zon in het zuiden opkwam en dat de koude zone in het oosten lag, terwijl die nu in het noorden is.6

De natuur werkt overal volgens dezelfde systematiek, volgens dezelfde wetten, dezelfde ritmen, dezelfde beginselen, dezelfde polsslag. In de moderne westerse astrologie is het gebruikelijk over de planeet Jupiter te spreken als de grote weldoener en over Saturnus als de grote boosdoener. Maar dat is onzin, zegt De Purucker. En hij geeft vervolgens één voorbeeld waaruit blijkt dat hier sprake is van een verdraaiing van feiten.

Enige tijd geleden las ik over een heel interessante statistische ontdekking van een Franse schrijver die aantoonde dat telkens wanneer Jupiter in één van zijn knopen stond — zoals astronomen dit uitdrukken — gewelddelicten enorm toenamen. Telkens wanneer Saturnus in een knoop stond, kwamen opmerkelijk weinig gewelddelicten voor. Dat is eenvoudig te verklaren. Jupiter stimuleert mensen en spoort ze aan te handelen en in beweging te komen. Saturnus kalmeert, brengt evenwicht en stabiliteit. Het is nu eenmaal zo dat elke planeet zijn goede en slechte zijde heeft, iedere planeet kan een weldoener zijn of een boosdoener, naar gelang van zijn werking. Dat is ware astrologie en alles waarover we hebben gesproken is ware archaïsche astrologie, of Theoso­fische astrologie.
     De wijsheid van de goden leert dat elk lid van het zonnestelsel een levend wezen is, een belichaamde god. Dat geldt voor de zon, voor elke planeet, voor elke komeet. Verder is het zonnestelsel als geheel zelf een entiteit, precies zoals ons menselijk lichaam als geheel een entiteit is, een eenheid, maar toch verschillende organen in zich bevat, terwijl elk orgaan zelf een individu is, een eenheid, een levende entiteit met een eigen soort bewustzijn.
     Ziet u wat dit betekent? Dat zoals ons lichaam, zelf een organische eenheid, wordt geholpen een lichaam te zijn door de verschillende organen, het hart, de hersenen, de nieren, de lever, de maag, enz., wordt ook het zonnestelsel, eveneens een organische eenheid, geholpen een zonnestelsel te zijn door alle organische eenheden daarin: de zon, de planeten, de kometen, enz. Ze werken alle samen om iets groters voort te brengen, namelijk het zonnerijk, met de zon als koning of hoofd.
     Wat moeten we daaruit concluderen? Dat, omdat al deze eenheden voor een gemeenschappelijk doel samenwerken, er in het zonnestelsel niets goed kan gaan als één van deze lichamen samenwerking en verenigd optreden weigert. En dat betekent hier niet dat twee of drie organen zich samen verzetten tegen twee of drie andere organen. Het betekent dat alle organische eenheden zonder een enkele uitzondering samenwerken voor het gemeenschappelijke universele welzijn. Dat geldt ook voor het zonnestelsel.

Het vernieuwende ritme van de kosmos is geen doelloos ritme, geen meedogenloos instrument van een boze God ‘uit den hoge’, maar een universele gewoonte van de natuur om groei mogelijk te maken. Het oude kleed wordt weggeworpen en een nieuw kleed aangetrokken, een kleed dat mooier is dan het vorige en meer mogelijkheden tot groei geeft. Dus niets om je zorgen over te maken.
 

Voetnoten
1 Charles Officer en Jake Page, The Great Dinosaur Extinction Controversy.
2 When the Earth Nearly Died, Compelling Evidence of a Catastrophic World Change 9,500 BC, D.S. Allan & J.B. Delair, blz. 113. Gateway Books, isbn 1-85860-008-1.
3 Oceaan van Theosofie
4 Earth under Fire, Humanity’s Survival of the Apocalypse, Paul LaViolette. Starlane Publications, isbn 0-9642025-1-4.
5 H.P.B. voegt er nog de volgende verklaring aan toe in een voetnoot op blz. 875: (...) De Grieken naturaliseerden alle goden die zij overnamen en maakten er Hellenen van, en de modernen hielpen hen daarbij. Zo ook hebben de mythologen geprobeerd van de Eridanus de rivier de Po in Italië te maken. In de mythe van Phaethon wordt gezegd dat zijn zusters bij zijn dood hete tranen stortten, die in de Eridanus vielen en in barnsteen veranderden! Barnsteen wordt echter alleen in de noordelijke zeeën, zoals in de Oostzee, gevonden. Phaethon, die omkomt als hij warmte brengt naar de bevroren sterren van de noordelijke streken, terwijl hij aan de pool de door de kou verstijfde draak doet ontwaken en in de Eridanus wordt geslingerd, is een allegorie die rechtstreeks betrekking heeft op de klimaatsveranderingen in die lang vervlogen tijden, toen de poollanden van een koude zone een streek met een gematigd en warm klimaat waren geworden. Dat Phaethon, die zich de functies van de zon had toegeëigend, door de bliksem van Jupiter in de Eridanus wordt geslingerd, is een toespeling op de tweede verandering die plaatsvond in die streken, toen het land waar ‘de magnolia bloeide’ nogmaals het verlaten onherbergzame land van het verste noorden en het eeuwige ijs werd. Deze allegorie gaat dus over de gebeurtenissen van twee pralaya’s; en als ze goed worden begrepen, zou ze een bewijs moeten zijn voor de enorme oudheid van de mensenrassen.
6 Geheime Leer, II, 608.

Door Fred A. Pruyn, oktober 2005