Theosofische verkenningen
Home
E-mail
Zoeken
Theosofisch woordenboek

 

De neoplatonische en filosofische betekenis van Sinterklaas

Elk jaar op 5 december is het zo ver, het is de dag van Sint Nicolaas. Het is een tijd van pakjes en gezelligheid. We kennen de Sint als een echte kindervriend. Maar wat weten we eigenlijk van de filosofische betekenis van Sinterklaas, behalve dan als opvoedkundig hulpmiddel? Is het eigenlijk niet vreemd dat een heilige man buitensporig veel aandacht geeft aan kleine kinderen? Jonge mensen die verstandelijk nog niet gerijpt zijn. Of denken we werkelijk dat de naïve geest van een kind te prefereren is boven het onvolmaakte geestelijk/verstandelijke inzicht van een volwassene? Bovendien, het belonen of straffen van kinderen door kadootjes te geven of met ontvoering te dreigen, is toch ook niet het gedrag van een heilige, of wel soms? Er moet meer achter zitten.

E
en goede reden om de esoterische aspecten van dit feest eens op een serieuze wijze onder de loep te nemen. We kunnen ons namelijk afvragen of het sinterklaasfeest ook in de oudheid, in zijn oorspronkelijke betekenis, werkelijk een feest voor kinderen zal zijn geweest? Laten we eens zien of ‘kinderen’ ook anders gelezen kan worden.
     Volgens Dr. G. de Purucker werden

‘Aan de discipelen van Jezus de ‘mysterin van het koninkrijk Gods’ gegeven, maar aan de anderen werd dezelfde waarheid in parabelen en gelijkenissen gegeven; en zo kwam het dat hoewel zij zagen, zij niet met de innerlijke visie zagen en begrepen. Maar ‘Aan u, ‘kleinen’, ‘mijn kinderen’, zei Jezus in essentie, ‘verkondig ik duidelijk de mysterin van het koninkrijk der hemelen’.
      Deze symbolische taal wordt ook in de Griekse mysterin gebruikt; woorden als ‘kleinen’ of ‘kinderen’ waren technische termen en hadden betrekking op hen die ‘opnieuw geboren’ waren, en hun eerste schreden hadden gezet op het pad van de geheime leringen. Dit woord ‘mysterin’, zoals het in Lucas staat, is rechtstreeks overgenomen uit de Griekse esoterische riten, terwijl de uitdrukking ‘het koninkrijk der hemelen’ een zegswijze is die tot het esoterische stelsel van het Midden-Oosten behoorde. Al die woorden en zegswijzen waren religieuze en filosofische gemeenplaatsen voor de mensen tot wie Jezus toen sprak.

— G. de Purucker, De Esoterische Traditie, hfdst. 1

We zien dat alleen het woord kinderen ons al op een heel ander spoor brengt. Maar er is nog meer. De moderne traditie van het Sinterklaasfeest heeft zijn wortels in een mistig verleden. De tweede andere betekenis vraagt wat meer inspanning van de geest en het loslaten van vooroordeel. Als we de tradities en leringen van andere culturen bestuderen ontdekken we een andere veel grootsere Sint. Niet een met een mijter en een staf, maar wel een die van over de wateren komt en op een wit paard rijdt. Het is een God, een Boeddha die aan het einde van dit grote tijdperk een nieuwe wereldorde in komt luiden. In de voor-christelijke Hindu Puranas van India lezen we over de voorspelde komst van de Kalki-Avatar, in boeddhistische geschriften wordt hij de Maitreya Boeddha genoemd, de vriendelijke Boeddha.
      Het woord kalki betekent ‘wit paard’ en avatar is een Sanskriet-woord, dat ‘neergaan’ of ‘neerdalen’ betekent. Het is dus het neerdalen van een hemelse energie of van een geïndividualiseerd complex van hemelse energieën, wat gelijk staat met te zeggen een hemels wezen, met het doel een menselijk wezen te overschaduwen en te verlichten. De Kalki-Avatar is een goddelijke leraar, een verlosser, een godheid die nederdaalt op het oogverblindende, schitterende witte paard. Hij is dat verheven personage dat volgens de officiële vertaling van de Vishnu-Purana door H.H. Wilson,

zal worden geboren in de familie van Vishnu-yasas — een verheven Brahmaan uit het Sambhala dorp — als Kalki, begiftigd met de acht bovenmenselijke vermogens. Door zijn onweerstaanbare macht zal hij alle mlechchha’s en dieven vernietigen en allen die hun gedachten gewijd hebben aan ongerechtigheid. Hij zal dan opnieuw rechtvaardigheid op aarde vestigen; en de geesten van diegenen die aan het einde van het Kali tijdperk leven, zullen wakker worden gemaakt, en zullen even doorschijnend zijn als kristal.

— G. de Purucker, Bron van het Occultisme, blz. 735

Maar schrik niet, en loop niet overhaast naar een van die vele moderne sekten die de spoedige komst van deze Messias verkondigen, want Zijn komst wordt door ingewijden pas over een kleine 430.000 jaar verwacht, aan het einde van dit kali-yuga, gebaseerd op de uitgebreide hindoe-chronologie. Tegen die tijd is men Sinterklaas waarschijnlijk allang vergeten en zal zelfs Spanje waarschijnlijk niet meer bestaan. Dat zal dan onder de zeespiegel zijn verdwenen.
     Verder mogen we niet uitsluiten dat de Kalki-Avatara een verzamelnaam is voor vele mystieke invloeden die de mensheid voorbereiden op de overgang naar een nirvana. Een lange periode van rust voor de hele mensheid.
     Laten we nog eens beter kijken naar de attributen van Sinterklaas en de Kalki-Avatar. Het witte paard bijvoorbeeld, de schimmel, is een essentieel gegeven. We zien de Sint dan ook nooit op een bruin of zwart ros. Nee, hij wordt van oudsher afgebeeld rijdend op een wit paard. Het paard is een symbool voor de zon, zoals de stier en koe een symbool voor de maan zijn; in Egypte en Perzi, India en Babyloni werden deze dieren gebruikt als symbolische aanduidingen. Afbeeldingen van Egyptische gebouwen, tempels, heiligdommen en die van andere volkeren, tonen de heilige koe, de heilige stier, het heilige paard, enz. Het witte paard symboliseert de zon, en alles wat daarmee op esoterisch gebied vergelijkbaar is. De schittering, de intellectuele en spirituele kracht, het zuivere, het goud. Het is het hoogste en zuiverste in de mens. Het is de boeddha in ieder van ons.
      En dan het land van herkomst. De Maitreya-boeddha komt van Arghyavarsa, van arghya ‘heilig’ en varsha regen, wolk, deel van de aarde dat afgescheiden is door regen en water, dus eigenlijk een heilig eiland. Maar waarschijnlijk is het een dichterlijke vorm van te zeggen dat hij eigenlijk van een andere wereld komt, wat ook blijkt uit de eerdere Brahmaanse benaming van Avatar, de nedergedaalde.
      Is het niet opvallend dat veel goden uit de oude mystiek, bijvoorbeeld die van IJsland, uit een ander heilig land komen, van over zee? Tolkien heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt en laat de adept Gandalf aan het begin van de sage In de Ban van de Ring, uit de wereld Valinor, het land van de goden, komen. Hij was gezonden om over het lot van de mensen te waken.
      Ook het water is dus van betekenis. De goede Sint komt niet zomaar van over zee, want waarom neemt hij niet de trein door Frankrijk? Nee, als we de esoterische leer lezen in de taal waarin die geschreven staat, een symbolische taal, ontdekken we een veel grotere diepte. Want zee en water hoeven niet per se de fysieke zee of water te betekenen, maar kunnen ook de astrale wereld, de astrale wateren aangeven.
      Het water heeft ook in de christelijke traditie een metafysische betekenis.

‘Christelijke neofieten werden vissen genoemd, zodat ze zelfs van zichzelf zeiden: ‘Wij zijn kleine vissen. Onze grote vis is onze meester Jezus’. Waarom kozen ze zo’n merkwaardig diertje om zichzelf mee aan te duiden? Om hun eigen bijzondere redenen die we ons gemakkelijk kunnen voorstellen. Vissen kunnen in het water zwemmen, zijn voortdurend hongerig en bewegen zich door het water — het astrale licht — dat de stoffelijke wereld en haar verlokkingen voorstelt en al dergelijke dingen; ze hongeren voortdurend naar licht. Dit is de reden waarom de vroegste christenen zich visjes noemden.’

— G. de Purucker, Aspecten van de Occulte Filosofie, blz. 689

In De Geheime Leer lezen we ‘dat de Lotus en het water tot de oudste symbolen behoren(...) Letters zowel als getallen waren alle mystiek, in combinatie en elk afzonderlijk. De heiligste van alle is de letter M. Deze (...) is tot een symbool van het WATER gemaakt, of oorspronkelijk de grote diepte (waarmee wordt bedoeld de ruimte van het heelal). Het is een mystieke letter in alle talen, oosterse en westerse, en stelt symbolisch de golven voor. (...) Zo betekent in het Sanskriet Makara — het tiende teken van de dierenriem — een krokodil, of liever een watermonster, dat altijd met water in verband wordt gebracht. (...) Maitreya is de geheime naam van de vijfde Boeddha en de Kalki-Avatar van de brahmanen — de laatste MESSIAS, die zal komen op het hoogtepunt van de Grote Cyclus. (...) Zij zijn allen geboren uit het water. .
     Is het inderdaad geen vreemd toeval, als wij zien dat zelfs Mozes (let op de M) — gevonden in het water van de Nijl — deze symbolische medeklinker in zijn naam heeft. En de dochter van de farao ‘noemde hem Mozes ... omdat’ zei ze, ‘ik hem uit het WATER hebt getrokken’ (Exod. ii, 10) Uit: H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, I, 420-1
     Dit alles laat zien dat Sinterklaas die van over het water komt een zuiver mystieke betekenis heeft. Net als Sinterklaas zal de Maitreya-Boeddha als een gloedvol wezen op zijn witte paard van over de wateren gekomen, de geschenken (lees verlossing) brengen voor wie zich altijd aan de innerlijke wet heeft gehouden. Hij zal de orde herstellen en vrede en evenwicht brengen. Na zijn komst zal de mensheid louter Boeddha’s kennen en zal er weer een hemelse periode aanbreken.
      En dan zijn er nog andere belangrijke gegevens uit te werken. De opvallende datering en de vele dansende en springende Pieten bijvoorbeeld.
      Is het niet opvallend dat het feest van Sinterklaas een paar weken voor Kerstmis ligt? De verjaardag van de Sint had toch net zo goed ergens in de zomer kunnen vallen? Was wel zo handig geweest met het oog op de spelende kinderen, de kadootjes en de lange zomervakantie! Maar nee, dit feest vindt plaats in de winter en hangt, zoals we zullen zien, nauw samen met de advent van het christendom. Maar wat betekent advent in esoterische zin? Wat betekende de aanloop naar Kerstmis in het voor-christelijke zogenaamd heidense tijdperk? Het was een tijd van voorbereiding op de komende inwijding en vernieuwing.

Het wintersolstium

We vieren dit kinderfeest dus aan het einde van de herfst vlak voor het begin van de winter. In de klassieke oudheid werd 6 december beschouwd als het symbolische begin van de winter. Het was een traditionele datum voor het stopzetten van de zeevaart voor de rest van het jaar of het moment voor een speciale aanroeping naar een of andere godheid voor bescherming op onbetrouwbare winterse zeeën.2)
     Het is een tijd van verval, dood en de gereedmaking voor een nieuwe geboorte. Planten moeten sterven om plaats te maken voor de ontkieming van het gevormde zaad. Het is een belangrijke tijd, want de impulsen die in deze tijd worden gegeven zullen voor een groot deel vorm geven aan de volgende cyclus, het nieuwe jaar. In deze korte periode wordt het belangrijkste zaad gezaaid. Dat geldt voor ieder van ons. De periode vlak vóór het sterven van een mens is net zo belangrijk; waar we over nadenken en waar het bewustzijn zich vlak voor de dood mee bezig houdt bepaalt voor een groot deel hoe de volgende incarnatie eruit zal gaan zien. We zien dus dat de traditie van Sinterklaas tevens nauw verbonden is met die van Kerstmis en exact past bij de komst van de Maitreya Boeddha aan het einde van een veel grotere cyclus.
      Deze meer individuele en op de persoon gerichte verklaring van het Sinterklaasfeest komt van de heer Long, voorheen leider van ons Genootschap, die in de jaren 50 voor een gezelschap van theosofen over Sint Nicolaas sprak.
     Deze derde betekenis van het verhaal van Sinterklaas is een zuiver esoterische en betreft de voorbereidingen voor een grootse inwijding. Inwijdingen, ook wel initiaties genoemd, zijn plechtigheden waarbij de initiant, zoals het woord al zegt, na zware beproevingen een nieuwe start maakt, een nieuwe fase in zijn leven begint, maar ook de oude vaarwel zegt. Het wordt zijn opdracht de vorige volkomen los te laten, wat de beproeving nu juist zo zwaar maakt.
      Over de vier belangrijke esoterische momenten in het jaar vinden we in de Vier Heilige Jaargetijden van dr. De Purucker de volgende informatie:

Er zijn vier keerpunten in het jaar: de zonnestilstanden van winter en zomer en de nachteveningen van lente en herfst. Onder de oude volkeren werd de jaarcyclus altijd gezien als een symbool van het leven van de mens, of zelfs van het leven van het heelal. De geboorte ten tijde van de winterzonnestilstand, het begin van het jaar; adolescentie — het ondergaan en doorstaan van beproevingen — bij de lentenachtevening; volwassenheid, ten volle ontplooide krachten en vermogens, bij de zomerzonnestilstand (...); en dan de afsluiting bij de herfstnachtevening, de periode van de grote overgang. (...)
      Tijdens de inwijding van die individuen van minder grootse geestelijke en intellectuele capaciteit dan het menselijk materiaal waaruit de Boeddha’s worden geboren, tijdens deze vierde inwijding wordt de kandidaat geleerd zich te bevrijden van alle verstandelijke belemmeringen en van de lagere vier beginselen van zijn constitutie; en aldus bevrijd, trekt hij langs de magnetische kanalen of circulaties van het heelal, zelfs tot aan de poorten van de zon, maar dan stopt hij en keert hij terug. Gewoonlijk zijn daar drie dagen voor nodig en dan verrijst de mens als een volledig ingewijde, maar in het besef, dat zich voor hem nog verhevener toppen bevinden die beklommen moeten worden op dat eenzame pad, op dat stille pad, dat smalle pad, dat naar het goddelijke voert. (...)
      Als we ’s nachts omhoog kijken naar de sterren of overdag de zon zien, die in het middaguur aan de blauwe hemel straalt, hoe leeg schijnt dan de ruimte — schijnbaar een vacuüm! De sterrenkundigen zeggen ons dat de aarde een bol is die in het ledig zweeft, in de ether, vrij, behalve van de aantrekkingskracht van de zon, en dat de aarde haar weg, haar baan om de zon alleen volgt omdat ze door de zwaartekracht daartoe wordt aangetrokken; kortom, dat de ‘ruimte’ leegte is. Welnu, de ruimte is in mystieke zin inderdaad śūnyatā, ‘leegte’, in de esoterische betekenis, maar in geen geval ‘leegte’, zoals de Westerse sterrenkundigen die zien; want in feite is de ruimte die wij zien, die onze stoffelijke ogen menen te zien — of niet zien — een zo dichte, zo vaste substantie, dat geen menselijke voorstelling daarvan een helder begrip kan geven voor het verstand, behalve door middel van de wiskunde.

Ondeugende Zwarte Pieten toch niet zo ondeugend

Terugkomende op de diepzinnige uitleg van de heer Long, kunnen we ons Sinterklaas voorstellen als ons Hoger Zelf, onze Christos, de vader die in de hemelen is, die het diepste onvergankelijke innerlijk van de initiant is. Voor het welslagen van de inwijding, en de eenwording met deze Christos, is het belangrijk dat de ingewijde volkomen zuiver is en geen aardse banden en belemmeringen meer heeft. Maar omdat de kandidaat aan het begin van de inwijding het avontuur door de lagere sferen op eigen kracht moet beleven en zich dan verstoken voelt van die hogere kracht die hem altijd terzijde stond, zijn de beproevingen zo zwaar. Het maakt de weldadige kracht van het Hogere Zelf nog duidelijker. We zien de Sint inderdaad als iemand die alleen maar geeft (inspireert en waarschuwt d.m.v. de intuïtie en het geweten) en natuurlijk, oordeelt, met het grote boek op zijn schoot; het is de innerlijke mens die over zichzelf oordeelt.
      De Pieten zijn de snaakse hulpjes die om de in te wijden mens heen springen. Oorspronkelijk waren het deugnieten. Ze zijn zwart om het contrast met het zuivere witte te vergroten, maar ook omdat zwart de kleur van het onbewuste is. Ze zijn springerig en ongedurig omdat ze de vele springerige gedachten van onszelf voorstellen, die onzichtbaar en ongrijpbaar ons soms voor gek zetten, maar ook behulpzaam zijn. Gedachten kunnen ons helpen of vernietigen.
      Maar waarom maken de Zwarte Pieten het de Sint zo lastig om goed voor de dag te komen? Omdat de Sint, de innerlijke mens, alleen daardoor sterker en zuiverder kan worden. Zij bieden tegenstand aan zijn ontwikkeling, waardoor die sterker wordt. Het is die tegenstand die iemand sterker maakt, net zoals fietsen met tegenwind sterkere spieren ontwikkelt dan andersom.
      Om de kans van welslagen van de inwijding, het examen, te vergroten is alles toegestaan. De Zwarte Pieten zijn eigenlijk, net als Judas in het verhaal van Jezus, de noodzakelijke tegenkrachten en hebben als zodanig lak aan welke conventie of regel van hoffelijkheid dan ook. Zij kunnen het gevoel geven onrechtvaardig te worden behandeld. Het hoort er allemaal bij, alles is toegestaan om die mens, die er tenslotte zelf voor kiest om in een hogere rang te kunnen leven, te zuiveren, van elke smet te reinigen en weerbaarder tegen verleidingen te maken, want er staat veel op het spel.
      Het Sinterklaasfeest beschrijft dus voornamelijk de finale repetitie voor het eerdergenoemde examen, dat in de periode van de winterzonnestilstand ergens in de wereld wordt afgenomen. En zoals we allemaal weten, is de tijd vóór een examen eigenlijk belangrijker dan het examen zelf.
      We zien dus dat er meerdere betekenissen aan eenzelfde gebruik kunnen worden ontleend. Bovendien toont dit aan, dat er kleinere cyclussen binnen grotere cyclussen draaien. De individuele inwijding is een analogie op kleine schaal van de komst van de Maitreya Boeddha op grote schaal. De geboorte van het nieuwe jaar is een kopie van de geboorte van een eeuw op grotere schaal. In de mysteriescholen wordt dan ook gezegd, dat aan het slot van elke eeuw een poging door de Witte Broederschap wordt gedaan om de mensheid een geestelijke impuls te geven. Dit kan door de komst van een boodschapper of door de verspreiding van een idee of invloed.
      Na Sinterklaas volgt Kerstmis. Het is niet alleen een overgangsperiode van herfst naar winter, het betekent ook het langer worden van de dagen. Het betekent dat het licht als het ware groeit. Het is tevens een symbolische weergave van een toename van inzicht en intellectuele groei en wijsheid. Licht was in mystieke zin altijd al een symbool voor kennis en inzicht. Het grappige van licht is bovendien dat het niet alleen dingen zichtbaar maakt, maar ook dat het draaglijk maakt, dat de last dragelijk wordt. Hoe meer inzicht hoe meer bevrijd uit de ketenen van misleiding.

Dubbele betekenis van Verlichting

Een leraar van mevrouw Blavatsky, een adept die in geprek met mevrouw Tingley merkte op, wijzend naar een van zijn leerlingen die aan het ploegen was:

‘Al zou er een batterij kanonnen worden afgevuurd en sloegen de granaten rondom hem in, hij zou niet afgeleid zijn van zijn werk. Hij zou zich zelfs nauwelijks bewust zijn van het lawaai of het gevaar, zo geconcentreerd is hij. Die twee ossen zijn voor iemand anders de meest onhandelbare wezens; bij hem zijn ze altijd, zoals nu, volkomen rustig. Hij beheerst ze niet met zijn wil; zijn denken houdt zich helemaal niet met hen bezig. Maar u ziet daar voor uzelf het bewijs dat die dieren die niet kunnen spreken de atmosfeer van zuivere gedachten kunnen voelen.’
      ‘Als hij op pelgrimstocht gaat, legt hij op een dag meer kilometers af dan een van de anderen en komt hij veel eerder aan dan zij. U weet dat de vrouwen hier in India de voeten van de pelgrims wassen en zalven? Welnu, zijn voeten zijn na de langste dagreis nog nooit door de weg gewond of beschadigd geraakt. En waarom? Omdat hij nooit tegen de afstand opziet of daaraan denkt, maar blijmoedig op weg gaat; en nooit komt het in hem op zich zorgen te maken over de vraag of hij misschien de weg is kwijtgeraakt of een verkeerde afslag heeft genomen of zoiets. Zijn geest is zo vervuld van de vreugde van het geestelijke leven dat deze zijn lichaam voor hem werkelijk lichter maakt!’
      ‘De atomen van het menselijk lichaam worden in de regel om­laag­gehaald door de last van het denken — nutteloze gedachten, voor­oor­delen en angsten. Ze ondergaan ieder ogenblik reeksen veranderingen, onder invloed van de gedachten van het brein. Gebrek aan vertrouwen, gebrek aan inspiratie waar mensen aan lijden — wanhoop — brengen deze atomen halverwege de dood. Maar ze kunnen worden bezield tot een soort onsterfelijkheid door het vuur van het goddelijke leven en afgestemd op de universele harmonie. Overal zouden mensen verlost kunnen worden van die grote last van onnodige zaken en zich gedragen zoals die jonge chela, als ze mentaal in evenwicht waren.’

— Katherine Tingley, De Goden Wachten op ons.

Door Fred A. Pruyn, oktober 2005